Springen naar inhoud

Huidskleur


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Esq

    Esq


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 11 november 2009 - 13:49

Het wordt algemeen aanvaard dat de verschillen in huidskleur oorzakelijk terug te voeren zijn tot geografische, en daarmee klimatologische gebieden. Naarmate de mens vanuit Afrika noordwaarts emigreerde kleurde zijn huid lichter om de opname van vitamine D te vergroten. Dat is het idee. Maar... Waarom bestaan er dan toch volkeren die in zeer koude regionen wonen, en desondanks toch een getinte huidskleur hebben? Zoals de Eskimo's of de mongoloÔde rassen bijvoorbeeld. Vergeef me mijn gebrek aan kennis hierover, maar ik vraag me af of klimatologische aspecten de verschillen in huidskleur wel afdoende verklaren.
Zou iemand mij hier meer over kunnen vertellen?

Veranderd door Esq, 11 november 2009 - 13:53


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Wouter_Masselink

    Wouter_Masselink


  • >5k berichten
  • 8247 berichten
  • VIP

Geplaatst op 11 november 2009 - 16:11

In zeer koude regionen zal er meer sneeuwval zijn, derhalve zal de reflectie van zonlicht door sneeuw ook hoger zijn. Ga maar eens een keer skiien of snowboarden zonder zonnebrand en zonnebril, dan merk je wat ik bedoel. (niet doen tenzij je je gezicht wil verbranden en met lasogen rond wil lopen)

Interessant feitje, de eerste zonnebrillen zijn gemaakt door inuit.
"Meep meep meep." Beaker

#3

Gesp

    Gesp


  • >250 berichten
  • 339 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 november 2009 - 11:53

2 hypothesen die ik kan bedenken:
- de tijdsspanne is te kort (de mensen zijn te kort geleden in de streek komen wonen) om het evolutionaire voordeel van een lichtere huid tot uiting te laten komen. (De blanke Australiers zijn qua huidskleur ook niet aangepast aan hun omgeving, ze wonen er nog niet lang genoeg).
- invloed van dieet: veel eten van vette vis als alternatieve bron van vit D (vergelijk het winterse lepeltje levertraan).

#4

Jona444

    Jona444


  • >1k berichten
  • 1409 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 15 november 2009 - 09:47

- invloed van dieet: veel eten van vette vis als alternatieve bron van vit D (vergelijk het winterse lepeltje levertraan).


Dit klopt voor de eskimo's, maar niet voor mongoloÔde mensen. Deze mensen hebben geen echte vitamine D bron ter beschikking. Dierenvet bevat wel wat vitamine D, maar wild vlees = mager vlees = weinig vitamine D.
Its supercalifragilisticexpialidocious!

#5

barthol

    barthol


  • >100 berichten
  • 154 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 15 november 2009 - 11:45

Niet alles in evolutie is adaptatie natuurlijk. Er meer mechanismes werkzaam. Seksuele selectie en verandering van allelfrequenties door genetische drift kunnen ook een rol hebben gespeeld bij het algemeen worden van bepaalde fenotypische kenmerken in een bepaald gebied, en andere fenotypische kenmerken in een ander gebied als er in een lange periode weinig geneflow is geweest tussen de populaties van die verschillende gebieden.

Je zou moeten nazoeken welke pigmentatiegenen er betrokken zijn bij de verscheidenheid aan huidskleur, en hoe de allelfrequenties in verschillende regio's zijn. Bijvoorbeeld het rs1426654 allel van het SLC24A5 gen op chromosoom 15. Een puntmutatie, een SNP, is verantwoordelijk voor het ontstaan van dat allel, met consequenties voor de lichtheid van de huidskleur.

En dan zijn er nog meer genen die een rol spelen.

#6

barthol

    barthol


  • >100 berichten
  • 154 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 15 november 2009 - 20:32

Ik heb zojuist nog even met Google gezocht op het onderwerp.
Een interessante publicatie is Genetic Evidence for the Convergent Evolution of Light Skin in Europeans and East Asians (Oxford Journals, Molecular Biology and Evolution, 2006)

#7

barthol

    barthol


  • >100 berichten
  • 154 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 16 november 2009 - 18:19

Ik heb nu wat meer tijd en zal proberen wat gerichter en duidelijker antwoord te geven op de specifieke vraag van Esq.
(naar beste weten natuurlijk, en anderen kunnen me uiteraard verbeteren of aanvullen als dat gewenst is)

Het wordt algemeen aanvaard dat de verschillen in huidskleur oorzakelijk terug te voeren zijn tot geografische, en daarmee klimatologische gebieden. Naarmate de mens vanuit Afrika noordwaarts emigreerde kleurde zijn huid lichter om de opname van vitamine D te vergroten. Dat is het idee. Maar... Waarom bestaan er dan toch volkeren die in zeer koude regionen wonen, en desondanks toch een getinte huidskleur hebben? Zoals de Eskimo's of de mongoloÔde rassen bijvoorbeeld.
....


Het is eigenlijk verkeerd om geredeneerd, om het voor te stellen als een "doelgerichte evolutie" om de opname van vitamine D te bevorderen. Het is beter om te zeggen dat een donkere huidskleur (die oorspronkelijk was) beter beschermd tegen de schadelijke werking van een teveel aan UV straling. Met het noordwaarts trekken naar gebieden met minder UV straling verdween dat nadeel van een lichtere huidskleur en kregen mutaties die voor zo'n lichtere huidskleur zorgden een grotere kans om zich binnen de genenpool van de migranten te verspreiden, meer dan zij die kans hadden gekregen als de mensen in de tropen waren blijven wonen. Mutaties kunnen blijven bestaan zolang zij geen evolutionair nadeel blijken, en onstaan niet "per se" omdat het voordeel oplevert. Een voordeel (zoals een hogere vitamine D opname) maakt wel de kans op verspreiding groter als die mutaties eenmaal in de genenpool circuleren, maar natuurlijk slechts bij de nakomelingen van de mensen van de gemeenschap waar die mutaties in de genenpool voorkomen.

Er zijn wereldwijd verschillende mutaties geweest in de pigmentatiegenen ASIP en OCA2, varianten die voor een lichtere huidskleur zorgden, maar specifiek bij de voorouders van de Europeanen hebben (evolutionair vrij recent) zich in de voorouderlijke genenpool ook bepaalde mutaties voorgedaan in de pigmentatiegenen SLC24A5, MATP (soms ook wel SLC24A2 genoemd), en TYR die effect hebben gehad wat betreft een lichter uiterlijk. Dat bij eskimo's en Oost Aziaten die mutaties niet of weinig voorkomen komt omdat zij geen nakomelingen zijn van die Europese voorouderlijke gemeenschap waar die specifieke mutaties zijn ontstaan. De voorouderlijke lijnen hadden zich toen al gesplitst.

Het moet wel erfelijk doorgegeven zijn.

Veranderd door barthol, 16 november 2009 - 18:26


#8

Wouter_Masselink

    Wouter_Masselink


  • >5k berichten
  • 8247 berichten
  • VIP

Geplaatst op 16 november 2009 - 23:42

Dit geeft inderdaad duidelijk aan waarom mensen van verschillende stambomen door geografische verspreiding kunnen verschillen.
Ik interpreteer de vraag van de TS echter iets anders (als ik er naast zit, tell me). De TS wil weten waarom er blijkbaar minder evolutionair voordeel is voor inuit en andere noordelijke mensen om een lichtere huidskleur te krijgen. Hier heb je tussen neus en lippen door al antwoord op gegeven. Het gaat hier om een evenwicht tussen de aanmaak van vit.D en bescherming tegen UV straling. De TS was niet zozeer benieuwd naar de divergentie in de evolutie van de mens maar meer naar welke geografische factoren eraan bijdragen dat er selectie voordeel is.

In het geval van de inuit blijf ik in dat geval dan ook bij mijn eerdere 'educated guess' Natuurlijik zal consumptie vit. D rijk voedsel ook een factor spelen.
"Meep meep meep." Beaker

#9

barthol

    barthol


  • >100 berichten
  • 154 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 november 2009 - 19:09

Het is jammer dat TS niet meer reageert en toelichting geeft op zijn vraag.

Mijn bijdrage was ook om duidelijk te maken dat de fenotypische evolutie in Europa niet zomaar geprojecteert kon worden op de Inuit of (andere) mongoloide volkeren, of de mens in het algemeen. Dat daar het manko zat aan "het idee". Hoewel dat evenwicht tussen de noodzakelijke behoefte aan Vit D en bescherming tegen een teveel aan UV straling wel algemeen is.

Ik vraag me ook af hoe groot de rol is geweest van genetische drift bij die fenotypische ontwikkelingen in Europa. Vooral als het eigenschappen betreft die zich erfelijk gedragen als recessief, en die dus tot uitdrukking komen als mensen homozygoot zijn voor de betrokken allelen. Ik kan me heel goed voorstellen hoe die genetische drift plaats vond tijdens de neolitische expansie. Een landschap met allerlei heel kleine groepen mensen die eerder de neiging hadden om naar nog niet bevolkte streken te trekken en zich genetisch onderling te mengen dan om zich te mengen met andere groepen die deel uitmaakten van de oorspronkelijke genenpool.
Aan de andere kant lijkt natuurlijke selectie juist waarschijnlijker bij vele van die fenotypische eigenschappen, vooral om dat het zo goed lijkt te corresponderen met geografische breedte en de natuurlijke omstandigheden die daarbij horen. Het kan natuurlijk ook een combinatie zijn geweest van beide mechanismen.

Ik ben nog wat aan het lezen erover, met name over het zgn surfing effect, die term die ik vandaag alweer tegen kwam en waarover ik nog net niet genoeg ben ingelezen.

Veranderd door barthol, 20 november 2009 - 19:11


#10

barthol

    barthol


  • >100 berichten
  • 154 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 november 2009 - 23:32

By favoring the spread of new mutations, a consequence of the surfing phenomenon is to increase the rate of evolution of spatially expanding populations.

hmmmm,
de migratie/expansie van mensen naar nieuwe gebieden, zoals dat in de oudheid gebeurde gaf "an sich" al een versnelling van evolutie, door accumulatie van nieuwe mutaties aan het front van de expansie. Mutaties in allelen die vervolgens aan selectie of drift onderhevig waren. (En dat gaat verder dan alleen de mutaties die invloed hadden op het fenotype.)

Ik leer nog steeds. :eusa_whistle:





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures