Springen naar inhoud

[natuurkunde] stroomsterkte door een weerstand berekenen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Painore

    Painore


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 15:46

Hallo,

Ik ben maar eens aan het leren geslagen voor mijn proefwerkweek, ik heb echter een probleem.

De vraag is hier te zien, het gaat om vraag 7b,c,d.
Extra oefenstof Newton

Het antoowrd zou moeten zijn:
b. I = 24/100 = 0,24 A => I(2) = 0,24 ∑ 2/3 = 0,16 A
c. I(4) = 0,24 ∑ 1/3 = 0,08 A (of samen 0,24 A)
d. U(3) = 0,08 ∑ 80 = 6,4 V.

Ik snap natuurlijk hoe ze op 0,24 A uitkomen voor de stroomsterkte, maar hoe bereken ik de stroomsterkte bij R2? Hoe komen ze aan die 2/3, en 1/3?

Ik hoop dat iemand mij kan helpen.

Mvg,
Tommy

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44872 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 juni 2009 - 16:03

vraag 7b,

Ik snap natuurlijk hoe ze op 0,24 A uitkomen voor de stroomsterkte, maar hoe bereken ik de stroomsterkte bij R2? Hoe komen ze aan die 2/3, en 1/3?

R2 staat parallel aan (R1+R3). Tel R1 en R3 eens bij elkaar op (serie) en vergelijk die som eens met de waarde van R2?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

Kolio

    Kolio


  • >100 berichten
  • 208 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 16:06

Toen ik nog op de midelbare school zat dacht ik altijd het volgende bij dit soort opgaven.

Er rijden vrachtwagens (stroom) rond met pakketjes (de spanning)

Deze vrachtwagens kunnen zich opsplitsen. En bij elke weerstand geven ze een bepaald aantal pakketjes af.

Nu is bij b de vraag de stroomsterkte van r2.

Je weet dat er 0.24 vrachtwagentjes rondrijden, deze komen dan voor de "afslag" van r2 of r1+r3.
de vrachtwagens kiezen altijd de snelste route. r1+r3= 180 ohm, r2= 90 ohm. totaal 270 ohm.
Nu kiest 1-r2/totaal deel voor de route over r2 en 1-(r1+r3)/totaal deel de route over r1+r3.
Vandaar dus die 2/3

Hetzelfde liedje geldt voor C

voor d weet je de weerstand en de stroom die er door loopt. dus simpelweg de formule invullen.


Het is misschien wat kinderachtig uitgelegd maar mij heeft dat vroeger veel geholpen ;)

#4

Painore

    Painore


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 16:37

Bedankt beiden voor de uitleg. Ik begrijp het echter nog niet helemaal.

R2 staat parallel aan (R1+R3). Tel R1 en R3 eens bij elkaar op (serie) en vergelijk die som eens met de waarde van R2?


R1+R3=100 ohm + 80 ohm = 180 ohm
R2= 90 ohm

90 ohm is geen 2/3 deel van 180 ohm, het is maar 1/2 deel?

r1+r3= 180 ohm, r2= 90 ohm. totaal 270 ohm.
Nu kiest 1-r2/totaal deel voor de route over r2 en 1-(r1+r3)/totaal deel de route over r1+r3.
Vandaar dus die 2/3


Ook hier zie ik niet helemaal hoe je aan die 2/3 komt. 90 ohm van 270 ohm is 1/3 deel?

#5

Kolio

    Kolio


  • >100 berichten
  • 208 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 16:50

je kunt het ook zo doen,

Noem de stroom door r1 en r3 even I1
en noem de stroom door r2 I2

Dan weet je dat omdat (voor de splitsing alle vrachtwagentjes de zelfde lading hebben) met U= I*R

dat dus (r1+r3)*I1 = r2*I2
je weet ook dat I1+I2=0.24.

Oplossen volgt ook eht antwoord.
Misschien dat je deze methode dan iets beter begrijpt?


Maar direct op je vraag je telt gewoon alle weerstanden bij elkaar op, dus 180+90=270 wat ik "totaal" heb genoemd

#6

Painore

    Painore


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 17:08

Noem de stroom door r1 en r3 even I1
en noem de stroom door r2 I2

Dan weet je dat omdat (voor de splitsing alle vrachtwagentjes de zelfde lading hebben) met U= I*R

dat dus (r1+r3)*I1 = r2*I2
je weet ook dat I1+I2=0.24.


b.
(100+80) x I1 = 90 x I2
180 x I1 = 90X I2
2 x I1 = I2

I1 + I2 = 0,24
0,08 + 0,16 = 0,24

c.
120 x I4 = 60 x I5
2 x I1 = I2

I4 + I5 = 0,24
0,08 + 0,16 = 0,24

c.
U=I*R
0,08*80=6,4 V


Bedankt, zo klopt het ;)

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44872 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 juni 2009 - 17:18

Bedankt beiden voor de uitleg. Ik begrijp het echter nog niet helemaal.



R1+R3=100 ohm + 80 ohm = 180 ohm
R2= 90 ohm

90 ohm is geen 2/3 deel van 180 ohm, het is maar 1/2 deel?

Laten we zeggen aan de ene kant 180 (=2 x 90) ohm, langs de andere 90 (=1 x 90) ohm. In het ene deel is de weerstand 2 x zo groot, de stroomsterkte zal dus 2 x zo klein zijn als de andere

Ix + 2Ix = 0,24 A
3Ix = 0,24 A
Ix = 0,08 A.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#8

Painore

    Painore


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 18:26

Bedankt beiden voor de hulp, ik begrijp het nu!

Ik heb echter nog een vraagje.

Het eerste stukje van de text is weggevallen, dit is:
Je hebt een spanningsbron van 40,0 V, waarop je zowel een lampje A(12V;0,40A) als een lampje B(16V;0,60A) wilt aansluiten. Je doet dit met....
Zie verder: Ingescande afbeelding

Vraag a. lukt nog wel, b. ook nog wel redelijk, maar daarna wordt het wat ingewikkeld.
Zou iemand mij hierbij kunnen helpen?

Alvast bedankt!

#9

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6610 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 20 juni 2009 - 18:39

De werkwijze om dit op te lossen is eigenlijk in alle gevallen hetzelfde. Teken het schema eens na, en vul dan alles in wat je al weet. Dus de stroom door A, de spanning over A, de stroom door B, de spanning over B.
In opgave c zie je dan al meteen wat de stroom door R5 is en de spanning over R5.
Op dezelfde manier zie je wat de spanning over R6 is en de stroom door R6.

#10

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44872 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 juni 2009 - 18:53

painore.png

bepaal a, b en c.

Vervolgens ken je van elk van de vier onderdelen de spanning en de stroomsterkte, en kun je dus van elk de weerstand berekenen.

De werkwijze om dit op te lossen is eigenlijk in alle gevallen hetzelfde. Teken het schema eens na, en vul dan alles in wat je al weet.

;)
Wat Klazon zei is dus precies wat ik deed....
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#11

Painore

    Painore


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 juni 2009 - 20:36

Bedankt voor de reacties, ik ga er morgen nog eens op mijn gemak naar kijken.

Ik laat het wel weten of het gelukt is!

#12

Painore

    Painore


  • >25 berichten
  • 46 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 21 juni 2009 - 09:36

Alweer bedankt!

Ik heb er even rustig naar gekeken, en met wat logsich nadenken is het vrij gemakkelijk.

#13

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6610 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 21 juni 2009 - 13:22

Wat Klazon zei is dus precies wat ik deed....

Inderdaad, maar ik was op dat moment even te lui om een tekening te maken. ;)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures