Springen naar inhoud

[scheikunde] uitleg bij correctiemodel


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Dauri24

    Dauri24


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2009 - 17:49

Hi,

Kan iemand mij helpen deze vragen te beantwoorden?
ik vindt ze nogal moeilijk, er staat een correctiemodel bij maar dat helpt niet echt doordat ze alleen maar zeggen wat je moet doen.

Als iemand de uitwerkingen en antwoorden kan helpen zou ik erg op prijs stellen.

http://members.home......efwerk H7.pdf

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

JohnB

    JohnB


  • >250 berichten
  • 711 berichten
  • VIP

Geplaatst op 30 september 2009 - 18:00

Hi,

Kan iemand mij helpen deze vragen te beantwoorden?
ik vindt ze nogal moeilijk, er staat een correctiemodel bij maar dat helpt niet echt doordat ze alleen maar zeggen wat je moet doen.

Als iemand de uitwerkingen en antwoorden kan helpen zou ik erg op prijs stellen.

http://members.home......efwerk H7.pdf


Beste Dauri24,

Het Wetenschapsforum is geen huiswerkmachine. Bovendien zit je in het verkeerde forum (gelieve huiswerkgerelateerde vragen in het Huiswerk forum te stellen).

Natuurlijk zijn we bereid te helpen. Zou je nog even aan willen geven op welke vragen je vastloopt (en waar)? Graag dan ook de vraag in het bericht plaatsen (geen linkjes), dat is wel zo netjes.

#3

Dauri24

    Dauri24


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2009 - 19:32

Het spijt me,

ik help hulp nodig met deze twee vragen

1 Bij deze opgave geldt Vm = 24,0 dm3mol-1.
Als je waterstofchloride, HCl(g), in water oplost, krijg je een oplossing die we
`zoutzuur', HCl(aq), noemen.
Als je zoutzuur met een natriumsulfietoplossing laat reageren, ontstaat
zwaveldioxide, volgens de vergelijking:
2 HCl(aq) + SO3
2-(aq) 􀃆 H2O(l) + SO2(g) + 2 Cl-(aq)
Een leraar wil met zijn klas een proef doen om te controleren of de verhouding in
mol in deze reactievergelijking wel juist is. Groepjes leerlingen moeten volgens
zijn aanwijzingen 25,0 ml 0,100 M natriumsulfietoplossing en 25,0 ml 0,250 M
zoutzuur bij elkaar voegen.
a Ga met behulp van een berekening na welke stof, zoutzuur of natriumsulfiet bij
het begin van deze proef in overmaat aanwezig is.
b Bereken hoeveel cm3 zwaveldioxide bij deze proef maximaal kan onstaan.
c Teken de opstelling, die de leerlingen bij deze proef kunnen gebruiken.
De MAC-waarde van zwaveldioxide is 13 mgm-3. Het lokaal heeft de volgende
afmetingen: 7,20 x 9,00 x 3,60 m. In het lokaal zijn 8 groepjes aan het werk. Deze
voeren tijdens de les de proef allemaal één keer uit.
d Bereken of tijdens deze proef in het lokaal de MAC-waarde van SO2 wordt
overschreden.



3 Je hebt een onbekend zout, waarvan je weet dat het negatieve ion het carbonaation
is. We stellen het zout voor door: XCO3 en noemen het `ikscarbonaat'. Als
ikscarbonaat wordt verhit, ontleedt het bij 200 0C en po. Dit kan als volgt in een
reactievergelijking worden weergegeven.
XCO3(s) 􀃆 XO(s) + CO2(g)
Uit 1,20 g ikscarbonaat ontstaat op deze wijze 466 cm3 koolstofdioxide. Bij 2000C
en po geldt dat Vm = 38,8 dm3mol-1.
a Bereken hoeveel mol koolstofdioxide bij deze ontleding is ontstaan.
b Hoeveel mol ikscarbonaat was er bij het begin van de proef aanwezig?
c Bereken de molaire massa van ikscarbonaat.
d Beredeneer welk element X is.

#4

JohnB

    JohnB


  • >250 berichten
  • 711 berichten
  • VIP

Geplaatst op 30 september 2009 - 19:33

Waar loop je op vast?

#5

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44896 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2009 - 19:35

OK, dat zijn twee vragen waar je niet uitkomt.
Concentreren we ons eerst eens even op de eerste vraag:
Tot waar geraak je nog, en waar loop je dan op vast?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#6

Dauri24

    Dauri24


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2009 - 19:41

in de molverhouding en in het gevraagde te berekenen.

#7

Dauri24

    Dauri24


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2009 - 20:04

ik heb vooral hulp nodig met vraag 2 die snap ik helemaal niet

ik bedoel vraag 1 a t/m d (help me astjeblieft)

#8

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44896 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2009 - 20:10

We willen ej met plezier helpen, maar dan is eht altijd wel handig te weten waarmee, en wat je zelf al kunt. .

1a)
  • een bekerglas met 25,0 ml 0,100 M natriumsulfietoplossing: hoeveel mol sulfiet zit daarin? (x mol)
  • en een bekerglas met 25,0 ml 0,250 M zoutzuur Hoeveel mol HCL zit dáárin. (y mol)
  • hoeveel mol HCl reageert met hoeveel mol sulfiet (zie reactievergelijking)
  • als je x mol sulfiet en y mol HCl bij elkaar gooit, welke van de twee is dan het eerste helemaal op? (de andere is dan in overmaat aanwezig)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#9

Dauri24

    Dauri24


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2009 - 20:16

ooowwh ik zie het nu..
je moet dus de formule gebruiken aantal mol / aantal L = molariteit.
ok dankzij u begrijp ik dat nu.

#10

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44896 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2009 - 20:46

Laat dan maar eens de berekening zien, als die klopt kunnen we verder met 1b....
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#11

Dauri24

    Dauri24


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2009 - 21:06

Ik blijf vast bij de molverhouding, kunt u mij de molverhouding geven zodat ik verder kan werken ??

#12

JohnB

    JohnB


  • >250 berichten
  • 711 berichten
  • VIP

Geplaatst op 30 september 2009 - 22:22

Ik blijf vast bij de molverhouding, kunt u mij de molverhouding geven zodat ik verder kan werken ??


De molverhouding kun je afleiden uit de reactievergelijking.

2 HCl (aq) + SO32- (aq) LaTeX H2O (l) + SO2 (g) + 2 Cl- (aq)

Overmaat
Nu kun je aan de hand van de gegeven hoeveelheden natriumsulfiet en zoutzuur berekenen welke van de twee stoffen in overmaat aanwezig is.

- 25,0 ml 0,100 M natriumsulfietoplossing = 25,0 mL x 0,100 mmol/mL = 0,25 mmol SO32- (=0,25·10-3 mol)
- 25,0 ml 0,250 M zoutzuur = 25,0 mL x 0,250 mmol/mL = 6,25 mmol HCl

Let op: ik heb mmol/mL gebruikt voor de molariteit. Dat mag, want is hetzelfde als mol/L. In dit voorbeeld rekent het makkelijker in millimolen (mmol). Ik heb gewoon de teller en noemer gedeeld door 1000.

Uit de reactievergelijking leid je af dat 2 mol HCl reageert met 1 mol SO32-. Er is 0,25 mmol SO32-, daarmee reageert 0,50 mmol HCl. Dus HCl is in overmaat, want je houdt 5,75 mmol HCl over nadat al het SO32- is weggereageerd.

Kun je nu weer verder?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures