Springen naar inhoud

[scheikunde] koolstofverbindingen havo5


  • Log in om te kunnen reageren

#1

MisVerstand

    MisVerstand


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 29 april 2009 - 16:22

Hallo allemaal,

De onderstaande vragen begrijp ik niet. Ik ben niet uit op de antwoorden, die heb ik al. Ik snap niet hoe ze die antwoorden komen. Zou iemand mij kunnen uitleggen hoe ze aan die antwoorden komen? Ik weet hoe de karakteristieke groep in een olie of vetmolecuul eruit ziet. Maar wat er daaraan geplakt wordt snap ik niet. Hoe komen ze bijv. bij som C40 aan 'C17H33'?

Ik heb de bladzijde die je nodig hebt om deze sommen te maken uit de Binas gescant.

Som C40

a) Geef de structuurformule van de olie glyceryltrioleaat, de tri-ester van glycerol en oliezuur. Raadpleeg hiervoor BINAS tabel 67B.
b) Geef de reactievergelijking in structuurformules voor de harding van glyceryltrioleaat met waterstof.
c) Geef de naam van het reactieproduct uit vraag b.

Som C41

Margarine bevat circa twintig procent water. Als margerine verhit wordt, treedt hydrolyse op van de esters die erin aanwezig zijn. Een van deze esters is glyceryltristearaat, de tri-ester van glycerol en stearinezuur.
a) Geef de structuurformule van glyceryltristearaat. Raadpleeg hiervoor BINAS tabel 67B.
b) Is glycerylristrearaat een olie of een vet? Licht je antwoord toe.
c) Geef de reactievergelijking in structuurformules voor de hydrolyse van glyceryltristearaat.

De antwoorden:
http://img520.images...=antwoorden.jpg

Tabel 67B uit de Binas:
http://img520.images.../8742/tab67.jpg
http://img517.images...2876/tab67b.jpg

Alvast bedankt!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Ensiferum

    Ensiferum


  • >250 berichten
  • 662 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 29 april 2009 - 18:49

Welke begrijp je niet? Oliezuur is een onverzadigd vetzuur, dus met een dubbele binding. Stearinezuur is het overeenkomstige verzadigde vetzuur, dus met de dubbele binding gereduceerd tot een enkele.

Voor een vetzuur kun je het aantal waterstofatomen zo berekenen: Oliezuur is een C18 vetzuur. Eén koolstofatoom draagt geen waterstofatomen, een ander draagt er 3. Alle anderen dragen er 2. Dit geeft 16*2+3=35 waterstofatomen. Oliezuur bevat echter één dubbele binding, wat twee waterstofatomen minder geeft. Zo kom je uit bij 35-2=33. Natuurlijk moet je hier normaal (in vrije vorm) nog één waterstof en twee zuurstof bijtellen van de carboxylgroep.

Voor de structuren:

Oliezuur
Stearinezuur

#3

MisVerstand

    MisVerstand


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 april 2009 - 09:58

Welke begrijp je niet? Oliezuur is een onverzadigd vetzuur, dus met een dubbele binding. Stearinezuur is het overeenkomstige verzadigde vetzuur, dus met de dubbele binding gereduceerd tot een enkele.

Voor een vetzuur kun je het aantal waterstofatomen zo berekenen: Oliezuur is een C18 vetzuur. Eén koolstofatoom draagt geen waterstofatomen, een ander draagt er 3. Alle anderen dragen er 2. Dit geeft 16*2+3=35 waterstofatomen. Oliezuur bevat echter één dubbele binding, wat twee waterstofatomen minder geeft. Zo kom je uit bij 35-2=33. Natuurlijk moet je hier normaal (in vrije vorm) nog één waterstof en twee zuurstof bijtellen van de carboxylgroep.

Voor de structuren:

Oliezuur
Stearinezuur


Bedankt voor je reactie! Ik ben echt slecht in scheikunde, dus misschien stel ik domme vragen.

Het vetgedrukte uit je reactie begrijp ik nog steeds niet. Hoe weet je dat je 16 maal 2 moet doen? En hoe kom je aan de getallen 2 en 3? Uiteindelijk zit er in het antwoord bij C40a C17H33. Hoe komt het antwoordenboekje aan C17 als oliezuur C18 is?

SomC41a begrijp ik ook niet. In het antwoord staat een C17H35. Hoe komen ze aan 17 en aan 35?

#4

Ensiferum

    Ensiferum


  • >250 berichten
  • 662 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 30 april 2009 - 10:24

Bedankt voor je reactie! Ik ben echt slecht in scheikunde, dus misschien stel ik domme vragen.

Het vetgedrukte uit je reactie begrijp ik nog steeds niet. Hoe weet je dat je 16 maal 2 moet doen? En hoe kom je aan de getallen 2 en 3? Uiteindelijk zit er in het antwoord bij C40a C17H33. Hoe komt het antwoordenboekje aan C17 als oliezuur C18 is?

Je kent de structuur van carbonzuren? Om het visueel voor te stellen:

H H H H	 H H O
  | | | |	 | | ||
H-C-C-C-C-...-C-C-C-O-H
  | | | |	 | |
  H H H H	 H H
Dat is een carbonzuur. C18 betekent dat er centraal 18 koolstofatomen zijn. Aan de hand van bovenstaande structuur kun je dan het aantal waterstofatomen berekenen. Op elk koolstofatoom staan er twee, behalve het laatste en het eerste, die respectievelijk er één en drie dragen. Dat levert dus 16*2+3+1=36 in het totaal. In de figuren van je cursus wordt echter de carboxylgroep (de koolstof met de zuurstofatomen) apart afgebeeld en niet meegeteld (daarom ook staat er C17 en niet C18), zodat er maar 35 in de afgekorte groep staan. Bij oliezuur is er op één plaats een dubbele binding tussen twee koolstofatomen en bijgevolg op die twee atomen telkens één waterstof minder. Voor elke dubbele binding moet je dus twee waterstofatomen van het totaal aftrekken.

Veranderd door Ensiferum, 30 april 2009 - 10:28


#5

MisVerstand

    MisVerstand


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 april 2009 - 17:22

Bedankt voor de moeite!

Het kwartje is gevallen. Ik ga de sommen proberen te maken. Als ik weer vast loop laat ik het weten.

#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44858 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 april 2009 - 17:27

Ik ben echt slecht in .........

Een van de meest gehoorde kreten hier in het huiswerkforum. Zolang je dat tegen jezelf blijft zeggen wordt dat niet beter ook. :P

Maar meestal blijkt dat wel mee te vallen, zóveel échte blondjes lopen er niet rond ;) . Vaak zijn het lullige kleine dingetjes waar je even overheen kijkt. Met oefening verdwijnt dat.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

MisVerstand

    MisVerstand


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 02 mei 2009 - 22:56

@Jan van de Velde; Oefening baart kunst, zeggen al mijn docenten ook. But I'm really bad in chemie, believe me. Ik ga iig mijn best doen om het examen te halen.

Ik ben inmiddels met het volgende hoofdstuk begonnen; Polymeren.

Bij som C20 loop ik weer vast. Ik heb de betreffende som en de antwoorden gescant.
De vraag:
http://img11.imagesh...9711/somc20.jpg
De antwoorden:
http://img11.imagesh.../antwoorden.jpg

Ook hierbij snap ik niet hoe ze aan de antwoorden komen.

Ik ken de formule M= m:n
M= massa in g
m= molecuulmassa in u
n= aantal mol

Kun je hiermee de som ook maken? Ik vind die tabbelen niet echt handig.

a) Hoe komen ze (in de tabel, zie antwoorden) aan 1,0 liter oplossing, dat staat toch niet in de som?
b) Waar moet je in de reactievergelijking op letten om te weten wat de verhoudingen zijn?
c) - [Kan dit niet makkelijker, gewoon met de (bovenstaande)formule?]
d) Hoe lees je uit de reactievergelijking af dat er 1,0 mol S2O8 2- ionen nodig zijn om 1,0 mol S-bruggen te vormen?
e) Hoe komen ze aan 0,1 mol S2O8 2-(in de tabel, zie antwoorden)?

Veranderd door MisVerstand, 02 mei 2009 - 23:07


#8

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44858 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 03 mei 2009 - 08:36

a) Hoe komen ze (in de tabel, zie antwoorden) aan 1,0 liter oplossing, dat staat toch niet in de som?

Je gegevens zeggen "Een kapper gebruikt 90 mL 1,0 M thioglycolzuuroplossing"
vertaald: we gebruiken 90 mL van een oplossing met in elke liter 1,0 mol thioglycolzuur.
1,0 M betekent 1,0 mol/L
als 1 L 1,0 mol bevat, hoevel thioglycolzuur zit dan in 90 mL?


b) Waar moet je in de reactievergelijking op letten om te weten wat de verhoudingen zijn?

MisVerstand_1.png

een zwavelbrug, links in je haar, rechts tussen twee thioglycolzuurmoleculen
thioglycolzuurmoleculen, links 2 losse, rechts verbonden tot een DImeer door een zwavelbrug
de coëfficiënt 2 die je vertelt dat er twee thioglycolzuurmoleculen meedoen
SH-groepen, links aan de thioglycolzuurmoleculen, rechts aan je haar

Zie je nu waar je op moet letten om te zien wat de verhouding is?

Ander voorbeeld: 2Al + 3O2-- --> Al2O3

Wat is in deze reactie de molverhouding aluminium : zuurstof? Hoe zie je dat?

c) - [Kan dit niet makkelijker, gewoon met de (bovenstaande)formule?]

ze vragen je (nog) nergens naar molecuulmassa's, waarom zou je dan een formule gebruiken waarmee je molecuulmassa's berekent?

uit a) weet je hoeveel mol thioglycolzuur je hebt
uit b) weet je hoeveel mol zwavelbruggen je daarmee kunt verbreken
in c) bereken je hoeveel zwavelbruggen je daadwerkelijk kunt verbreken met je 90 mL 1,0 M thioglycolzuur.

Als je dit ziet, gaan d) en e) op vergelijkbare wijze. En kom anders eens terug met wat je in a), b) of c) nog niet ziet.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures