Springen naar inhoud

Magnetische veldsterkte en inductie in een kern


  • Log in om te kunnen reageren

#1

mr. James

    mr. James


  • >100 berichten
  • 103 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 13 december 2009 - 00:28

Hallo

Ik ben een oefening aan het oplossen in mijn curcus Elektriciteit - Magnetisme, maar ik heb een gegeven tekort en twijfel aan mijn eigen werkwijze.
Opgave:
Een raamvormige kern in plaatstaal (dynamoplaat) en gelamelleerd (papierisolatie 5%) heeft afmetingen:
h1 = 0,06 m
h2 = 0,08 m
b = 0,1 m
d = 0,01 m
en heeft en homogene vierkante doorsnede van (0,01x0,01) m≤. De bekrachtigingsspoel heeft 400 windingen de gewenste inductie is B = 0,6 T. Bepaal de nodige stroomsterkte I.


Geplaatste afbeelding

Ik denk dite moeten oplossen met de wet van Hopkinson: N.I = H . lengte

Ik zie dit raam ook in een equivalent schema als: Fm (=de spoel) , een reluctantie door dynamoplaat, en een reluctantie door papier. Zodanig dat de wet van Hopkinson wordt:

N . I = Hdyn . Lengte + Hpap . Lengte

En ik reken de verkrijgen inductie om naar Hdyn en Hpap via een tabel. Maar ik weet nie of dit de juiste waarden zijn.
Op internet vond ik: 0,6 T komt overeen met 240 A/m. Maar voor Ķr van papier, of een tabel voor de inductie en veldsterkte bij papier heb ik niet gevonden. Ik nam voorlopig: 0,6T komt overeen met 110 A/m, want dit kan ik vinden bij 'niet magnetisch materiaal'.

Nu kom ik niet echt goed uit.

Klopt het dat ik geen rekening moet houden met de "5%" van papierisolatie? Want in een andere oefening hebben we de oppervlakte voor de isolatie, en oppervlakte voor het ijzer berekend.. Maar ik zie niet waar ik dat hier zou nodig hebben, aangezien de inductie al gegeven is, en de flux niet aan bod komt. Of is dat verkeerd?

En kan iemand mij helpen om ook de juiste omzettingen van inductie naar veldsterkte te weten?

Alvast bedankt

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

mr. James

    mr. James


  • >100 berichten
  • 103 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 13 december 2009 - 15:50

Moet de 5% isolatie misschien gezien worden als dat je 5% meer inductie moet berekenen om aan de vooropgestelde 0,6 T te komen?

#3

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6612 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 13 december 2009 - 15:55

Het betekent dat 5% van de kerndoorsnede uit papier bestaat.
Die moet je dus op de kerndoorsnede in mindering brengen om de effectieve ijzerdoorsnede te krijgen.

#4

mr. James

    mr. James


  • >100 berichten
  • 103 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 13 december 2009 - 16:29

Het betekent dat 5% van de kerndoorsnede uit papier bestaat.
Die moet je dus op de kerndoorsnede in mindering brengen om de effectieve ijzerdoorsnede te krijgen.


Maar die oppervlakte heb je toch niet nodig?
Ik weet niet goed hoe het equivalent schema eruit ziet?
Ik leerde dat je alles altijd zo berekent:
flux -> inductie -> veldsterkte -> strroom

met verband tussen flux en inductie: de formule Phi = B . A
tussen inductie en veldsterkte: meestal tabellen om Ķr te bepalen of rechtstreeks af te lezen
tussen veldsterkte en de stroom: de wet van hopkinson: N . I = H . lgem Ķ

En dan tekenen ik ook steeds het equivalent schema: zodat de wet van hopkinson kan worden toegepast
Met de wikkelingen als Fm.

Maar hier weet ik niet goed wat ik moet doen.

Als ik het equivalent schema opstel is dit gewoon 1 wikkeling die staat als Fm. En 1 reluctantie R waardoor een bepaalde flux loopt. Dus dat wordt dan allemaal voorgesteld door: N . I = H . lgem

Maar hoe kan ik die H nu berekenen? Ik leerde dat deze overal in een doorrsnede gelijk is.
En dan heb je toch ook geen oppervlakte nodig als je het op deze manier zou doen?

Veranderd door mr. James, 13 december 2009 - 16:32






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures