Springen naar inhoud

[wiskunde] Rekenen met letters


  • Log in om te kunnen reageren

#1

gala-umiy

    gala-umiy


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 04 mei 2010 - 20:46

Beste mensen van Wetenschapsforum.nl (gevonden via google),

Ik zit hier met een probleem...
Omdat ik nu via vmbo niveau naar mbo ben gegaan en vanwege mijn leeftijd ben ik van plan om een 21+ test toets te maken.
Ik heb nooit onder havo niveau wiskunde gemaakt, nu blijkt dat ik enkele sommen over algebra te weten moet komen..

Kan misschien iemand mij duidelijker uitleggen hoe deze sommen te werk gaan?
Ik heb de boek Basisvaardigheden - Toegepast rekenen aangeschaft, maar daar staat de uitleg erg minimaal op.
Als iemand een betere boek voor mij weet, hoor ik dat graag! Want ik ben bereid om extra te betalen voor wat ik moet weten.

Het gaat om de eerstvolgende voorbeeldsommen, hoe kan ik deze rustig op mijn gemak rekenen?
Ik heb wel de antwoorden, maar het is erg ongemakkelijk aan hoe zij aan de antwoorden komen, omdat er geen uitleg bij staat.
Ik wil graag simpel beginnen, daarom dat ik nog niet alle sommen waarvan ik vragen heb heb opgeschreven.
Als er ergens al een uitleg stond, mijn excuses... Ik zal het vast over het hoofd gezien hebben.

Schrijf zonder haken:
1- (a + 3)(a - 3)
2- (3a +2)(6a + 5)

Bereken:
1- (x - 4)(x + 5)
2- (x + 7)≤

Alvast bedankt!

Groeten,
gala-umiy

Veranderd door gala-umiy, 04 mei 2010 - 20:51


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Filippus

    Filippus


  • >100 berichten
  • 138 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 04 mei 2010 - 21:22

Bij dergelijke opgaven moet je distributiviteit toepassen.

Als voorbeeld zal ik de eerste uitwerken:
(a + 3)(a - 3) = a2 - 3a + 3a - 9 = a2 - 9.

Analoog voor de andere opgaven. ;)
"Quis custodiet ipsos custodes?" (Juvenalis)

#3

ReWout

    ReWout


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 04 mei 2010 - 21:34

Bij dergelijke opgaven moet je distributiviteit toepassen.

Als voorbeeld zal ik de eerste uitwerken:
(a + 3)(a - 3) = a2 - 3a + 3a - 9 = a2 - 9.

Analoog voor de andere opgaven. ;)


3*-3
	 |----->|
	 |3*a   |
	 |->|   |
	 |  |   |
(a + 3)(a - 3)
 |	  |	|
 |----->|	|
 | a*a	   |
 |---------->|
	 a*-3

Veranderd door ReWout, 04 mei 2010 - 21:35


#4

dirkwb

    dirkwb


  • >1k berichten
  • 4172 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 05 mei 2010 - 20:33

Verplaatst naar huiswerk.
Quitters never win and winners never quit.

#5

brxpower

    brxpower


  • >25 berichten
  • 47 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 05 mei 2010 - 20:49

Zoals al aangegeven moet je de distributiviteit toepassen.
Algemeen: Als a en b reŽle getallen zijn geldt er:
(a+b).c = ac + bc

opmerking: de a,b & c hierboven vermeld hebben geen verband met onbekenden uit jouw oefening.


Toepassing op jouw oefening:
1. (a + 3)(a - 3)
= a.a + a.(-3) + 3.a + 3.(-3)
= a≤ -3a +3a -9
= a≤ - 9

Kan je dit inzien?

Overigens zie ik het verschil niet echt tussen werk de haakjes weg en bereken.
Moeten bij "Bereken" de veeltermen gelijkgesteld worden aan nul? Zo ja, dan spreken we van een vergelijking.

Opmerking:
(x + 7)≤ is een merkwaardig product. Heb je hier al van gehoord? Het is een kwadraat van een tweeterm.
Wat je eigenlijk doet is (x+7) * (x+7), dit kan je via distributiviteit zoals eerder vermeld oplossen. Maar we kunnen ook de rekenregels voor merkwaardige producten toepassen.

Probeer eerst eens oefening 2 bij "schrijf zonder haken" op te lossen.
We zien dan wel verder





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures