Springen naar inhoud

Titreren


  • Log in om te kunnen reageren

#1

raisa

    raisa


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 februari 2010 - 17:03

Hallo,
(als ik in een verkeerd topic of iets dergelijks zit sorry ik ben allang blij dat het me lukt zelf een vraag te stellen :eusa_whistle: ](*,))

Ik heb komende donderdag een practicum scheikunde mbt titreren (zuur-base en/of redoxreacties) dit is nog niet bekend. Ik vind dit onderwerp echt lastig. We krijgen een opdracht die zou kunnen lijken op: bepaal hoeveel mol azijnzuur per liter aanwezig is in een oplossing die zowel azijnzuur (CH3COOH) als oxaalzuur (H2C2O4) bevat.
Dit is een voorbeeld vraag maar ik zou graag weten hoe ik te werk zou moeten gaan. Van dit voorbeeld heb ik een werkplan gekregen maar het gaat er mij om hoe ik dit zelf op zou moeten stellen.
Weet iemand een soort van stappenplan waar ik me aan kan vasthouden?

overige vraagjes:
-Hoe bepaal je het aantal mol oxaalzuur? in de uitwerking staat dat je KMnO4 in een buret moet doen. Waarom die stof en is het dus de bedoeling dat je oxaalzuur gaat titreren met kaliumpermangaat? Hoe kan je bij andere stoffen dan oxaalzuur weten welke stof je moet gebruiken?
-Er wordt ook gezegd dat je de oplossing van azijnzuur en oxaalzuur moet aanzuren waneer is dat en met wat?
-In welke gevallen gebruik je een indicator? hoe werkt dit waarvoor is dit nodig?
-Gebruik je altijd natronloog om uit te rekenen hoeveel mol OH- reageert met een stof?
-Er wordt bepaald hoeveel OH- reageert met een stof hoe weet je dat je die hoeveelheid bereikt hebt? (wanneer het equivalantiepunt bereikt is? dus als er kleuromslag optreedt--> is daar dus een indicator voor nodig, doe je die in de oplossing voor je gaat titreren?)
-Als je halfvergelijkingen en de totaalvergelijking moet geven is dit dan automatisch een redoxreactie?
-Hoe weet je wat de reductor en wat de oxidator is in een oplossing?
-Hoe weet je welke halfvergelijking je moet gebruiken? bijvoorbeeld oxaalzuur en kaliumpermangaat
MnO4(-) + 8 H(+) + 5e(-) --> Mn(2+) + 4 H2O(l)
MnO4(-) + 2H2O(l) + 3e(-) --> MnO2(s) + 4OH(-)
MnO4(-) + e(-) --> MnO4(2-)
2CO2 (g) + 2H(+) + 2 e(-) --> H2C2O4

Ik weet dat je de bovenste moet kiezen en die moet combineren met de onderste ik weet ook de totaalvergelijking:
5H2C2O4 + 2MnO4(-) + 6H(+) --> 2Mn(2+) + 8H2O + 10 CO2

Maar hoe weet je dat je de bovenste halfvergelijking moet kiezen? Waar leid je dit aan af?

-Is KMnO4 (kaliumpermangaat) paars en is er als je deze stof gebruikt daarom geen indicator nodig?
-Hoe herken je een zuur en hoe herken je een base? Door de H en OH? Maar als beide stoffen OH hebben is er dan een zuurder dan de andere en dus een zuur? Hoe weet je dit?
-Als je een reactievergelijking bij een zuur-base moet opstellen hoef je dan alleen de H3O(+) en de OH(-) te weten?

Zo ik weet dat dit een hoop vragen zijn en ik wee tniet of het mogelijk is om een stappenplan of soort richtlijn te geven om een werkplan te maken, maar ik hoop dat er in ieder geval een paar antwoorden en of andere tips gegeven kunnen worden:)
alvast bedankt

groetje Raisa

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44861 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 februari 2010 - 23:23

Iemand die hier een handje kan toesteken?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8935 berichten
  • VIP

Geplaatst op 15 februari 2010 - 11:19

Hallo,
(als ik in een verkeerd topic of iets dergelijks zit sorry ik ben allang blij dat het me lukt zelf een vraag te stellen :eusa_whistle: ](*,))

Ik heb komende donderdag een practicum scheikunde mbt titreren (zuur-base en/of redoxreacties) dit is nog niet bekend. Ik vind dit onderwerp echt lastig. We krijgen een opdracht die zou kunnen lijken op: bepaal hoeveel mol azijnzuur per liter aanwezig is in een oplossing die zowel azijnzuur (CH3COOH) als oxaalzuur (H2C2O4) bevat.
Dit is een voorbeeld vraag maar ik zou graag weten hoe ik te werk zou moeten gaan. Van dit voorbeeld heb ik een werkplan gekregen maar het gaat er mij om hoe ik dit zelf op zou moeten stellen.
Weet iemand een soort van stappenplan waar ik me aan kan vasthouden?


Pfoe, dat is lastig. Iedere proef vereist een andere benadering omdat je soms rekening moet houden met bepaalde eigenschappen van een stof. Maar een paar dingen kunnen gezegd worden:

1. Probeer te achterhalen wat de eigenschappen van de stoffen zijn die je krijgt en hoe je die eigenschappen kunt toepassen in een titratie. In het voorbeeld dat je gaf zijn azijnzuur en oxaalzuur beide een zuur. Je kunt een zuur-basereactie dus gebruiken om te bepalen wat het totaal van de hoeveelheid azijnzuur en oxaalzuur is (waarbij je er overigens rekening mee moet gaan houden dan oxaalzuur een tweewaardig zuur is). Verder is oxaalzuur een reductor, je kunt dus een redoxtitratie gebruiken om de hoeveelheid oxaalzuur te bepalen. Maar die eigenschappen verschillen per stof, en dus per proef. Het komt dan echt neer op scheikundig inzicht om te bepalen hoe je het moet aanpakken. Maar misschien word je wel een stukje op weg geholpen.

-Hoe bepaal je het aantal mol oxaalzuur? in de uitwerking staat dat je KMnO4 in een buret moet doen. Waarom die stof en is het dus de bedoeling dat je oxaalzuur gaat titreren met kaliumpermangaat? Hoe kan je bij andere stoffen dan oxaalzuur weten welke stof je moet gebruiken?


Redoxtitraties doe je heel vaak met permanganaat, omdat het een sterke oxidator is (zoals je zuur-basetitraties vaak met OH- doet omdat dat een sterke base is) en omdat het van zichzelf al sterk kleurt. Je hebt dus niet nog een of andere indicator nodig.

-Er wordt ook gezegd dat je de oplossing van azijnzuur en oxaalzuur moet aanzuren waneer is dat en met wat?


Bij de redoxtitratie. Permanganaat is vooral een sterke oxidator in zuur milieu. Normaal gesproken gebruik je hiervoor een behoorlijk geconcentreerde oplossing van een sterk zuur, bijvoorbeeld zwavelzuur.

-In welke gevallen gebruik je een indicator? hoe werkt dit waarvoor is dit nodig?


Je gebruikt een indicator om het omslagpunt zichtbaar te maken. Voor de rest zal je even in je boek moeten kijken.

-Gebruik je altijd natronloog om uit te rekenen hoeveel mol OH- reageert met een stof?


Je gebruikt vrijwel altijd natronloog in een zuur-basetitratie. De uitkomst van die titratie gebruik je om te berekenen hoeveel OH- heeft gereageerd met het zuur dat je had.

-Er wordt bepaald hoeveel OH- reageert met een stof hoe weet je dat je die hoeveelheid bereikt hebt? (wanneer het equivalantiepunt bereikt is? dus als er kleuromslag optreedt--> is daar dus een indicator voor nodig, doe je die in de oplossing voor je gaat titreren?)


Op je laatste 2 vragen: Ja, en ja. (achteraf toevoegen heeft niet zoveel nut)

-Als je halfvergelijkingen en de totaalvergelijking moet geven is dit dan automatisch een redoxreactie?


Ja.

-Hoe weet je wat de reductor en wat de oxidator is in een oplossing?


Opzoeken in een tabel met redoxkoppels.

-Hoe weet je welke halfvergelijking je moet gebruiken? bijvoorbeeld oxaalzuur en kaliumpermangaat
MnO4(-) + 8 H(+) + 5e(-) --> Mn(2+) + 4 H2O(l)
MnO4(-) + 2H2O(l) + 3e(-) --> MnO2(s) + 4OH(-)
MnO4(-) + e(-) --> MnO4(2-)
2CO2 (g) + 2H(+) + 2 e(-) --> H2C2O4

Ik weet dat je de bovenste moet kiezen en die moet combineren met de onderste ik weet ook de totaalvergelijking:
5H2C2O4 + 2MnO4(-) + 6H(+) --> 2Mn(2+) + 8H2O + 10 CO2

Maar hoe weet je dat je de bovenste halfvergelijking moet kiezen? Waar leid je dit aan af?


De halfreactie die optreedt hangt af van het milieu waar de redoxreactie in plaatsvindt. Een halfreactie waar veel H+ voor nodig is treedt nooit op in neutraal milieu, en andersom: Als je een zuur milieu hebt, dan weet je dat het de halfreactie moet zijn waar de meeste H+ in verbruikt wordt.

-Hoe herken je een zuur en hoe herken je een base? Door de H en OH? Maar als beide stoffen OH hebben is er dan een zuurder dan de andere en dus een zuur? Hoe weet je dit?


Opzoeken in de tabel met zuren en basen.

-Als je een reactievergelijking bij een zuur-base moet opstellen hoef je dan alleen de H3O(+) en de OH(-) te weten?


Die vraag zul je even anders moeten formuleren, want ik begrijp niet goed wat je bedoelt.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures