Springen naar inhoud

[scheikunde] vragen over Mol


  • Log in om te kunnen reageren

#1


  • Gast

Geplaatst op 01 juni 2005 - 17:51

hallo,

ik heb een paar vragen met betrekkeing tot het bereken van mol;

We kregen op school een proefwerk alleen weet ik niet zeker of het klopt wat ik gedaan heb.

vraag 1, bereken de massa van:
a. 2,5 mol water
b. 1,4 mol kaarsvet( C18 H36 O2 )

Mijn antwoord
a. ik heb de molaire massa genomen van water en die maal het aantal mol;
18�2,5= 45g
b. 284,06�1,4= 397,69g

vraag 2, bereken de hoeveel mol er aanwezig is in:
a. 100,0g ammoniak
b.30,0g ammoniumnitraat.

Mijn antwoord
a.
100                  100

               ------------------= --------------= 5,88 mol

               molaire massa           17

b.
   30

           ---------- = 0,375 mol

             11,25  

vraag 3
We hebben 5 minimol koolstofdioxide. hoeveel mg water bevat eveneveel Moleculen.

mijn antwoord
deze vraag snapte ik niet zouden jullie mij deze uit kunnen leggen svp

Vraag 4
we lossen 0,0240 mol glucose (C6H12O6) in water op tot 400 ml oplossing.
a. bereken de concentratie van glucose in deze oplossing.
b. we nemen 25ml van deze oplossing. Hoeveel mol glucose bevat deze oplossing.

mijn antwoord
deze wist ik ook niet kunnen jullie mij in stappen uit leggen hoe ik te werk moet gaan? bij voorbaat dank.

Vraag 5
We willen 250 ml oplossing maken, met [AL (ionlading)3+]=0,20M (molariteit)

bereken hoeveel g aluminiumchloride hiervoor moeten oplossen.

antwoord kunnen jullie mij deze ook uitleggen? alsjullieblieft

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2


  • Gast

Geplaatst op 01 juni 2005 - 17:52

sorry voor dat rare teken bij vraag een
maar daar bedoel ik een keer mee dus vermenigvuldigen.

#3


  • Gast

Geplaatst op 01 juni 2005 - 18:29

Vraag 4a : 400/25 = 16
dus 0,0240 mol/16 = ...

#4


  • Gast

Geplaatst op 01 juni 2005 - 18:48

vraag 2b)
je molaire massa kan geen 11,25 zijn , Ammoniumnitraat NH4NO3 is dus
mmm even uit men hoofd : 14.01+4.04+14.01+3*15.99= 80.03

nu delen we 30g door 80.03g/mol en we krijgen : 0.375

vraag 4 a)
concentratie = aantal mol/aantal liter oplosmiddel
= 0.0240mol/0.4l = 0.06mol/l

b) 0.06 mol/l * 0.025l = 0.0015 mol

vraag 5
Molariteit = 0.20 mol/per liter
willen een 0.250 liter oplossing maken dus hebben we 0.20mol/l * 0.250liter = 0.05 mol Al3+ nodig

hoeveel gram AlCL3 heb je dan nodig : Molaire masse = 26.98+3*35.45 = 133.3 g/mol

Dus vermenigvuldigen we deze 133.3g/mol met 0.05mol en we vinden dat je 6.665 g moet oplossen.

Als iemand een tabel bij de hand heeft, mag die altijd de MM is nakijken want ik weet ze niet allemaal zeker vanbuiten.

#5

w00tw00t

    w00tw00t


  • >100 berichten
  • 187 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 juni 2005 - 19:08

EDIT: Vind je Hoofdstuk 6 dan zo moeilijk :shock:
Ik heb net ook dat proefwerk gehad..



vraag 1, bereken de massa van:  
a. 2,5 mol water  
b. 1,4 mol kaarsvet( C18 H36 O2 )

1a) Molaire massa water = 18. Dus n mol weegt 18 gram. Dus 2,5 mol weegt 45 gram.
1b) Molaire massa kaarsvet = 284. Dus n mol weegt 284 gram. Dus 1,4 mol weegt 397,6 gram.

vraag 2, bereken de hoeveel mol er aanwezig is in:  
a. 100,0g ammoniak  
b.30,0g ammoniumnitraat.


2a) Ammoniak = NH3. Molaire Massa = 17. dus n mol weegt 17 gram. Dus 100 gram = 5,88 mol
2b)AmmoniumNitraat = NH4NO3 Molaire Massa = 79 Dus n mol weegt 79 gram. Dus 30 gram = 0,38 mol

vraag 3  
We hebben 5 minimol koolstofdioxide. hoeveel mg water bevat eveneveel Moleculen.

De vraag is: Hoeveel miligram water komt overeen met 5 milimol.
1 mol water weegt 18 gram. 5 milimol = 0,005 mol.
0,005 mol = 0,09 gram = 90 mg.

Vraag 4  
we lossen 0,0240 mol glucose (C6H12O6) in water op tot 400 ml oplossing.  
a. bereken de concentratie van glucose in deze oplossing.  
b. we nemen 25ml van deze oplossing. Hoeveel mol glucose bevat deze oplossing.

4a) concentratie = aantal mol / liter. = 0,0240 mol / 0,400 Liter = 0,06 mol/liter
4b) 400 ml = 0,0240 mol. dus 25 ml = 0,0015 mol

We willen 250 ml oplossing maken, met [AL (ionlading)3+]=0,20M (molariteit)  
bereken hoeveel g aluminiumchloride hiervoor moeten oplossen.


Oke.. 0,20M betekent: per liter zit er 0,20 mol in.
dus per 250 ml zit er 0,05 mol in.

Je hebt dus 0,05 mol Al nodig. Dus heb je 0,05 mol AlCl3 nodig.
1 mol AlCl3 weegt 133,5 gram. Dus 0,05 mol weegt 6,7 gram.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures