Springen naar inhoud

Azijnzuurgehalte in tafelazijn


  • Log in om te kunnen reageren

#1

mausie129

    mausie129


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 november 2009 - 21:51

Hee allemaal,

ik moet voor school een practicum doen dat gaat over het azijnzuurgehalte van tafelazijn.
Dit doe je met het het toevoegen van natronloog met een M van 0,1078 en broomthymolblauw als indicator.

Nu moet ik in het verslag een paar (vind ik) lastige vragen beantwoorden, namelijk

1.Noteer de reactievergelijking van de reactie van natronloog met azijnzuur.
2.In welke verhouding in mol reageren azijnzuur en natronloog?
3.Bereken de gemiddelde hoeveelheid natronloog dat is verbruikt.
4.Bereken met de gegeven molariteit van natronloog het aantal mol natronloog dat is toegevoegd.
5.bereken de molariteit van de schoonmaakazijn
6.Bereken het aantal gram azijnzuur dat aanwezig is in 100mL van de schoonmaakazijn.
7.Vergelijk je uitkomst met de waarde op de fles azijn en verklaar het eventuele verschil.

1.Nou, de reactievergelijking is volgens mij: CH3COOH (aq) + OH- (aq) -> CH3COO-(aq) + H2O (l)
2.De verhouding die ze reageren 1:1
3.Omdat we een duplo proef moesten doen kwam het op 1e:9ml + 2e:7mL = 1,2:16mL -> 16/2= 8mL gemiddeld
4.De geven M was 0,1078, gemiddeld 8mL=0,008L -> 0,1078x0,008=0,0008624mol
5.Omdat Schoonmaakazijn en natronloog 1:1 reageren, is de molariteit van het schoonmakazijn dus 0,1078m/L
6.???
7.???

Zover ben iik gekomen, heb ik het tot nu toe goed gedaan? en hoe kan ik verder.

Kan iemand me alsjeblieft helpen.

Mvg,

Maurice

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

stoker

    stoker


  • >1k berichten
  • 2746 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2009 - 22:26

6: voor 5 heb je al de molaire concentratie gevonden, hoe ga je nu over naar de massaconcentratie? (g/liter)

#3

bsfa

    bsfa


  • >100 berichten
  • 114 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2009 - 22:30

Je bent aardig op weg, maar over antwoord 5 moet je nog maar even nadenken. Je hebt de berekening bij 4 niet voor niets uitgevoerd. Je hebt uitgerekend hoeveel mol OH- je hebt toegevoegd. Die hoeveelheid was gelijk aan de hoeveelheid azijnzuur (jouw antwoord op vraag 2).

Je schrijft je antwoorden best aardig uit, maar als je 't nog iets beter doet, snap je 't gegarandeerd veel beter. Met alleen maar getallen raak je de weg kwijt. Want waar heb je het over.

3.Omdat we een duplo proef moesten doen kwam het op 1e:9ml + 2e:7mL = 1,2:16mL -> 16/2= 8mL gemiddeld. => We hebben (gemiddeld) 8 ml NaOH toegevoegd.

4. De gegeven Molariteit VAN NaOH was 0,1078, gemiddeld 8mL=0,008L -> 0,1078x0,008=0,0008624mol NaOH

Combineer nu het antwoord van vraag 2 eens met dat van 4.

Bert

Veranderd door bsfa, 26 november 2009 - 22:31


#4

mausie129

    mausie129


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 november 2009 - 22:41

IK heb nu dit bij 6
6.Bereken het aantal gram azijnzuur dat aanwezig is in 100mL van de schoonmaakazijn.
Dichtheid van Azijnzuur :1,0492 g/cm≥ = 1,0492x10≥g/dm≥
Is gelijk aan 1,0492x10≥ g/L, nu is er geen 1L maar 0,1L(=100mL) -> 1,0492x10≥ x 0,1=1,0492x10≤ gram azijnzuur.

Wat u precies bedoelt met 5 over de combinatie van 2 en 4 snap ik niet helemaal, bij 4 moet je het aantal mol toegevoegd uitrekenen en bij 5 vragen ze de molariteit. Aangezien ze reageren 1:1 leek mij dat deze hetzelfde zou zijn als de Molariteit van het natronloog?

Maurice

#5

stoker

    stoker


  • >1k berichten
  • 2746 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2009 - 22:50

6 doe je niet goed. Het verband tussen beide concentraties is de molaire massa van azijnzuur, begin eens met die berekenen.

#6

bsfa

    bsfa


  • >100 berichten
  • 114 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2009 - 22:55

Bij 4 heb je het aantal mol OH- uitgerekend, en bij 2 weet je dat dat aantal mol OH- gelijk is aan het aantal mol azijnzuur (dat in de 100 ml huishoudazijn zat die je hebt gebruikt). Je hebt dus genoeg informatie om te berekenen hoeveel mol azijnzuur er in die 100 ml huishoudazijn zat. En dus kun je ook de molariteit van de azijnzuur oplossing berekenen.

Bert
(Ik heb delen vet weergegeven om te laten zien hoe je door specifiek te zijn beter kunt begrijpen hoe alles in elkaar zit. Er is geen gemakkelijkere manier om meer punten te scoren op een proefwerk en minder tijd kwijt te zijn met je huiswerk)

JIJ: bij 4 moet je het aantal mol toegevoegd uitrekenen en bij 5 vragen ze de molariteit.

IK: bij 4 moet je het aantal mol OH- toegevoegd uitrekenen en bij 5 vragen ze de molariteit van azijnzuur in de huishoudazijn.

Veranderd door bsfa, 26 november 2009 - 22:58






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures