Springen naar inhoud

Algebraisch oplossen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

mausie129

    mausie129


  • 0 - 25 berichten
  • 3 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 februari 2010 - 17:49

Hallo,

Ik ben een oefentoets aan het maken voor mijn aankomende tentamen.

De volgende formule is gegeven: g(x)=2+ēlog(6-x)

De vraag is Los algebraisch op g(x) ≤ 4.

Toen heb ik de formule gelijk gesteld aan 4: g(x)=2+ēlog(6-x)=4
ēlog(6-x)=2
6-x=4
-x=-2, dus x=2
Dat is niet zo ingewikkelt allemaal, maar vervolgens moet je dat dus goed opschrijven.
Nu staat er in het antwoordt model: 2≤x<6

Hier kom ik dus zelf niet op...
Hoe moet je dit nou beredeneren.. want ga altijd hierbij in de mist. En dat scheelt toch weer een puntje.

Mvg,

Maurice

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

TD

    TD


  • >5k berichten
  • 24049 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 februari 2010 - 17:55

Je hebt de gelijkheid gezocht, dat is dus het punt waar het 'omklapt'. Na x=2 zal g(x) groter (of kleiner) zijn dan 4 en voor x=2 net omgekeerd. Dan kan je misschien zelf nog nagaan? Bijvoorbeeld met een testwaarde, verschillend van 2.

Om aan het antwoord uit het model te komen moet je nog aan iets denken: zo'n logaritme, bestaat die altijd? Of welke voorwaarde hoort er nog bij? Dan even alles samenrapen.
"Malgré moi, l'infini me tourmente." (Alfred de Musset)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures