Springen naar inhoud

[mechanica] snelheid van de wiek


  • Log in om te kunnen reageren

#1

jaep

    jaep


  • >25 berichten
  • 58 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 oktober 2009 - 15:27

Halo

Ik heb een probleem bij volgende opgave:

Geplaatste afbeelding

Gegeven is een windmolen waarvan 2 van de 3 wieken zijn weggelaten. De wieken draaien rond de X'-as en de gondel rond de Z-as met een niet constante snelheid. De bedoeling is om de snelheid en versnelling van punt c te bepalen op het moment dat de wiek verticaal staat.

Ik wou eerst de postitievector van C bepalen waarna ik de afgeleide neem om zo de snelheidsvector te bekomen. De positievector schrijf ik in functie van teta 1 en teta2. Toch lijkt de vector niet juist te zijn. Ik tel namelijk de positievector van C in functie van teta 2 op bij de positievector van B in functie van teta 1. Mag dit?. De uiteindelijk positie en snelheids vector zou tov het hoofdassenstelsel berekend moeten worden.

Ik deed... posB (xi*cos(teta1), xi*sin(teta1), h) + pos C ( xi, (l/2)*cos(teta2), (l/2)*sin(teta2))
en bekom voor de positie van punt C (xi*cos(teta1) + xi, xi*sin(teta1) + (l/2)*cos(teta2), h + (l/2)*sin(teta2))

Dit blijkt echter fout te zijn want wanneer ik voor teta 1 en teta 2 90 graden invoer bekom ik voor X xi ipv -xi.

Wat doe ik verkeerd?

Dank u

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44892 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 21 oktober 2009 - 19:18

Gegeven is een windmolen waarvan 2 van de 3 wieken zijn weggelaten. De wieken draaien rond de X'-as en de gondel rond de Z-as met een niet constante snelheid. De bedoeling is om de snelheid en versnelling van punt c te bepalen op het moment dat de wiek verticaal staat.

Ik zie iets niet: (kan overigens wel degelijk aan mij liggen)

1. Waarom pak je dit aan met positievectoren?
  • referentiestelsel gondel: punt C heeft een hoeksnelheid rond de as. Punt C heeft daardoor een zekere baansnelheid v1.
  • referentiestelsel mast: punt B heeft een hoeksnelheid rond de as. Punt B heeft daardoor een zekere baansnelheid v2.
  • als de wiek verticaal staat (gegeven) hebben deze snelheidsvectoren v1 en v2 dezelfde richting en kun je ze dus naadloos bij elkaar optellen.

Na vergelijkbare redenering blijken de versnellingsvectoren loodrecht op elkaar te staan, en is het eenvoudig deze vectorieel op te tellen volgens mij.

2. Wat moet ik met dat "draaien met niet constante snelheid"?? Door dat "niet" weet ik toch helemaal niks meer?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures