Springen naar inhoud

[biologie] osmotische concentratie in de nieren


  • Log in om te kunnen reageren

#1

kllk

    kllk


  • >100 berichten
  • 169 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2009 - 21:40

Hey,

Ik ben bijna zeker dat mijn redenering op onderstaande vraag correct is.
Maar het komt niet overeen met 1 van de antwoorden. Het is een feit dat
de vraag vrij nieuw is en dat er dus een kans is op een fout in de opgave of antwoorden.

Waterhuishouding gebeurt door ADH (antidiuretisch hormoon). Dit hormoon zorgt ervoor
dat er minder urine geproduceerd wordt.

Osmotische concentratie is hoog: meer/minder (1) ADH --> meer/minder (2) urineproductie.
Osmotische concentratie is laag: meer/minder (3) ADH --> meer/minder (4) urineproductie.

Mijn redenering:

Osmotische concentratie is hoog in de nieren ==> veel afvalstoffen in de nieren ==> minder ADH om de urineproductie te stimuleren.
Osmotische concentratie is laag in de nieren ==> weinig afvalstoffen in de nieren ==> meer ADH om de
urineproductie te vertragen. Anders zou er te veel water in de urine terecht komen.

Ik zou dus zeggen: (1) minder; (2) meer; (3) meer; (4) minder

Antwoorden:

A. (1) meer; (2) meer; (3) minder; (4) minder
B. (1) minder; (2) minder; (3) meer; (4) meer
C. (1) minder; (2) meer; (3) minder; (4) meer
D. (1) meer; (2) minder; (3) meer; (4) minder

Wat denken jullie?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

anusthesist

    anusthesist


  • >5k berichten
  • 5812 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2009 - 21:46

Wat denken jullie?


Het moet net andersom zijn. De osmotische concentratie (in het bloed) is hoog. Dat betekent een relatief watertekort of een teveel aan elektrolyten en andere stoffen die bijdragen aan de osmolaliteit. Om de osmolaliteit omlaag te brengen wil je dus extra water vasthouden (je verdunt dus als het ware) en dit doe je door meer ADH te produceren. Immers, van ADH ga je minder plassen dus houd je meer vocht vast. Meer vocht leidt tot een lagere osmolaliteit.

Als je een vochttekort (hoge osmotische concentratie) hebt heb je altijd sterk geconcentreerde urine in lage hoeveelheden. Drink je heel veel (lage osmotische concentratie) dan heb je altijd sterk verdunde urine in grote hoeveelheden.

A. (1) meer; (2) meer; (3) minder; (4) minder
B. (1) minder; (2) minder; (3) meer; (4) meer
C. (1) minder; (2) meer; (3) minder; (4) meer
D. (1) meer; (2) minder; (3) meer; (4) minder


Heb je de antwoorden wel goed overgeschreven? Cijfertjes op de goede plaatsen?

C en D spreken zichzelf tegen (is 1 minder of meer dan kan 3 nooit hetzelfde zijn).
A en B zijn ook niet correct, want meer ADH leidt niet tot meer urineproductie maar minder en vice versa.

Het moet zijn: meer - minder - minder - meer (zie uitleg boven)
That which can be asserted without evidence can be dismissed without evidence.

#3

kllk

    kllk


  • >100 berichten
  • 169 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 09 juni 2009 - 22:33

Dank u wel, ik begrijp uw uitleg.

Ze spreken in de vraag dus over de osmotische concentratie in het bloed.

Kunnen we er dus vanuit gaan als de osmotische concentratie laag is, dat het lichaam
een deel van het vocht uit de bloedbaan toch wil afscheiden?

Dit klopt ongeveer met wat Wiki zegt:
"Het hormoon moet er voor zorgen dat niet te veel water in de urine terechtkomt." En dat
er dus ook niet te veel water in het bloed aanwezig is.
(zie antidiuretisch hormoon)

Maar dat wil zeggen dat er een fout zit in de antwoorden
zodat het (1) meer; (2) minder; (3) minder; (4) meer is.

Juist?

#4

anusthesist

    anusthesist


  • >5k berichten
  • 5812 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 10 juni 2009 - 06:47

Ze spreken in de vraag dus over de osmotische concentratie in het bloed.


Ja. Ten eerste verloopt de feedback van de waterhuishouding via osmolaliteit bloed > osmoreceptoren hypothalamus >
ADH afgifte hypofyse. De nier zélf is hier niet bij betrokken. Het ADH werkt wel zijn effect uit op de nier via
de waterkanalen in het verzamelsysteem. Een ander mechanisme -maar dat geldt meer voor de volumehuishouding- is via het RAAS waarbij ook ADH wordt geproduceerd, maar nu onder invloed van angiotensine. Dit angiotensine wordt gevormd uit renine dat door de nieren wordt geproduceerd. De nieren scheiden dit af als de doorbloeding toeneemt.
Dit laatste mechanisme heeft niets met osmolaliteit van doen en is derhalve niet relevant voor deze vraag.
Ten tweede zou je je moeten afvragen waar in de nier de osmotische concentratie verhoogd of verlaagd is. Door het verdunnend en concentrerend vermogen kunnen er sterke verschillen zijn tussen het interstitium en het filtraat in de lis van Henle.

Kunnen we er dus vanuit gaan als de osmotische concentratie laag is, dat het lichaam
een deel van het vocht uit de bloedbaan toch wil afscheiden?


Ja. Een lage osmotische concentratie staat gelijk aan een wateroverschot. Dit moet uitgescheiden worden om
homeostase te handhaven.

Maar dat wil zeggen dat er een fout zit in de antwoorden
zodat het (1) meer; (2) minder; (3) minder; (4) meer is.

Juist?


Ja. Alle antwoorden zijn fout.
That which can be asserted without evidence can be dismissed without evidence.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures