Springen naar inhoud

[natuurkunde] elektrodynamica/statica, potentiaal op bollen en weerstanden


  • Log in om te kunnen reageren

#1

ceetn

    ceetn


  • >100 berichten
  • 217 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 juni 2009 - 13:49

Hoi, volgende oefening is me niet echt duidelijk.
Zou iemand me op weg kunnen helpen ?


2) Geplaatste afbeelding

we kunnen de weerstanden kwalitatief berekenen van de lamp en het verwarmingselement.
R lamp = U˛/Plamp = (220)˛/100 --> dit noemen we R0

R element = ( 220)˛ / 2000 --> R0 / 20

Maar hoe moet ik nu verder ?

Bedankt !

Veranderd door Jan van de Velde, 05 juni 2009 - 19:10


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6613 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 05 juni 2009 - 14:01

opgave 2:

De weerstanden berekenen is een goed begin.
Als ze in serie staan, kijk dan eens wat de spanningsverdeling is. Daaruit kun je dan van L en V het werkelijk vermogen berekenen. Vergelijk dit met het nominaal vermogen, en dan moet er toch wel een conclusie volgen.

Veranderd door klazon, 05 juni 2009 - 14:01


#3

ceetn

    ceetn


  • >100 berichten
  • 217 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 05 juni 2009 - 14:43

opgave 2:

De weerstanden berekenen is een goed begin.
Als ze in serie staan, kijk dan eens wat de spanningsverdeling is. Daaruit kun je dan van L en V het werkelijk vermogen berekenen. Vergelijk dit met het nominaal vermogen, en dan moet er toch wel een conclusie volgen.


Wat doe ik hier mis bij het kijken naar de spanningsverdeling:

in serie : I = Ilamp = I element

--> I = U/Rlamp = 220V / 484 ohm = 0,45 A

: Ubron = Ulamp + Ulelement

-->Ulamp = I . Rlamp
= 0, 45A . 484 ohm = 217,8 V

-->Uelement = I. Relement
= 0,45A . 24,2 ohm = 10,89 ohm

De som hiervan is 228,69 V , moet dit niet 220 uitkomen?

#4

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6613 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 05 juni 2009 - 15:57

--> I = U/Rlamp = 220V / 484 ohm = 0,45 A

Hier gat het fout. als je ze in serie zet, dan moet je wel beide weerstanden optellen alvorens de stroom te berekenen.

Je kunt het ook anders benaderen. Je had al berekend dat de weerstand van de lamp 20 keer zo groot is als de weerstand van het element.
Dus dan staat over de lamp 20/21 van 220V, en over het element 1/21 van 220V.

#5

ceetn

    ceetn


  • >100 berichten
  • 217 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 juni 2009 - 09:36

Dus:

over de lamp staat 20/21 van 220V = 209,5V
over het element staat 1/21 van 220V = 10,5V

Nu kunnen we het werkelijke vermogen gaan berekenen.
lamp
Pwerkelijk = Uwerkelijk˛/R0 = (209,5V)˛/R0
--> Dit verschilt nauwelijks van het nominale vermogen; Pnominaal = (220)˛/R0

Element
Pwerkelijk = 20 . Uwerkelijk˛/R0 = 20 ( 10,5V )˛/ R0
--> Dit is heel wat minder dan het nominale vermogen, Pnominaal = 20. ( 220 )˛ / R0

conclusie: de lamp gloeit sterk terwijl het verwarmingselement minder warmte afgeeft dan normaal.
antwoord A
Klop dit een beetje ?

Hartelijk bedankt !

#6

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6613 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 06 juni 2009 - 10:03

Klop dit een beetje ?

Klopt niet een beetje, klopt helemaal. ;)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures