Springen naar inhoud

Reactievergelijkingen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

MatthiasR

    MatthiasR


  • >25 berichten
  • 71 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 16 januari 2010 - 21:46

Beste,

Ik heb een probleem met Reactievergelijkingen,

Bijvoorbeeld 2HCl + Mg -> MgCl(2) + H(2)

Van waar komt de coeficient: 2HCl en waarom word het H(2) ????

Dan ook nog KOH -> K+ + OH-
Hoe kan je hierbij iets weten over de OH?
hoe weet je dat die negatief is?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

mathfreak

    mathfreak


  • >1k berichten
  • 2461 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 16 januari 2010 - 22:11

Je wilt bij de eerste vergelijking HCl met Mg laten reageren. Als een van de reactieproducten ontstaat MgCl2 en daarnaast ontstaat er een waterstofmolecuul H2. Omdat er 2 H-atomen ontstaan heb je links van de pijl 2 HCl-moleculen nodig. Er geldt namelijk als regel: in een reactievergelijking moet het totale aantal aanwezige atomen links en rechts van de pijl gelijk zijn, vandaar dus de reactievergelijking LaTeX .
KOH is een zout dat is opgebouwd uit een kaliumion K+ en een hydroxide-ion OH-. Als KOH in water oplost splitst het zich in deze ionen volgens LaTeX .
"Mathematics is a gigantic intellectual construction, very difficult, if not impossible, to view in its entirety." Armand Borel

#3

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 16 januari 2010 - 23:14

Over je eerste vraag kunnen we het kort houden: Toveren bestaat niet.

Stel: ik een toren van legoblokjes heb met daarin 10 rode, 10 blauwe en 10 witte blokjes. Nu kan ik daar vanalles mee doen.
Misschien maak ik er een vlak van, een andere toren, een autootje, of weet ik veel wat.
Maar wat ik er ook mee maak, nadien zal ik altijd opnieuw 10 rode, 10 blauwe en 10 witte blokjes in mijn opstelling gebruikt hebben. Ik kan er geen wegtoveren of bijtoveren.

Ditzelfde geldt in de scheikunde.
Voor mijn reactie opgaat heb ik 2 HCl + Mg
Dit vertaalt zich in 2 moleculen HCl en 1 molecule Mg per opgaande reactie.
HCl bestaat uit een H en een Cl (we laten de ladingen even achterwegen. Daar komen we dadelijk terug aan).

Voor de reactie hebben we dus
  • 2x H
  • 2x Cl
  • 1x Mg

Nu kan ik (helaas) niet toveren. Ik neem aan dat jij dit ook niet kan, dus gaan we na de reactie opnieuw diezelfde lijst hebben. Ze gaan onderling wat anders geschikt zijn, maar ze gaan er uiteindelijk allemaal even vaak zijn als voordien.

Voor je reactie had je 1 Mg, maar 2 Cl. Deze moeten blijkbaar wel samengaan, want anders heb je weer niet evenveel voor de reactie als erna. Je vormt dus MgCl2.
Dan heb je nog die H's over. Je had er 2, dus nu ook 2. Die gaan dus H2 vormen.


Nu voor het tweede deel van je vraag moet je enkele dingen weten.

Op jouw niveau van scheikunde mag je enkele dingen aannemen als altijd waar.
  • H heeft altijd +1 lading.
  • O heeft altijd -2 lading.
  • De halogenen (2e kolom van rechts in je tabel. F, Cl, Br, I) hebben altijd -1 lading.
  • De aardalkalimetalen (1e kolom van links. Li, Na, K) hebben altijd +1 lading. ***

Hieruit kan je netjes afleiden dat OH- en K+ gaan vormen.
K staat namelijk bij de aardalkalimetalen, en heeft dus altijd oxidatietrap +1.

aangezien KOH als geheel 0 moet hebben (compleet molecule), zal OH dus -1 hebben.
Anderzijds kan je dit afleiden door O en H op te tellen. H is altijd +1, O altijd -2. Het resultaat is -1

Hopelijk snap je het nu, indien niet stel gerust meer vragen


***Hoewel H ook in deze lijst staat, is het een beetje een apart geval. Hij staat als eerste in de tabel, maar valt niet onder de aardalkalimetalen. Het is immers geen metallische stof. Maar die +1 klopt wel nog steeds.

Veranderd door ToonB, 16 januari 2010 - 23:17

"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#4

MatthiasR

    MatthiasR


  • >25 berichten
  • 71 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 januari 2010 - 12:18

ToonB:
bij mijn eerste vraag:
Dan heb je nog die H's over. Je had er 2, dus nu ook 2. Die gaan dus H2 vormen.
waarom word dit niet 2H ??


dan ook nog hoe weet je dat OH 1- is ??
zelfde voor PO3 ,...

#5

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8936 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 januari 2010 - 13:08

Dat soort dingen moet je uit je hoofd leren. Ze staan in ieder (middelbare school-)boek over chemie. Het lijkt me verstandig als je zo'n boek opzoekt en doorleest.

Het scheikundeforum is bedoeld voor vakinhoudelijke discussies op het gebied van de scheikunde. Het huiswerkforum is bedoeld om hulp te kunnen bieden bij het maken van huiswerkopgaven en andere schoolopdrachten. De bedoeling van beide fora is pertinent niet om basiskennis te reproduceren.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#6

Rocky

    Rocky


  • >25 berichten
  • 35 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 januari 2010 - 13:38

Tip: kijk in je BINAS.
Als het goed is heb je deze :eusa_whistle:
"En toch draait ze."
- Galileo Galilei -

#7

MatthiasR

    MatthiasR


  • >25 berichten
  • 71 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 17 januari 2010 - 13:51

een wat?
ik heb een tabel van mendeljev
en op de achterkant zoon lange lijst
maar dat is het niet denk ik

#8

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8936 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 januari 2010 - 14:06

Nogmaals: Dit soort informatie staat in je boek. Zo staan daar lijstjes in met elementen die normaal gesproken voorkomen als diatomaire moleculen. H2 is er een voorbeeld van, N2 ook. Zulke lijstjes moet je uit je hoofd kennen.

Zo bestaan er ook lijstjes met veel voorkomende ionen en de bijbehorende lading. Op die lijstjes staat OH-. Ook die lijstjes moet je uit je hoofd kennen. Als je geluk hebt mag je zo'n lijst bij een examen of proefwerk houden. Dan moet je het daarop opzoeken. Inzien waarom het OH- en niet OH of OH2- is vereist wat meer kennis. Dat leer je later wel.

BINAS is een tabellenboek dat op Nederlandse middelbare scholen wordt gebruikt bij de exacte vakken.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#9

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 17 januari 2010 - 14:25

zelfde voor PO3 ,...


Zelfde truckje gaan toepassen.
Oftewel leer je veel voorkomende zuurresten uit je hoofd, ofwel tel je ze uit vanuit hun 'standaardzuur' (bij gebrek aan beter woord?)

om terug te komen op het specefieke geval van PO3

Fosforzuur is H3PO4.
Hetzelfde zuur waar een zuurstof ontbreekt in de zuurrest, is fosforigzuur.

forsforig zuur heeft dus H3PO3 als formule. Je weet van een compleet molecule dat de totale lading 0 is. Uit mijn vorige post weet je ook dat H altijd +1 heeft.
Gevolg is dat als je de 3 H's aftrekt, je een 3- lading moet overhouden voor PO33-

Idem met dingen als
SO42-
NO3-
PO43-


Daarnaast zijn er een aantal 'standaardreacties'.
Als een zuur reageert met een metaal (is niet altijd zo! HCl + Au reageert bijvoorbeeld niet)
dan krijg je altijd het metaal met de zuurrest (in dit geval MgCl2) en waterstofgas (H2)

als een zuur met een base zou reageren, bijvoorbeeld 2 HCl + Mg(OH)2 dan krijg je altijd het metaal met de zuurrest en water.
In dit geval 2 HCl + Mg --> MgCl2 + 2H2O

Veranderd door ToonB, 17 januari 2010 - 14:31

"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures