Springen naar inhoud

[scheikunde] zuren en basen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

plop0-1

    plop0-1


  • >100 berichten
  • 149 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 31 mei 2009 - 19:06

hier een opdracht:

je lost steeds 0,1 mol van de onderstaande stoffen op in 1,0 L water:
6: NH3
--------------------- aq
NH3 (aq) + H2O(l) => NH4+ (aq) + OH-(aq)

maar waarom is het niet : NH2 (aq) + H3O+(aq)

Wat is nou de truc om zulke opdrachten goed te maken, want ik raak steeds in de war of er nou een H bij moet of eraf zoals bij dit opdracht.

alvast bedankt.

Henk

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jona444

    Jona444


  • >1k berichten
  • 1409 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 31 mei 2009 - 19:24

Dank voor de opdracht, maar ik denk dat hij voor jou bedoelt is ;)

Is dit vraagstuk compleet??
Its supercalifragilisticexpialidocious!

#3

plop0-1

    plop0-1


  • >100 berichten
  • 149 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 31 mei 2009 - 19:33

hier rest van de opdrachten ;)

geef de vergelijking voor oplossen+beredeneer of pH groter dan 7 of kleiner of neutraal
1:Na2CO3
2:NH4Cl
3:KCL
4:K2O
5:SO2
6:NH3

Veranderd door plop0-1, 31 mei 2009 - 19:37


#4

Jona444

    Jona444


  • >1k berichten
  • 1409 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 31 mei 2009 - 19:30

Omdat ammoniak een zwakke base is. Die wordt niet volledig gesplitst in ionen. in plaats daarvan zal zich het evenwicht instellen volgens AOH(aq) (=) OH-(aq) + A+(aq)

Veranderd door Jona444, 31 mei 2009 - 19:31

Its supercalifragilisticexpialidocious!





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures