Springen naar inhoud

Sinus, fasehoek , tau


  • Log in om te kunnen reageren

#1

PieterKnapen

    PieterKnapen


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 03 maart 2010 - 20:49

Goede avond ;

Ik vind het wat stom om deze vraag bij huiswerk te posten , vermits het niet echt om een specifieke schoolvraag gaat , eerder een deel wiskundige kennis dat mij ontbreekt ( lees vergeten ben) .

Ik las volgende omzetting bij het bepalen van regimerespons :

sin(ωt)-ωτ cos(ωt)=L[sin(ωt+φ)]

Die L duidt volgens mij op de amplitude

Nu vraag ik mij af waarom je de soms van die sinus en die cosinus als een een sinus met een faseverschuiving mag schrijven ? Verder wordt L als volgt gedefinieerd : L= √(1+τ^2 ω^2 ) ... Verder heb ik een vraag bij het begrip Tau , die tijdsconstante , ik weet dat die R.C is , en dat het iets met 63% te maken heeft bij de stijgtijd , maar kan iemand mij algemeen uitleggen wat dit precies inhoud en hoe ze aan die 63% komen ? Ik hoop dat iemand mij kan verder helpen .

Groetjes pieter ....

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

stoker

    stoker


  • >1k berichten
  • 2746 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 03 maart 2010 - 21:21

probeer je eerste vraag zelf eens te bewijzen. Geplaatste afbeelding

De rest van je vragen hoort meer thuis bij elektriciteit. Die 63% is gewoon uit te rekenen als je de stijgtijd berekent

lees daarvoor dit eens: http://en.wikipedia...._considerations

#3

PieterKnapen

    PieterKnapen


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 03 maart 2010 - 21:27

probeer je eerste vraag zelf eens te bewijzen. Geplaatste afbeelding

De rest van je vragen hoort meer thuis bij elektriciteit. Die 63% is gewoon uit te rekenen als je de stijgtijd berekent

lees daarvoor dit eens: http://en.wikipedia...._considerations


Via die som-formule kan ik inderdaad aan een oplossing komen , maar ik vraag mij gewoon af waarom ze hier direct aannemen dat :
sin(ωt)-ωτ cos(ωt)=L[sin(ωt+φ)]

Die L wordt nadien weggedeeld en φ wordt vervangen door bgtg(ωτ ) . De goniometrische formules zijn mij bekend , en die sinus en cosinus komen van 2 inverse laplace transformaties , dat is allemaal duidelijk , maar het gaat specifiek over die herformulering ...





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures