Springen naar inhoud

- - - - -

Hoe reageren (minder) gevoelige kinderen op stressfactoren?


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Dido

    Dido


  • >1k berichten
  • 1814 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 01 april 2010 - 22:59

Het stress diathese model is tamelijk bekend en stelt dat sommige mensen meer kwetsbaar zijn dan anderen voor de negatieve effecten van stress (bv. door hun genetische kenmerken, hun persoonlijkheid enz...):

some individuals, due to their biological, temperamental and/or behavioral characteristics (i.e., “diathesis” or “risk”), are more vulnerable to the adverse effects of negative experiences (i.e., “stress” or “risk 2”), whereas others are relatively resilient with respect to them

uit: Wikipedia

Meer en meer echter zie je ook een andere theorie verschijnen in wetenschappelijke studies: de 'biological sensitivity to context' hypothese:
- Er zijn mensen die weinig gevoelig (= weinig sensitief) zijn voor zowel positieve als negatieve omgevingsfactoren. Zowel in een positieve als in een negatieve omgeving blijven ze ahw. 'stabiel'. Dus, minder sensitieve mensen blijven staande in een steunende én een vijandige omgeving.

- Er zijn mensen die wel erg gevoelig (= erg sensitief) zijn voor zowel positieve als negatieve omgevingsfactoren. Als ze in contact komen met negatieve omgevingsfactoren/ -stressoren, dan ondervinden ze daardoor duidelijker negatieve gevolgen. Als ze daarentegen in contact komen met positieve omgevingsfactoren, dan ondervinden ze daardoor duidelijker positieve gevolgen. Dus, erg sensitieve mensen 'bloeien volledig open' in een steunende en positieve omgeving, maar in een vijandige, negatieve omgeving gaan ze 'volledig ten onder'.
Ze bereiken ook een 'beter' eindresultaat dan de minder sensitieve mensen, als ze in een steunend opvoedingsklimaat zijn groot gebracht. Maar diezelfde sensitieve mensen bereiken uiteindelijk een 'slechter' eindresultaat dat de minder sensitieve mensen als ze opgroeiden in een negatieve omgeving.

Dus bekom je zoiets: (Wikipedia):
Geplaatste afbeelding rood = de sensitieve groep en zwart = de minder sensitieve groep

Biologisch zouden de 2 groepen verschillen doordat de sensitieve groep een hoge autonome respons vertoont (dus een duidelijke reactie op stress vertonen: meer noradrenaline vrijzetting door het autonome zenuwstelsel bij stress) en meer cortisol vrijzetting onder stress.
Het omgekeerde geldt dan voor de minder sensitieve groep die een lagere autonome respons vertoont en minder cortisol vrijzet bij stress.

Hoe kan je nu de autonome respons meten?
(1) dmv. de respiratoire sinusaritmie (= RSA):
Dit betekent dat onze hartslag ietsje versnelt tijdens inademen en ietsje vertraagt bij het uitademen:
Bij iemand met een hoge autonome respons (sensitieve persoon die erg reageert op stress) is dit verschil in hartritme bij in- en uitademen kleiner = een lage RSA-reactiviteit
Bij iemand met een lage autonome respons (minder sensitieve persoon die weinig reageert op stress) is dit verschil groter = een hoge RSA reactiviteit

(2) cortisol meten in het speeksel:
Veel cortisol staat vnl. voor een hoge autonome respons (sensitieve persoon) en weinig cortisol staat vooral voor een lage autonome respons.


Een recente studie ondersteunt ook grotendeels deze nieuwe hypothese:
Men ging na hoe 5 - 6 jarige kinderen met een verschillende sensitiviteit reageerden op een ondersteunend of op een negatief opvoedingsklimaat.

This study examined the direct and interactive effects of stress reactivity and family adversity on socioemotional and cognitive development in three hundred and thirty-eight 5- to 6-year-old children.
Adaptation was assessed using child, parent, and teacher reports of externalizing symptoms, prosocial behaviors, school engagement, and academic competence.
Neurobiological stress reactivity was measured as respiratory sinus arrhythmia and salivary cortisol responses to social, cognitive, sensory, and emotional challenges.

Kinderen die erg sensitief waren én opgroeiden in een negatieve omgeving, waren er het slechtst aan toe.
Maar als zo'n erg sensitieve kinderen opgroeiden in een steunende omgeving, bereikten de beste resultaten. Ze vertoonden weinig externaliserend gedrag (agressie, vechten,...), waren het meest sociaal en ze zetten zich het meest in om naar school te gaan. Hun schoolse prestaties verbeterden ook in de loop van het schooljaar, terwijl de schoolse prestaties bij de sensitieve kinderen in een negatieve omgeving afnamen.
Ze bereikten zelfs een betere outcome dan de kinderen die weinig sensitief waren.

Overall, the findings are consistent with the stress diathesis hypothesis that high-reactive children show worse adaptive functioning in the context of high adversity. Indeed, such children generally evinced the lowest levels of adaptive functioning of the entire study sample.
However, equally reactive children in settings of low adversity showed the highest levels of adaptation, levels even higher than those of their less reactive counterparts. Specifically, in the context of low family adversity, children who showed high RSA reactivity in response to challenges had the lowest levels of externalizing symptoms and the highest levels of prosocial behaviors and school engagement.

Although adaptation showed significant stability from fall to spring, high-reactive children showed improvement in academic competence in the context of low adversity and a decline in competence in the context of high adversity, whereas the inverse was true for low reactive children.


Kinderen die weinig sensitief waren, waren ahw. beschermd tegen de nadelige effecten van een negatieve omgeving, zowel wat betreft externaliserend gedrag, prosociaal gedrag en het zich inzetten om naar school te gaan. Hun prosociaal gedrag werd niet beďnvloed door het gegeven of ze in een steunende of negatieve omgeving opgroeiden.

... Further, children exhibiting low RSA reactivity in response to challenges were fully or partially buffered against the harmful effects of adversity on externalizing symptoms, prosocial behavior, and school engagement. Likewise, among children who showed low cortisol reactivity, levels of prosocial behaviors did not significantly change across different levels of adversity.


Of, terug met een figuur:
afbeelding_studie.jpg ---- = weinig sensitieve kinderen en _____ = erg sensitieve kinderen

uit (full text): Obradovi, J., Bush, N., Stamperdahl, J., Adler, N., & Boyce, W. (2010). Biological Sensitivity to Context: The Interactive Effects of Stress Reactivity and Family Adversity on Socioemotional Behavior and School Readiness Child Development, 81 (1), 270-289

Dido
Ik ben niet jong genoeg om alles te weten...
-Oscar Wilde-

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.




0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures