Springen naar inhoud

[scheikunde] bufferoplossing


  • Log in om te kunnen reageren

#1

ardjette

    ardjette


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 19 mei 2009 - 14:32

Een biologisch experiment moet uitgevoerd worden bij een PH van 10.50 om schommelingen in de zuurgraad te voorkomen heb je dus een bufferoplossing nodig. Men wilt een bufferoplossing maken met soda, natriumcarbonaat, Na2CO3, men begint met het maken van een 0.010M soda oplossing. Met behulp van 1.0M HCL oplossing wordt daarvan een bufferoplossing gemaakt.

De PH van 1,0 M HCL kan je berekenen door:
HCL + H20 --- CL-(aq) + H30+ (aq)

1,0 M H30+ = -log(1,0)= 0 Toch?
Maar dan de PH van de sodaoplossing.....

Na2CO3 daar kom ik niet uit... kan iemand mij helpen daarbij wat ik nou moet doen?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

ypsilon

    ypsilon


  • >5k berichten
  • 11085 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 mei 2009 - 11:11

Dit onderwerp past beter in het huiswerkforum en is daarom verplaatst.

#3

MarijnB

    MarijnB


  • >25 berichten
  • 27 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 23 mei 2009 - 09:52

Zo als je misschien weet kun je op twee manieren een bufferoplossing maken


1 Het toevoegen van een zwakke zuur/base en daarbij voeg je zijn gecojungeerde base/zuur
2 De tweede manier is het toevoegen van een zwakke zuur/base met een sterk zuur/base

Nummer 2 is het geval bij jouw probleem. Je voegd soda (base) bij een een sterk zuur (HCl)

Je krijgt dan de volgende reactie waarbij je een buffer krijgt mits je niet te veel zuur toevoegd, anders is het geen buffer meer.

De reactie: CO3(2-) + H3O+ <--> HCO3- + H2O

De vraag is in welke verhouding je bovenstaande stoffen moet toevoegen om een pH te krijgen zoals boven staat beschreven.

Nu de vraag aan jouw? In welke molverhouding moeten CO3(2-) / HCO3- in de bufferoplossing zijn om de gewenste pH te handhaven? maak hierbij gebruik van de zuurconstante (binas tabel 49)

Veranderd door MarijnB, 23 mei 2009 - 09:52


#4

ardjette

    ardjette


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 mei 2009 - 12:49

ph van de soda oplossing heb ik opgelost via de concentratiebreuk

[HCO-] x [OH]/ CO3(2-) Kb = 2,1.10^-4

x^2/ 0,010 = 2,1.10^-4

x^2 = 0,010 x(2,1.10^-4) = 2,1.10^-6

Wortel 2,1.10^-6 = x= 1,45.10^-3

-log(1,45^-3) = 2,84 POH

14-2,84= 11,2 PH

Als we dan doorgaan gaan ze vragen hoveel ml van de 1,0 M HCL-oplossing moet men toevoegen aan 1,0 Liter van 0.010 M soda oplossing om een bufferoplossing te krijgen met PH 10,50.

Kan je me daar bij helpen?

het antwoord wat ze geven is:

Gewenste pH in bufferomgeving HCO3
- + H2O CO3
2- + H3O+
Kz = [CO3
2-].[ H3O+] / [HCO3
-] = 4,7.10-11 of 10-10,33
[CO3
2-] / [HCO3
-] = 10-10,33 / 10-10,50 = 1,48
Dus [CO3
2-] : [HCO3
-] = 1,48 : 1, en omdat [CO3
2-] + [HCO3
-] = 0,01 leidt dit tot
[CO3
2-] = 1,48 x 0,01/2,48 = 5,97.10-3 M en [HCO3
-] = 1 x 0,01/2,48 = 4,03.10-3 M
Er moet dus 4,03.10-3 mol H3O+ worden toegevoegd; dit zit in 4,03 mL van de HCl-opl.

ik kom er echt niet uit

#5

MarijnB

    MarijnB


  • >25 berichten
  • 27 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 25 mei 2009 - 10:36

De reactie van Soda en zoutzuur:

CO3(2-) + H3O(+) <--> HCO3(-) + H2O
om het met rekenen makkelijker te maken draai ik de reactie om, je krijgt dan een gewone zuur/base reactie:
HCO3(-) + H2O <--> CO3(2-) + H3O(+)

Kz = [CO3(2-)][H3O(+)] / [HCO3(-)]

Vervolgens vervorm je bovenstaande formule tot

[H3O(+)] = Kz * ([HCO3(-)]/[CO3(2-)])

De verhouding tussen ([HCO3(-)]/[CO3(2-)]) geeft aan hoeveel mol er in het evenwicht zit. Heeft het bijvoorbeeld de waarde 1/2, dan betekent dat er 1 mol HCO3(-) en 2 mol CO3(2-) in de oplossing zit (per L)

Dit is eigelijk de basis theorie voor een bufferoplossing!


Nu gaan we de opgaven maken:

[H3O(+)] = Kz * ([HCO3(-)]/[CO3(2-)]) invullen: 10^10,5 = 4,7 10^-11 * ([HCO3(-)]/[CO3(2-)])

([HCO3(-)]/[CO3(2-)]) = 0,673 (bedenk zelf wat hiermee bedoelt word!)

Stel je heb 1 liter 0,01 M Soda oplossing en je voegt X mol HCl toe


.........HCO3(-) + H2O <--> CO3(2-) + H3O(+)
begin:...0.............0..............0,01.........X
reactie:..+X........+X.............-X...........-X
Eind:........X..........X...........0,01-X........0

([HCO3(-)]/[CO3(2-)]) = 0,673 invullen
x / 0,01 -x = 0,673
x = 4,03 10^-3 mol

Je weet nu het aantal mol HCl, je weet daarvan de molariteit, dus bereken het volume
4,03 mmol / 1 M = 4,03 mL

Hopelijk is het een beetje duidelijk, probeer voornamelijk het eerste gedeelte goed te begrijpen





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures