Springen naar inhoud

Wiskundige uitdagingen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

*_gast_PeterPan_*

  • Gast

Geplaatst op 19 maart 2009 - 18:16

Een simpeltje om af te trappen:

Een schip aan de kade heeft een touwladder uithangen over de railing.
Er bevinden zich 10 sporten boven water en 3 daaronder. De totale lengte van de ladder is 3 meter.
Als het water 1,5 meter stijgt, hoeveel sporten bevinden zich dan nog boven water?

Veranderd door PeterPan, 19 maart 2009 - 18:17


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Klintersaas

    Klintersaas


  • >5k berichten
  • 8614 berichten
  • VIP

Geplaatst op 19 maart 2009 - 19:13

Nog steeds 10, aangezien het schip meestijgt met het water?

Geloof niet alles wat je leest.

Heb jij verstand van PHP? Word Technicus en help mee om Wetenschapsforum nog beter te maken!


#3

*_gast_PeterPan_*

  • Gast

Geplaatst op 19 maart 2009 - 19:40

correct.

#4

*_gast_PeterPan_*

  • Gast

Geplaatst op 19 maart 2009 - 21:37

In een gezin zijn 2 kinderen. Minstens ťťn ervan is een jongen. Hoe groot is de kans dat beide kinderen jongens zijn?

#5

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 19 maart 2009 - 21:45

1/3.
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#6

dirkwb

    dirkwb


  • >1k berichten
  • 4172 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 19 maart 2009 - 21:46

(1/4) / (3/4) = 1/3.

Veranderd door dirkwb, 19 maart 2009 - 21:47

Quitters never win and winners never quit.

#7

*_gast_PeterPan_*

  • Gast

Geplaatst op 19 maart 2009 - 21:54

correct.

#8

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 19 maart 2009 - 22:03

In dezelfde lijn: een vader van drie kinderen zegt: "ik heb net een van m'n dochters naar de tennisclub gebracht". Wat is de kans dat twee van zijn drie kinderen meisjes zijn?
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#9

*_gast_PeterPan_*

  • Gast

Geplaatst op 20 maart 2009 - 12:23

Als vader spreekt van "een van mijn dochters", dan houd dat in dat er minstens 2 dochters zijn.
Dus de mogelijkheden zijn: ddz,dzd,zdd,ddd. De kans is dus 3/4 dat 2 v/d 3 k d zijn.

Veranderd door PeterPan, 20 maart 2009 - 12:23


#10

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 20 maart 2009 - 12:25

Dat is wat ik in gedachten had... Klopt!
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)

#11

MacHans

    MacHans


  • >250 berichten
  • 500 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 maart 2009 - 13:23

Er was eens een eiland genaamd Hanstopia, er wonen twee type bewoners: Hansen, deze spreken altijd de waarheid,
en Snah's, die altijd liegen.

Op een dag kom je in Hanstopia drie personen tegen;

Persoon 1 zegt: We zijn alledrie Snah's
Persoon 2 zegt: Precies ťťn van ons is een Hans

Is persoon 3 een Hans of een Snah? En wat zijn de andere twee personen?

#12

Lunae

    Lunae


  • >25 berichten
  • 43 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 maart 2009 - 13:34

1 liegt, 2 niet en 3 ook(liegt)

Veranderd door Lunae, 20 maart 2009 - 13:37


#13

MacHans

    MacHans


  • >250 berichten
  • 500 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 maart 2009 - 13:43

Goed!
Maar hoe ben je aan je antwoord gekomen?

#14

Bvdz

    Bvdz


  • >25 berichten
  • 74 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 maart 2009 - 13:48

Als 1 de waarheid spreekt is hij een Hans, maar dan zou hij liegen, aangezien hij zegt dan ze alledrie Snah's zijn.
conclusie: 1 is een Snah. --> er zijn maximaal twee Snah's.

Als persoon 2 liegt, dan zijn persoon 1 en 2 Snah's, aangezien er gťťn 3 Snah's zijn, moet persoon 3 een Hans zijn, maar dan zou persoon 2 niet liegen.

Dus is persoon 2 een Hans.
conclusie: er is 1 Hans en 2 Snah's --> drie is een Snah.

#15

MacHans

    MacHans


  • >250 berichten
  • 500 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 maart 2009 - 14:25

;)

Nog een:

Op een dag ziet Jans een meisje lopen in Hanstopia, hij vindt haar er wel leuk uitzien, maar hij wil alleen iets met haar als ze een Hans is. Hij durft niet op haar af te stappen, dus hij gaat naar haar broer, en vraag hem of zijn zus een Hans of een Snah is, waarop de broer antwoord:

Ik, ůf mijn zus is een Hans.

Moet Jans iets met de zus beginnen? En waarom (niet)?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures