Springen naar inhoud

[latijn] annales (tacitus)


  • Log in om te kunnen reageren

#1

zaheer12a

    zaheer12a


  • >25 berichten
  • 31 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 13 december 2009 - 23:56

Ik heb dinsdag een SE en wil graag nog wat tips bij het voorbereiden.

Ik moet een aantal capita uit de Annales van Tacitus voorbereiden. Ik heb een werkvertaling gekregen van mijn docent. Waar moet ik daarbij dan precies op letter? Moet ik de verhaallijnen goed kennen, of moet ik op andere dingen letten.

En waar moet ik bij de Latijnse tekst op letten? Ik neem aan op constructies (abl.abs en AcI) enzo. Waar moet ik verder op letten?

Ik hoop dat ik snel antwoord kan krijgen, want ik heb nog maar één dag (Maandag).

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

In physics I trust

    In physics I trust


  • >5k berichten
  • 7384 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 december 2009 - 00:02

Wat bedoel je met SE?

Als het gaat over geziene tekst, is het belangrijk dat je ook inhoudelijk een zekere diepgang vertoont, maar dat je tegelijk het taaleigen van Tacitus goed onder de knie hebt. De abl. abs. is daar een voorbeeld van. Bij ons werd er gelet op hoe je de brevitas van het Latijn in Nederlands weergaf, foe je de variatio weergaf in het Ned. etc.

Voor ongeziene teksten gaat het er meer om dat je de inhoud op een correcte manier weergeeft. Vaak wordt er gepeild naar subtiliteiten die door de auteur worden gebruikt.


Maar merk op dat de beste voorbereiding niet nu gebeurt, maar reeds gebeurd is in de loop van het schooljaar tijdens de lessen :eusa_whistle:

Als dat je vraag kan beantwoorden...

Veranderd door In fysics I trust, 14 december 2009 - 00:03

"C++ : Where friends have access to your private members." — Gavin Russell Baker.

#3

druijf

    druijf


  • >250 berichten
  • 320 berichten
  • VIP

Geplaatst op 14 december 2009 - 00:17

Dit kun je het beste aan je eigen docent vragen, die weet beter hoe het SE eruit gaat zien dan wij.

Ik heb zelf geen Latijn gehad op de middelbare school, maar slechts op de universiteit, maar ik neem aan dat als je een werkvertaling krijgt dat je dan een behandelde latijnse tekst voor je neus krijgt en dat je dan een vertaling moet zien te produceren.

Het beste wat je kunt doen is de latijnse teksten doorwerken, en vervolgens bekijken aan de hand van de werkvertaling. Daarbij is het vooral van belang dat je snapt hoe de werkvertaling tot stand is gekomen vanuit de latijnse tekst. Probeer niet de vertaling uit je hoofd te leren, maar te begrijpen. Vraag jezelf af: "kom ik als ik het latijn lees op diezelfde vertaling uit?"

#4

In physics I trust

    In physics I trust


  • >5k berichten
  • 7384 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 december 2009 - 00:24

Let in het bijzonder op uitdrukkingen in de Nederlandse tekst. Er wordt vaak gevraagd of je ook weet wat er nu in het Latijn staat.
"C++ : Where friends have access to your private members." — Gavin Russell Baker.

#5

zaheer12a

    zaheer12a


  • >25 berichten
  • 31 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 14 december 2009 - 15:06

Bedankt voor deze tips. En een SE staat voor schoolexamen/tentamen/PTA.

Ik weet dat op het SE vragen worden gesteld als:

Geef voorbeelden van variatio in de regels x t/m y.

Citeer het Latijnse tekstelement waar XXX naar verwijst.

Geef drie Latijnse woorden die XXX betekenen uit de regels x t/m y.

En denken jullie dat het handig is om Latijnse grammaticastof nog door te nemen. Bijvoorbeeld het gebruik van de conjunctivus ed.?

#6

Prot

    Prot


  • >250 berichten
  • 478 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 december 2009 - 22:12

Bedankt voor deze tips. En een SE staat voor schoolexamen/tentamen/PTA.

Ik weet dat op het SE vragen worden gesteld als:

Geef voorbeelden van variatio in de regels x t/m y.

Citeer het Latijnse tekstelement waar XXX naar verwijst.

Geef drie Latijnse woorden die XXX betekenen uit de regels x t/m y.

En denken jullie dat het handig is om Latijnse grammaticastof nog door te nemen. Bijvoorbeeld het gebruik van de conjunctivus ed.?


Ik denk zeker dat het handig is omdat nog eens door te nemen, misschien ook je grammatica ( alle tijden zodat je daar bj je vertaling al zeker niet in de mist kunt gaan :eusa_whistle: ). ( Zo is het bij ons alvast) kan je je verwachten aan inhoudsvragen en zoals je al zei verwijzingen naar de tekst die verbanden kunnen houden. Misschien ook stijlfiguren uit de tekst halen en die uitleggen bijvoorbeeld. Veel succes.

#7

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 16 december 2009 - 15:23

Ik maakte eens een globale vrije vertaling uit het Duits,mogelijk is dat wat voor je:

''Gallie is in drie hoofdelen opgedeeld.Het eerste bewonen de
Belgen (Belgae),het tweede de Aquitaniers (Aquitani),het
derde de stammen,die in hun eigen taal Kelten (Celtea),in
onze-de rom.taal dus-Galli ofwel in Nl.de Galliers heten.''

Aanhangsel:
Woordelijk staat er dat Gallie in zijn geheel gezien in drie
delen is gedeeld,Caesar wil niet in detail de deling aangeven.
Hij bedoeld hier het nog niet onderworpen keltische gebied
tussen de Pyreneeen,Alpen,de Rijn en de Oceaan,en wel Gallia
Comata.
Tot Groot-Gallie ,het tijdens Caesar door Kelten bewoonde ge-
bied,behoorden bovendien Gallia citerior,oostelijk en zuide-
lijk van de Alpen en de Po-vlakte;door de Romeinen reeds voor
de 2.punische oorlog onderworpen,met de Rubicon als zuidelijke
grens en niet tot Italie gerekend.Verder Gallia ulterior,later
genoemd Narbonensis naar de hoofdstad Narbonne.de huidige
provincie,door de Romeinen 121 vC veroverd door verdrijving
van de Allobrogen -Kelten-de toenmalige bewoners van dat ge-
bied met hoofdsteden Vienna en Genva.Overigens kwamen deze
61 vC weer in opstand maar werden weer verslagen.
De Kelten bewoonden oorspronkelijk Zuid duitsland en Oost en
midden Frankrijk,drongen ca.600 vC geheel Frankrijk binnen,
kwamen in Spanje,veroverden in de 4.eeuw vC de Britse eilanden
en Noord Italie en trokken in de 3. eeuw vC tot in KleinAzie
(Galatien-duitse benaming).
Volgens overleveringen waren de Kelten een groot en krachtig
soort mensen met bleke huid en blauwe ogen.
Een sympathiek volk met goede zeden en gastvrij ;hun grote
fout (!?) was hun individualisme.Ze waren van machtige families
en clans afhankelijk en brachten het niet tot een
zelfstandige staat en heersten dan ook niet lang.Werden geassi
mileerd door andere volken en zijn nu bijna uitgestorven
Alleen in Bretagne,Ierland,Wales,Schotland,Man en andere
eilanden hebben zich resten gehandhaafd en bewaren hun eigen
karakter.
De Keltische oppida waren al voor de 4. en 5. eeuw vC aange-
legd,waren in Gallie het middelpunt van het land,religieuze
centra,zetels van bestuur,handel,ambacht,ed.Op hoogtes gelegen
en strategisch beveiligd,waren zij hoofdsteunpunten tegen vij-
andelijke aanvallen.De sterkste Gallische bergvestingen waren
Alesia (Alise-Saint-Reine),verder Cergovia dat door Caesar
tevergeefs werd belegerd,Avaricum,Bibracte (Autun) en Uxello-
dunum (Neuburg).
Tegen het einde van de oorlog kwamen de Galliers nog een keer
gezamenlijk in opstand onder leiding van de jonge koning
VERCINGETORIX,die uiteindelijk de slag van Alesia verloor en
zich vrijwillig overgaf tegen het einde van 52 vC.Er waren
80000 Galliers in de stad en 250000 man aan troepen eromheen
tegenover 50000 Romeinen.
Vercingetorix werd na zes jaar gevangen gehouden te zijn,na een
voorgeleiding bij Caesar,in een kerker gewurgd.
Vlak na het einde van deze Gallische oorlog eindigde het stad-
houderschap van Caesar.

Enkele geographische gegevens:

Stam Hoofdstad Momenteel

Sennonen Agendinicum Sens
Remer Durocortorum Reims
Bellovaken Bratuspatium Breteuil
Bibrax Beaurieu of Vieux Laon
Haduer Bibracte Autun
Sequanen Vesontio Besancon
Alisea Alise-Sainte-Reine
Allobragen-Kelten Vienna,Genva Vienne,Geneve
Noviodumur Soissons ad Aisne
Veromanduer Arras-Picardie
Nevers
Itius Boulogne
Alesia Alise-Bains-Reine,
ca.St>Etienne/Lyon?
Usipers-germanen Lippe

Archeologen vonden ca 100 oppidas.

Einde aanhangsel en verder met de Galliers (boek1):.

''Ze onderscheiden zich alle door hun taal,gebruiken en staatkun
dige inrichtingen.
De Garonne(Garunna) scheidt de Galliers van de Aquitaniers,de
Marne en Seine (Matrona et Sequana) van de Belgen.Onder al
dezen zijn de Belgen het dapperste.(zij kwamen oorspronkelijk
uit Duitsland.)
De Belgen wonen het verst van de cultuur en beschaving van de
Romeinse provincie,waardoor er bij hun weinig kooplui luxe
voorwerpen invoeren.Ze zijn ook de directe buren van de aan
de rechter -oostelijke -Rijnoever wonende Germanen en zijn met
deze constant in oorlog.
Hun gebied reikt tot de BenedenRijn en Noordoostelijke rich-
ting.''

Na de oorlogshandelingen van Caesar met de Helveten,die van
plan waren om vruchtbare gebieden in Gallie te veroveren en
met veel moeite werden bestreden vormden de Germanen,die er
een gewoonte van hadden gemaakt om de Rijn over te steken en
met grote massas naar Gallie te komen,een gevaar voor het Ro-
meinse volk.
''Ook geloofde hij (Caesar),dat de wilde Barbaren,als zij een-
maal geheel Gallie bezet zouden hebben,zich er niet van zouden
terughouden zoals vroeger de Cimbren en Teutonen,in de provin-
cie binnen te dringen en van daaruit naar Italie te trekken,
daar slechts de Rhone het land van de Sequaner (Seinemensen)
van onze provincie scheidt.
Daarom besloot Caesar om gezanten naar Ariovist,koning van de
Germanen,welke reeds eenderde van het Sequanes gebied in bezit
hadden genomen.Met de eis erbij om een dorp midden tussen hen
in te bepalen voor een overleg tussen hun.
Hij wilde met hem onderhandelen over een staatsaangelegenheid
en wel voor hen beide zeer belangrijke zaken .
Ariovis gaf deze gezanten ten antwoord,dat wanneer Caesar wat
van hem nodig had,Caesar zelf maar naar hem moest komen.Boven-
dien durfde hij niet zonder een leger in de door Caesar bezet-
te gebieden komen zonder aanvoermogelijkheid.Het komt hem
echter onbegrijpelijk voor,wat Caesar ofwel het Romeinse volk
in zijn door hem overwonnen Gallie te zoeken zou hebben.''

Een eind verder in het boek:''Ariovist antwoordde op Caesars
eisen (overleg bij Besancon) dat hij de Rijn niet eigenwillig
was overgestoken,doch op wens en uitnodiging van de Galliers;
niet hij was tegen de Galliers gaan vechten,doch omgekeerd.
Alle stammen van Gallie zouden tegen hem in oorlog zijn gegaan
doch ze waren alle verslagen.
Tijdens het overleg werd Caesar gemeld,dat Ariovist zijn rui-
ters de hoogte naderden,tegen de Romeinen optrokken en stenen
en speren naar hen wierpen-een verhaal wat betwijfeld wordt-
Caesar brak de onderhandelingen af en twee dagen later stuurde
Ariovist gezanten maar op dezelfde dag rukte hij op en leger-
de zes mijl van Caesars kamp ,aan een bergvoet.De dag daarop
leidde hij zijn troepen voorbij het romeinse kamp om Caesar af
te snijden van de graantoevoer uit het gebied van de Sequanen
en Haduer.Ariovist hield zijn leger in zijn kamp en voerde hij
elke dag ruiterslagen;daar waren de Germanen bedreven in.
Er waren 6000 ruiters,die ook uiterst beweeglijke en gedreven
soldaten waren.''
Uiteindelijk wonnen de legioenen van Caesar:''Alle vijanden
sloegen op de vlucht,slechts weinigen konden de Rijn over-
steken om hun leven te redden.Onder hen bevond zich Ariovist,
die een aan de oever vastgebonden boot vond en in deze
vluchtte.Alle overige werden door onzr ruiters ingehaald en
neergeslagen.Ariovist had twee vrouwen,een Suebin,die hij van
zijn thuisland had meegenomen en een Norikerin,de zuster van
koning Voccio,welke was meegenomen voor hem door zijn broer en
met wie hij in Gallie was getrouwd.Beide kwamen op de vlucht
om.Van zijn twee dochters werd er een gedood en de andere ge-
vangen genomen.Gaius Valerius Procillus ,die werd gevangen
gehouden in drievoudige ketenen,kon worden bevrijd,evenals
Marcus Metius.''

In een zomer had Caesar twee zware oorlogen beeindigd en
leidde,net als eerder, wanneer het wegens het jaarseizoen
nodig was,zijn leger om te overwinteren in het gebied van de
Sequanen.Hijzelf reisde naar Noorditalie om rechtzittingen te
houden.In nauwelijks vijf maanden had Caesar wereldgeschiede-
nis gemaakt,de Rijn was de grens van het Romeinse gebied tegen
de Germanen geworden.

Boek2 Tweede oorlogsjaar (57 vC)
''Toen Caesar,als eerder bericht,in NoordItalie en het leger in
winterkwartier lag,vernam hij herhaalde geruchten welke later
door berichtgeving van Labienus werden bevestigd,dat de Belgen
aaneengesloten-zoals reeds opgemerkt,bewonen zij een derde
deel van Gallie- tegen het Romeinse volk in opstand kwamen en
onderling gijzelaars uitwisselden. Hun samenzwering had de
volgende redenen: Ten eerste vreesden zij,dat ons leger na het
onderwerpen van geheel Gallie tegen hen zou opmarcheren.Dus
werden zij-de Belgen- door enkele Galliers opgehitst.

Op grond van deze berichten en meldingen vormde Caesar in
Noord Italie twee nieuwe legioenen (elk ca. 6000 man) en zond
deze onder leiding van de Legaat (generaal) Quintus Pedius
aan het begin van het warmere jaargetijde naar Gallie.Hijzelf
verscheen bij het leger,toen het groenvoedsel op de velden
in voldoende mate aanwezig was.De Senonen en overige Gallische
buren van de Belgen droeg hij op,hem van alle activiteiten bij
hen op de hoogte te stellen.Deze deden dit en meldden,dat men
troepenconcentraties vormde en de strijdmacht op een bepaalde
plaats samentrok.
Toen meende Caesar,dat hij niet meer kon aarzelen om tegen
hen op trekken.Hij zorgde voor de proviand,brak op en ver-
scheen in ongeveer 15 dagen aan de Belgische grens.

Toen hij daar onvermoed en boven alle verwachtingen snel aan-
kwam,stuurden de Remer,een belgische stam tussen Marne en
Seine,de belgische buren van Gallie,hun vorsten Iccius en Ande
cumborus als gezanten naar Caesar met de volgende verklaring:
Zij leverden zich en alle hun bezittingen uit aan de machtige
bescherming van het Romeinse volk;zij hadden met de overige
Belgen geen gemene zaak gemaakt en zich helemaal niet geweerd
tegen het Romeinse volk.Ze waren bereid om gijzelaars te geven
en om Caesars bevelen uit te voeren,hem in hun steden op te
nemen en met graan en wat dies meer zij te ondersteunen.
Alle overige Belgen stonden onder de wapenen,de Germanen aan
deze zijde van de Rijn zouden zich met hen verbonden hebben.

Toen Caesar hen vroeg,welke en hoe groot de stammen waren,die
bewapend waren en wat zij in een oorlog presteerden,stelde hij
het volgende vast:
De meeste Belgen stamden van de Germanen af,zouden heel vroe-
ger over de Rijn zijn gekomen,zouden zich daar wegens de
vruchtbaarheid van de bodem hebben gevestigd,de aanwezige Gal-
liers hebben verdreven toen in de tijd van onze vaderen (113-
101 vC) geheel Gallie door de Cimbren en Teutonen werd
geteisterd en alleen door hen tegen het indringen in hun land
werden gehinderd.
Door hun naburige en familiaire betrekkingen hadden ze ervaren
welke aantallen troepen elke stam op de gemeenschappelijke
landdag van de Belgen voor deze oorlog werden toegezegd.

De grootste rol speelde onder hen de Bellovakers-uit het
gebied tussen Seine,Somme en Oise -op grond van hun dapperheid
hun aanzien en hun bevolkingsaantal.Zij zouden 100000 bewapen-
den kunnen opbrengen waarvan ze 60000 elitetroepen toegezegd
hadden en verlagden het oppercommando in de hele oorlog.
De Suessionen waren buren van de Remers,zij zouden ver uitge-
strekte en de vruchtbaarste gebieden bezitten.Bij hen zou nog
in onze (Caesars) tijd Diviciacus koning zijn geweest,de mach-
tigste man van geheel Gallie,die niet alleen een groot deel
van deze streek,doch ook Brittannie zou hebben beheerst; nu
was echter Galba hun koning,welke de gezamenlijke leiding van
de oorlog zou hebben gekregen.
Zij -de Suessionen- zouden 12 steden bezitten en 50000 in uit-
zicht gesteld hebben.Evenzoveel zouden de Nerviers,welke als
bijzonder wild golden en aan de uiterste grens woonden-hebben
toegezegd,1500 man stelden de Atrebaten in het vooruitzicht,
10000 de Ambiers,25000 de MORINERS,9000 de Menapiers,10000 de
Caleten,het gelijke getal de Veliocassers en Veromanduers,
19000 de Atuakers.
De Condrusers,Eburonen,Caeroser,Paemaner-in een naam de
Germanen-schatte men op 40000.
Caesar wekte de Remer op,sprak ze vriendelijk toe en liet hun
gehele Senaat bij hem komen en de kinderen van de vorsten als
gijzelaars stellen.''
Na overleg en medewerking van de Haduer Diviciacus zette hij
zijn leger over de Aisne in het uiterste westen van het gebied
van de Remers en sloeg daar zijn kamp op-Berry aux Bac,tussen
Reims en Laon.(80 km tzv.Maubeuge en dat ligt tzv.Brussel op
de huidige grens Belgie/Frankrijk).
De remische stad Bibrax (Beaurieux of Vieux-Laon) lag 8 mijl
van dit kamp verwijderd.De Belgen begonnen deze direct met
grote energie te bestormen.
''De Galliers hebben de volgende zelfde belegeringsmethode als
de Belgen:Zodra men de de hele muur met aanvallers heeft om-
singeld begint men van alle kanten met stenen tegen haar te
slingeren totdat de muur tenslotte ontdaan is van alle tegen-
standers,dan nadert men haar met een afschermend dak en brengt
haar tot instorten.Dit gebeurde destijds met gemak,want zulk
een geweldige mensenmassa slingerde stenen en 'geschosse',dat
niemand het meer op de muur uithield.''
Weer enkele dagen later:
''Nadat Caesar drie dagen door het land van de Ambianer,een
kuststam aan de Somme,met hoofstad Amiens trok,ervoer hij van
gevangenen dat de rivier de Selle nog 10 mijl van zijn kamp
verwijderd was en op de rechter-oever hadden de Nerviers
stellingen betrokken,en wachtten in gezelschap van hun buren,
de Atrebaten en Veromanduern,de komst van de Romeinen af.
De vrouwen en verdere verwanten die voor de strijd ondeugdelijk
waren,hadden zij op een plek gebracht waar een leger hen wegens
de moerassen niet kon bereiken.''

De natuurlijke geschiktheid van de plek (wrs.6 tzwv Maubeuge)
welke de Romeinen voor het kamp hadden uitgezocht,was de vol-
gende:Een door vanaf haar top gelijkmatig glooiende helling
vanuit het kamp gezien;aan de andere zijde van de rivier verhief
zich nog een heuvel met gelijke helling,aan de voet ongeveer 200
schreden onbebost,vanboven dicht bebost.De rivier
diepte bedroeg ongeveer drie voet.

boek3 Derde oorlogsjaar (56 vC).
Terwijl andere Romeinse legioenen Aquitania onder de voet lie-
pen:
''Bijna gelijkertijd leidde Caesar niettegenstaande het bijna
afgelopen warme jaargetijde zijn leger in het gebied van de
MORINERS en MENAPIERS,daar deze als enigen na de onderwerping
van geheel Gallie nog bewapend waren en nog nooit gezanten naar
hem hadden gestuurd met een verzoek om vrede.
Hij geloofde namelijk,de oorlog tegen hen snel te kunnen uit-
voeren.Deze maakten zich echter gereed om hem geheel anders
als de overige Galliers te voeren.Want daar zij zagen dat de
grote volksgroepen,die zich hadden ten strijde hadden begeven
volledig werden verslagen en zij aaneengesloten woud-en moeras
gebieden bezaten,trokken zij zich bezakt en bepakt daarnaar
terug.
Toen Caesar aan de rand van deze wouden was gekomen en een
vaste kampplaats begon op te zetten omdat de vijand zich nog
niet had laten zien,stormden zij,toen wij bij het werk verdeeld
waren,plotseling van alle kanten van het woud tevoor-
schijn en overvielen ons.
Wij grepen snel naar de wapens,joegen ze in de wouden terug,
sloegen er verscheidene neer,maar hadden echter toen wij hen
dieper op onbegaanbaar terrein achtervolgden,enige verliezen.

De volgende dagen liet Caesar ononderbroken de wouden omkappen
en opdat de onbewapende en onvoorbereide troep niet vanuit de
flank zou kunnen worden overvallen,stapelde hij dit gezamelijke
gekapte hout aan de naar de vijand gerichte kant op en
vervaardigde op die manier een soort wal.Toen men met ongeloof-
lijke tempo in enkele dagen een flink stuk opgeschoten was en al
reeds het vee en de laatste bagagewagens aan het einde van de
kolonne -van de Moriners- in onze handen waren en de vijand zich
in dichtere wouden terugtrok,werd het zo'n heftig slecht weer,
dat de onderneming noodgedwongen werd afgebroken en wegens de
ononderbroken regenbuien de troep niet langer onder tenten ge-
houden kon worden.
Daarom verwoestte Caesar het land,stak dorpen en hoeven in brand
en leidde het leger terug en legerde het in winterkwartier in
het gebied van de Aulerken,Lexoviers en in dat der overige stam-
men,die pas de oorlog waren begonnen.

boek4 Vierde oorlogsjaar (55 vC)
Na nog met de Germanen aan de Rijn in gevechten te zijn geweest
maakte Caesar plannen om naar Brittanie te gaan daar hij wist
dat men van daar uit hulp verleende aan de Galliers en om meer
te weten te komen over dat gebied en het volk.

CICERO beschreef Brittannie als een land liggende aan de rand
van de wereld! Het klimaat vond men milder dan in Gallie.De be-
volking van Kent het meest geciviliseerd.

Het boek vervolgende:
''Om dit vast te stellen,voordat hij aan de gevaarlijke onderne-
ming begon,stuurde hij Gajus Volusenus,die hem daarvoor geschikt
leek,op een oorlogsschip vooruit met de opdracht om na volledige
onderzoekingen zo spoedig mogelijk naar hem terug te keren.
Hijzelf marcheerde met alle troepen naar het gebied van de
Moriners,daar van daaruit de overtocht naar Brittannie het kort-
ste was.Hier liet hij uit alle richtingen de schepen van de aan-
grenzende staten en de in de vorige zomer voor de Venetische
oorlog gebouwde vloot zich verzamelen.
Toen Caesar zich in deze gebieden met het gereedmaken van de
schepen bezig was,verschenen uit een groot deel van het gebied
der Moriners gezanten bij hem,welke zich voor hun vroeger gedrag
moesten verontschuldigen dat zij als vreemden en niet vertrouwd
met de Romeinse zeden,met ons de oorlogzouden zouden zijn begon-
nen,ook moesten zij beloven,zich te onderwerpen aan zijn orders.
Hij was ervan overtuigd,dat dit voor hem heel gunstig was,daar
hij geen vijand achter zijn rug wilde achterlaten.Ook had hij
wegens het gevorderde jaargetijde geen mogelijkheid meer om oor-
log te voeren en meende niet dat hij zich met dit soort
onbeduidende dingen moest bezig houden voorafgaand aan de Brit-
se onderneming.
Daarom gaf hij hen opdracht om een groot aantal gijzelaars ter
beschikking te stellen;toen deze aangevoerd waren,nam hij de
stam onder Romeinse bescherming.Toen hij ongeveer 80 lastschepen
had verzameld en samengetrokken-zoveel achtte hij voldoende
voor het transport van twee legioenen (12000 man)-verdeelde hij
wat hij buitendien aan oorlogsschepen bezat,aan de questor,de
legaten (generaals) en prefecten.Hierbij kwamen achttien vracht-
schepen,welke op een afstand van acht mijlen door een storm
vastgehouden,in deze haven-Itius,wrs.Boulogne-niet konden binnen
varen.Deze schepen wees hij de ruiterij toe.
De rest van het leger liet hij in het gebied van de Menapiers
en in die gouwen van de Moriners leiden,welke geen gezanten had-
den gestuurd.
Bij Brittannia aangekomen (26 aug.55vC),ontdekte hij op alle
hoogten verdeelde bewapende vijandelijke troepen;de terrein-
gesteldheid was zodanig en de zee zo nauw door bergen ingesloten
dat men vanaf de hoge stellingen het strand onder schot kon nemen.
Dat was de reden,dat hij zeven mijl verder voer en daar de schepen
voor anker liet gaan voor een overzichtelijk vlak stand (wrs.Deal).
Toen echter de barbaren onze plannen door hadden,stuurden ze de
ruiterij en de wagenvechters vooruit en volgden met overige
troepen en probeerden ons te verhinderen om de schepen te verla-
ten.''
Tot zover Brittannia.(blz.171)

Na zijn expeditie naar Brittania en het verkrijgen van een dub-
bel aantal gijzelaars,die naderhand naar het vasteland moesten
worden gebracht en wegens het niet meer helemaal zeewaardig zijn
van zijn schepen wilde hij voor de winterstormen terug hebben
naar Gallie.Alle schepen kwamen onbeschadigd aan het vaste land,
maar twee lastschepen konden de haven niet bereiken en dreven
een eindje weg in zuidelijke richting (dus tzv.Boulogne).
Dit gebeurde midden september;ca.drie weken na de eerste landing
welke in feite een proeflanding was ter voorbereiding van een
grotere invasie,welke een jaar later zou geschieden.
Toen er ongeveer 300 man van boord gingen en naar de legerplaats
marcheerden,werden ze,door hoop en buit aangetrokken,door een
schaar Moriners,welke voor de Britse expeditie door Caesar waren
onderworpen,omsingeld.Eerst waren ze in een niet al te groot
aantal en ze eisten van onze mensen om de wapens af te geven als
ze niet gedood wilden worden.
Toen zij een carree vormden en zich verdedigden,kwamen er op het
geschreeuw al gauw 6000 vijanden samen.Naar aanleiding van het
bericht hierover stuurde Caesar de gezamelijke ruiterij uit de
legerplaats naar zijn mensen voor hulp.Intussen hielden onze
soldaten stand tegen de vijandelijke aanval,vochten meer als
vier uur op zijn heldhaftigst en sloegen zelfs veel van hen neer
met slechts weinig eigen gewonden.Toen echter de ruiterij opdook
wierpen de vijanden de wapens weg ,begonnen te vluchten en wer-
den in een groot aantal neergehouwen.

boek 5 Vijfde oorlogsjaar (54 vC)
In dit jaar liet Caesar 600 lastschepen en 28 oorlogsschepen
als snelzeilers bouwen en ook vlakker dan men gewend was op de
Middellandse Zee.Alle wat voor de schepen nodig was,liet hij uit
Spanje komen.
In het voorjaar liet hij ze zich verzamelen in Portus Itius
(Boulogne) om later naar Brittanie te varen met troepen.Zelf
trok Caesar met 4 legioenen en 800 ruiters naar de Treveren
(Moezelgebied),om deze stam weer onder controle te krijgen.
In deze stam was er een machtsstrijd tussen Indutiomarus en Cin-
getorix,welke laatste met Caesar contact nam om hem van zijn
vredelievendheid te overtuigen,terwijl de ander (Ind.) aanstal-
ten maakte ruiterij en voetvolk bijeen te brengen en niet tot
vechten in staat zijnde mensen in het geweldige Ardennenwoud te
verbergen.
Toen dze aangelegenheid opgelost was,ging Caesar met zijn
legioenen naar Portus Itius,waar hij vernam,dat er 60 schepen
door een storm uit de koers waren geraakt en op andere plaatsen
waren teruggekeerd.Alles was verder startklaar om uit te zeilen;
ook waren daar reeds 4000 ruiters aanwezig uit geheel Gallie met
ook alle stamvorsten.Hij wilde hiervan weinige in Gallie achter-
laten wegens ontrouw en ze meenemen als gijzelaars,daar hij een
opstand van Gallie verwachtte.Onder hen bevond zich Dumnorix,
die gold als een bijzonder invloedrijk man in Gallie.Na 25 dagen
besloot Caesar uit te varen,echter toen was Dumnorix met zijn
ruiterij gevlucht.Hij werd echter gevangen genomen en gedood.
Hierna liet Caesar 3 legioenen en 2000 ruiters op het vaste land
achter om de havens te beschermen en Gallie in het oog te houden
en voer zelf met 5 legioenen (60000 man) en 2000 ruiters naar
Brittanie.
De zware transportschepen konden door ononderbroken en ingespan-
nen roeien hetzelfde tempo houden als de oorlogsschepen.Na ver-
trek de vorige avond kwamen ze 's-middags bij Brittannie,waar ze
geen enkele vijand zagen,die zich echter op hoogtes hadden terug
getrokken toen ze zoveel schepen aan zagen komen.Er werden meer
dan 800 schepen waargenomen.
Hierna waren er diverse vijandelijkheden met de in Brittanie wo-
nende stammen onder leiding van Cassivellaunus,wiens rijk door
de Theems van de zeestaten werd gescheiden op ca 80 mijlen af-
stand.
Het binnenland werd bewoond door oerbewoners,de kustgebieden
door van het vaste land afkomstige stammen die zich daar
uiteindelijk als boeren hadden gevestigd.Tot zover Brittanie na
de tweede Romeinse invasie.
Het vijfde oorlogsjaar eindigde met een tweede terugkomst van
Caesar met legioenen uit Brittanie en strijd met opstandige stam
men in geheel Gallie met als hoofdfiguur Indutiomarus,op wie dan
ook de jacht werd geopend op die in een rivier werd gegrepen en
neergeslagen.Zijn hoofd werd mee terug genomen in de legerplaats
en inderweg werd eenieder die men tegenkwam,gedood door de
ruiterij.Hierna trokken de troepen van de Eburonen en Nerviers
zich terug en had Caesar wat meer rust in Gallie.

boek 6 Het zesde oorlogsjaar ( 53 vC)

Voor de afloop van de winter trok Caesar met 4 andere legioenen
het land der Nerviers (tussen Schelde en Maas-midden Belgie) on-
verwacht binnen en beroofde het voordat men kon vluchten van vee
en mensen,liet deze buit over aan de soldaten,verwoeste het land
en dwong de vijand om zich te onderwerpen en gijzelaars te
stellen en vertrok met legioenen naar de Senonen en Pariser,die
ook opstandig waren geworden.
De Menapiers stuurden gezandten naar hem en verzochten om vrede;
hij nam gijzelaars in ontvangst en dreigde hen als vijand te
behandelen indien zij Ambiorix of zijn gezandten in hun gebied
opnamen.Toen trok hij op tegen de Trevierers in het Moezelgebied
welke grote troepenconcentraties vormden met voetvolk en ruiters
en voorbereidingen troffen om Labienus met zijn overwinterende
legioen aan te vallen.

Het zesde boek van Caesar gaat nu verder met een bevolkingsom-
schrijving:

"In geheel Gallie zijn er twee klassen van mensen,die ergens gel-
ding en eer genieten.Want het lagere volk neemt practisch de
plaats van slaven in.

De ene klasse bestaat uit de Druiden,,welke de godsdienst onder-
houden en de openbare en prive offers organiseren;bij hun bevin-
den zich grote aantallen jonge mannen die onderricht ontvangen
en genieten hierdoor grote verering!
Want zij beslissen bij bijna alle openbare en private menings-
verschillen,spreken het oordeel bij misdaad,erfenissen en grens-
problemen.Houdt iemand zich niet aan hun beslissing,dan wordt
deze uitgesloten van de godsdienst en dit geldt als de hardste
straf want iederen gaat hen uit de weg en mijdt een gesprek.
De Druiden trekken niet mee in de oorlog,en betalen geen belas-
tingen,vandaar dat vele in hun leer gaan of door familie worden
gestuurd.
Men beweert,dat zij grote aantallen verzen uit het hoofd leren,
vandaar dat sommige er twintig jaren blijven.Zij houden het voor
een zonde om deze verzen op te schrijven,hoewel zij in staats-en
privaat-aangelegenheden het griekse schrift gebruiken.

De andere klasse is die van de ridders.Wanneer er ergens wat no-
dig is-gebrek aan is- en er is een oorlog uitgebroken;dit
gebeurde voor Caesar's komst in de regel ieder jaar ,dat zij
vijandelijkheden openden of afweerden,staan deze alle paraat en
hebben afhankelijk van hun invloed door afkomst of middelen,ge-
volg en horigen om zich heen.Dat is de enige vorm van aanzien en
macht die ze genieten.

De Galliers zijn alle in hoge mate religieus,daarom worden er
zowel mensen als dieren geofferd en bedienen ze zich van Druiden
als offerpriesters.Er zijn stammen die reusachtige bouwwerken
hebben van stammen met vlechtwerk,welke worden gevuld met mensen
en dan van onderen worden aangestoken.Het offeren van gevangenen
voor diefstal,roof en andere misdaden in naar hun mening
aangenamer voor de onsterfelijke goden,dus zodra het aan derge-
lijke mensen ontbreekt worden er onschuldigen geofferd.

In de overige levensgewoonten onderscheiden ze zich in het alge-
meen van andere mensen daardoor,dat zij hun zonen,behalve wan-
neer zij volwassen zijn,in hun nabijheid dulden,daar ze het als
een schande zien om een zoon op kinderleeftijd aan de zijde van
zijn vader te zien.
De mannen verzamelen net zoveel geld als zij van hun vrouwen als
medegave hebben gekregen uit eigen vermogen naar voorafgaande
taxatie bij elkaar.Over deze som wordt gemeenschappelijk boek-
houding gevoerd en de renten worden gespaard;wie de ander over-
leeft op die gaat beider aandeel en renten uit vroegere jaren
over.De mannen hebben tegenover de vrouwen,alsook tegenover de
kinderen de macht over leven en dood.Als er een familie-vader is
gestorven komen zijn verwandten bij elkaar en onderwerpen,indien
de dood verdacht voorkomt,de vrouwen aan een pijnlijke ondervra-
ging als bij de slaven en doden haar indien er wat bewezen is na
foltering onder gruwelijke martelen door verbranding.

De levenswijze van de Germanen is wezenlijk anders;ze hebben
noch Druiden of een voorkeur voor offers.Onder goden tellen ze
slechts die,welke ze zichtbaar waarnemen en hun ingrijpen ogen-
schijnlijk ervaren,namelijk de zon,het vuur en de maan.De overi-
ge kennen ze niet eens van horenzeggen.Hun hele leven bestaat
uit jagd en oorlogvoeren.Van klein af aan zijn ze op inspanning
en harding ingesteld.Wie het langste kuis bleef,oogst bij hun de
hoogste roem.Hierdoor zou de groei worden bevorderd,krachten
groeien en spieren gesterkt worden.Voor het twintigste levens-
jaar omgang met een vrouw hebben houden zij voor grote schande.

Akkerbouw beoefenen ze niet bizonder ijverig en het grootste
deel van hun voeding bestaat uit meel,kaas en vlees.
Niemand heeft afgebakend grondbezit of eigen velden,want de ge-
zagsdragers en vorsten dlen altijd voor een jaar de sibbes (d.z.
families) en geslachten en andere genootschappen zoveel akkers
en de plek ervan toe als ze nodig vinden en dwingen hen een jaar
later ergens anders heen te trekken.Ze voeren hiertoe vele gron-
den aan:Ze moeten niet,verleid door aanhoudende gewoonten,het
krijgshandwerk verruilen tegen de akkerbouw;moeten er niet naar
streven om grote landerijen te verkrijgen en de machtigeren moe-
ten niet de zwakkeren van hun bezit verdrijven.Ze moeten geen
huizen bouwen als bescherming tegen kou en hitte.Ook moet de
zucht naar geld niet groot worden;dat is de oorzaak van groeps-
vorming en splitsingen.Men wil het volk door genoegzaamheid bij
elkaar houden opdat een ieder ziet dat zijn bezit overeenkomt
met dat van de machtigsten.

Het geldt voor de (Germaanse) stammen als hoogste roem om zo mo-
gelijk grote landstreken in hun omgeving te verwoesten en daar
braakliggend terrein te hebben.Ze houden het als bewijs van dap-
perheid als hun buurvolken,uit hun gebied verdreven,het veld
ruimen en niemand het waagt zich in de buurt te vestigen.
tegelijk geloven ze hierdoor in grotere veiligheid te zijn wan-
neer hen de vrees voor een plotselinge inval weggenomen is."

Tot zover de Germaanse leefgewoonten.

"Er was vroeger een tijd,dat de Galliers de Germanen in dapper-
heid overtroffen en ook aanvielen en wegens overbevolking en
landgebrek kolonisten over de Rijn stuurden.En zo bezetten de
Volker-Tectosagen (een Keltische stam uit de omgeving Toulouse)
de vruchtbaarste streken van Germanie om het Hercynische berg-
woud.Volgens horenzeggen,zoals ik zie,Eratosthenes(uit Kyrene
van 275-195 schreef 3 geogr.werken) en andere griekse schrijvers
noemen dit het Orcynische bergwoud.Hier vestigden zij zich.
Deze volksstam handhaafde zich tot heden op deze woonplaats en
geniet de roem van de hoogste gerechtigheid en oorlogsbedreven-
heid.
Het hierboven vermelde Hercynische bergwoud kan door een rustige
voetganger in breedterichting in 9 dagen doorkruist worden.Op
een ander manier kan men zijn afmeting niet bepalen;een andere
meting van de wegen kennen ze niet.Het strekt zich uit van het
gebied van de Helvetiers,Nemeter en Raurakers evenwijdig met de
loop van de Donau tot het gebied van de Dakers en Anartiers.Van
hier vertakt het zich links van de rivier in verschillende rich-
tingen en er is niemand in het aan ons bekende gedeelte van Ger-
manie,die zou kunnen beweren dat hij na een zestigdaagse wandel-
tocht het begin van dit gebergte heeft bereikt of alleen maar
heeft gehoord,waar het begint.Er leven verschillende diersoorten
en wel een rund in de vorm van een hert,verder oerossen die
kleiner zijn dan olifanten.Ze zijn zeer sterk en snel en gaan op
mensen en dieren af zodra ze deze zien.Men vangt ze in vanggeu-
len en doodt ze dan.De horens dienen als teken van grote roem.
De Germanen verzamelen ze hartstochtelijk,vatten de randen in
ziver en gebruiken ze bij festiviteiten als drinkbekers."

De oorlog in midden Belgie (Germania Inferior met Menapiers,Ubi-
ers en Cyberniers) vervolgende:
" Alle dorpen en hofsteden,die men kan zien,werden in de asgelegd,
het vee afgeslacht,uit alle streken werd buit meegesleept.Het
graan werd niet alleen door zoveel mensen en zoveel vee ver-
bruikt,maar lag ook tengevolge van in deze tijd vaak optredende
regenbuien vernietigd op de bodem (daar het vanwege de oorlogen
niet was geoogst),zodat wie zich momenteel verborg,na aftocht
van het leger in alle opzichten moest omkomen.
Toen op deze wijze het land verwoest was,leidde Caesar na het
verlies van twee kohorten (2x600 man) het leger naar Duricorto-
rum in het gebied van de Remers (NO van Parijs) terug.Daar hield
hij een landdag voor Gallie,verrichtte een onderzoek over de op-
stand der Senonen en Carnuten,velde over Acco,de aanstichter van
de gehele aanslag een hard oordeel en liet hem naar de gewoonte
van de gerechtzitting,terechtstellen.
Daarna legde hij twee legioenen aan de grenzen met de Trevierers
en twee in het gebied van de Lingonen,de overige zes in het land
van de Senonen in Agedincum in winterkwartier en ging zoals in
ieder jaar naar Boven Italie om gerechtzittingen te houden."

boek 7 Zevende oorlogsjaar (52 vC)

"Daar Gallie rustig was,reisde Caesar,zoals hij zich had voorge-
nomen naar Bovenitalie om gerechtzittingen te houden.Daar vernam
hij van het vermoorden van Publius Clodius en trof,van het se-
naatsbesluit op de hoogte dat de Italiaanse jonge mannen de eed
op het vaandel moesten afleggen,een recruteringsmaatregel in de
gehele provincie.Dit werd vlug in Gallie bekend en werden er
weer oorlogsplannen gesmeed.De vorsten kwamen samen in verborgen
woudstreken en beklaagden zich over de terechtstelling van Accos
en wezen erop dat hun hetzelfde lot kon treffen.
Op dezelfde wijze zweepte de Arverner Vercingetorix,de zoon van
Celtillus,een zeer invloedrijke jonge man,met gemak zijn onder-
horigen,die hij opgeroepen had,op.Zijn vader,de leider van
geheel Gallie,was,omdat hij koningswaardigheid nastreefde,door
zijn stamgenoten vermoord.
Toen men Vercingetorix'plan vernam,greep men naar de wapens.Hij
kreeg problemen met Gobanitio,de broerder van zijn vader en
andere voornamen,die geloofden dat men op deze manier het nood-
lot niet mocht tarten.Dus werd hij uit de stad Gergovia (Z.van
Clermond-Ferrand) verdreven.
Niettegenstaande gaf hij zijn plan niet op,maar recruteerde op
het platteland naar hem toegekomen medestanders.Toen hij genoeg
troepen had verjoeg hij zijn tegenstanders uit het land;zijn
aanhangers verleenden hem de koningstitel.Overal zond hij gezan-
ten naar toe en bezwoer iedereen in trouw te volharden.Hij gewon
vlug de Senonen,Parisier,Pictonen,Cadurker,Turoner,Aulerker,Lemo
viken,Anden en alle overige kuststammen voor zich.Eendrachtig
overdroegen ze hem het opperbevel.Op basis van deze hem verstrek
te macht eiste hij van alle stammen gijzelaars en droeg hen op
om hem vlug een bepaald aantal soldaten ter beschikking te stel-
len en bepaalde hoeveel wapens en op welk ogenblik elke stam
dit moest opbrengen.Zijn bizondere interesse richtte hij op de
ruiterij.Hoogste ijver verbond hij met grote gestrengheid.
Door de hardheid van de straffen liet hij nog aarzelende komen.
Want bij een groot verloop liet hij de daders door vuur en al-
lerlei martelingen pijnlijk doden.
Bij een kleiner vergrijp liet hij hen de oren afsnijden of een
oog uitsteken en ze dan als waarschuwend voorbeeld naar huis
sturen,opdat ze de anderen door de gruwelijke straffen afschrik
ten.Andere stammen riepen de hulp in van de Romeinse legaten om
voetvolk en ruiterij;hierdoor kwamen de troepen van Vercingeto-
rix in het gebied der Biturgen.De aan de Loire aangekomen
hulptroepen van de Romeinen durfden de rivier niet over te ste-
ken en keerden weerom en meldden onze legaten (generaals),dat
zij uit vrees voor de trouweloosheid der Biturgen waren gekeerd.
Ze hadden namelijk vernomen,dat deze van plan waren om hun na
het oversteken van de rivier in te sluiten,terwijl de Averners
dit aan de andere zijde van de rivier van plan waren te doen.
Of dit de waarheid was,of trouweloosheid,kon niet met zekerheid
worden beweerd,daar het voor ons op geen enkele wijze vaststaat.
Na hun afmars verbonden de Biturgen zich met de Averners."

"Toen Caesar dit ervoer en zag dat de verhoudingen in Rome door
het energieke ingrijpen van Pompeius in een draaglijke toestand
was gekomen,reisde hij naar de Gallische provincie aan de andere
zijde van de Alpen. Daar geraakte hij in grote problemen om bij
zijn leger te komen."

Enkele legeraanvoerders van Caesar in dit oorlogsjaar waren de
jonge Brutus,Titus Sextius;bij de Galliers Eporedorix en Viri-
domarus,welke van verraad beschuldigd door de Romeinen zonder
verhoor werden terchtgesteld.
Aan het einde van dit jaar van veel oorlogshandelingen,waarbij
de meeste Gallische stammen weer onderworpen werden gaf Vercin-
getorix zich over aan Caesar om aan de strijd een einde te maken
en om de Romeinen gunstig te stemmen doordat hij levend werd
uitgeleverd.
Hierna zond Caesar diverse legioenen in de diverse streken en
besloot zelf om in Bibracte te overwinteren.Toen de resultaten
van dit jaar door zijn berichten in Rome bekend werden,werd er
een dankfeest van twintig dagen gehouden.
Na het dramatische hoogtepunt,de val van Alesia en de gevangen-
name van Vercingetorix,beeindigt Caesar met de fijngevoeligheid
van een stilist zijn commentaren.(Volgens bijbehorende verduide-
lijking in Caesars boek!)

Vercingetorix werd na zes jaar gevangen gehouden te zijn,na een
voorgeleiding bij Caesar,in een kerker gewurgd.


boek 8 door A.Hirtius ,een vriend van Caesar

Uitgenodigd door een andere vriend van Caesar,nl.Balbus,besluit
Hirtius de berichtgeving van de Gallische oorlog aan Caesar,daar
zijn latere geschriften (Caesars') niet samenhangen met de voor-
afgaande en leidde het laatste noch niet voltooide van de ge-
vechten in Alexandrie tot de dood van Caesar,niet tot het einde
van de burgeroorlog,welks afloop nog niet te zien was

. Gedurende zijn winterverblijf in Belgie vervolgde Caesar slechts
een doel en wel om de goede verstandhouding met de stammen te
behouden en niemand de hoop of aanleiding tot een oorlogshande-
ling te geven.Dan hij wenste niets minder,dan om zich nog kort
voor zijn aftreden als stadhouder in een dwangsituatie van een
oorlog geplaatst te zien.
Op het punt staande om zijn legers terug te trekken,wilde hij
Gallie niet in de een of andere oorlog achterlaten.Hij vereerde
de stammen met onderscheidingen,gaf hun vorsten reusachtige ge-
schenken en legde hun geen nieuwe lasten op! Op die manier kon
hij het door talrijke nederlagen verzwakte Gallie in een vreed-
zame gehoorzaamheid houden,daar deze situatie beter was indien
het zich voegde naar de wensen van de Romeinen.
Na het wintereinde vertrok hij naar Bovenitalie voor de eindfase
van zijn stadhoudersschap om ondermeer te pogen zijn Questor
Marcus Antonius bij het verkrijgen van een priesterambt te onder
steunen.
Door tegenstanders in de Romeinse Senaat werd er een Senaatsbe-
sluit doorgedrukt om oorlog te voeren tegen de Parthen en men
eiste legioenen van hem op.Caesar verdeelde zijn leger in de
winterkwartieren om Gallie zoveel mogelijk te kunnen beveiligen.

In Italie aangekomen,ervoer Caesar,dat de beide hem ontnomen le-
gioenen,die in de strijd hadden moeten worden gezet,door de con-
sul Marcellus aan Gnaeus Pompeius waren ter beschikking gesteld
en in Italie waren achtergebleven.Ofschoon het hierdoor voor
niemand meer twijfelachtig was,wat men tegen Caesar in het
schild voerde,besloot deze toch,om alles rustig te accepteren
zolang er nog hoop bestond om op gerechtelijke gronden zich te
verdedigen dan om naar de wapens te grijpen.

Hij gaf zich moeite,.........

In het jaar 55 werd door de "Lex Pompeia Licinia" van de consuls
Gnaeus Pompeius en Licinnius Crassus het Gallische stadhouder-
schap met vijf jaar tot 01.03.49 verlengd.Een clausule van de
wet verbood om voor 01.03.50 over een opvolger van Caesar te on-
derhandelen.

CALIGULA wilde 100 jaar later opnieuw een invasie doen in Brit-
tannie,doch moest deze poging afgelasten omdat zijn soldaten
weigerden mee te gaan wegens de hen bekende verhalen over de
sterkte van de Brittanniers,hun vechtmethoden en het varen.

CLAUDIUS neemt echter niet veel later volledig bezit van Brit-
tannie en past het land aan met Romeinse methoden in landinrich-
ting,politiek,bestuur,wegenaanleg en bouwwerken.
ver€

#8

druijf

    druijf


  • >250 berichten
  • 320 berichten
  • VIP

Geplaatst op 18 december 2009 - 11:14

Euh? Dit is "De Bello Gallico" van J. Caesar.

zaheer12a had afgelopen dinsdag een SE over de Annales van Tacitus.

#9

oktagon

    oktagon


  • >1k berichten
  • 4502 berichten
  • Verbannen

Geplaatst op 18 december 2009 - 12:07

Ik kan me vergissen,maar ik meen me te herinneren,dat de door Tacitus geschreven Annales de jaarboeken over de Gallische oorlogen betroffen,welke oorspronkelijk door de legerschrijvers van JC werden opgetekend en door Tacitus in de Annales werden verzameld.

Zie ook mijn aanloop:

Gedeelten uit:
BELLUM GALLICUM van Julius Caesar (zijn legerschrijvers!)
Gallischer Krieg
(Tacitus leefde vanaf 55 nC en schreef ANALES)
Lat.Duits :Alfred Klotz uitg.door Georg Dorminger
4.uitg.1977
Bib.Arnhem 7366 G31
Vrij vertaald in fragmenten,respectievelijk in citaten in het Nederl.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures