Springen naar inhoud

Oefening op de algemene gaswet


  • Log in om te kunnen reageren

#1

JeanJean

    JeanJean


  • >250 berichten
  • 393 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 november 2009 - 18:12

Goeieavond

In onze cursus staan tal van vraagstukken met betrekking tot de algemene gaswet. Ik heb ze bijna allemaal gevonden, behalve deze twee:

1) Men wil ammoniak maken met 60 liter waterstof. Welk volume stikstof is nodig (zelfde temperatuur en druk)?
Welk volume ammoniak verkrijgt men (zelfde temperatuur en druk)?

2. Welk volume zuurstof is nodig om 15 liter ethaan (C2H6) tot koolstofdioxide en water te verbranden bij normaalomstandigheden. Welk volume lucht is dat bij 20 įC en 1015 mbar?

Kan iemand me op weg helpen bij beide vraagstukken?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44879 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 22 november 2009 - 18:15

Als je die andere oefeningen wťl vindt, waar loop je dan (in om te beginnen de eerste) op vast?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

JeanJean

    JeanJean


  • >250 berichten
  • 393 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 november 2009 - 18:22

De volgende redenering maakte ik bij de eerste vraag:

De reactie om ammoniak te vormen is:

N2 + 3 H2 → 2 NH3

Er is 60 liter waterstof, dus daaruit haal ik heet aantal mol waterstof met de algemene gaswet:

P.V = n . R . T en T = p dus n = V/R

Uit de reactie volgt dan dat er drie keer minder mol stikstofgas is invergelijking met waterstof gas.

En dan opnieuw de gaswet toegepast, en deze keer was Vstikstof = R.n

Ik kwam echter een andere oplossing uit dan die die in het handboek stond. Dus: waar zit de fout?

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44879 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 22 november 2009 - 18:28

De gaswet zegt simpelweg, (alle gassen even als ideaal beschouwend) dat een hoeveelheid van om het even welk gas bij gelijke temperatuur en druk een gelijk volume zal innemen.
(p en T constant, R is per definitie constant, dus geldt V=n*constante, ofwel lineair verband,
wordt n 2 x zo groot dan wordt ook V 2 x zo groot)

Uit je reaktievergelijking
1N2 + 3 H22 NH3 kun je dus uit je molverhouding 1 : 3 : 2 gelijk je volumeverhouding bepalen: .. : 60 : ..

Heen en weer rekenen zoals jij lijkt te doen moet exact hetzelfde resultaat opleveren, maar is natuurlijk wťl het uitnodigen van rekenfouten onderweg. Een rekenfout zal dan ook wel het probleem zijn. Maar daarvoor moet ik stap voor stap je berekening zien.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

JeanJean

    JeanJean


  • >250 berichten
  • 393 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 23 november 2009 - 20:29

Okť, bedankt voor de hulp. Ik ben er uiteindelijk uitgeraakt, het was een rekenfout. stom van me dat ik niet de korte weg zag!

Nogmaals bedankt.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures