Springen naar inhoud

Aub hulp bij een oefenopdracht mbt steekproeven (sociologie)


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Jolina de Boer

    Jolina de Boer


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 06 juni 2010 - 19:07

Hey mensen, ik ben nieuw hier.. Ik studeer sociologie aan de UvA, maar ik heb echt problemen met een opdrachtje.. Het is niet echt moeilijk, maar ik zit steeds te twijfelen of ik bijvoorbeeld voor een gestratificeerde of getrapte steekproef moet gaan.. Het gaat om deze opdracht:

Methodiek

Opdracht
Het aantal ouderen zal tot 2030 sterk toenemen. Naast een absolute en relatieve toename van de groep ouderen zal ook de samenstelling van deze groep veranderen. Enerzijds is er een toename van het aantal ouderen in betrekkelijk jonge leeftijdscategorieŽn, die wellicht tot staan wordt gebracht door initiatieven om de pensioenleeftijd te verhogen. Anderzijds wordt de groep van zeer oude mensen steeds belangrijker en in samenhang daarmee ook het aantal alleenstaande ouderen. Een probleem dat zich daarbij aandient betreft de vraag op welke wijze de ouderenzorg moet worden georganiseerd. De tijd, dat men van mening was dat ouderen op grote schaal in verzorgingstehuizen konden worden ondergebracht is definitief voorbij. Deze instellingen zijn ontzettend duur. Bovendien spreekt het leven in een verzorgingstehuis de huidige generatie ouderen, die gewend is aan een comfortabeler leefsituatie dan de ouderen van enkele decennia geleden, in het algemeen niet erg aan. Het streven is dus om de ouder wordende mens zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen. Eventuele noodzakelijke hulp moet daarbij in de woning of in de buurt worden verleend. Ook de professionele hulpverlening aan zelfstandig wonende ouderen is een zeer kostbare zaak. In sommige kringen leeft dan ook de gedachte dat ouderen zouden moeten kunnen terugvallen op een 'lokaal sociaal netwerk' van buren, verwanten, vrienden en lotgenoten. Een belangrijke vraag die zich daarbij aandient is, of er voor vele ouderen eigenlijk wel sprake is van een toereikend 'lokaal sociaal netwerk'. Daarbij moet dan ook worden gedacht aan de grote verhuisdynamiek die onze moderne samenleving kenmerkt. Bepaalde categorieŽn zogenaamde pensioenmigranten zijn, toen ze nog vitaal waren, uit hun oorspronkelijke woonomgeving vertrokken naar gebieden waar het mooi en relatief goedkoop wonen is. In sommige delen van het platteland hebben de locale bejaarden wellicht hun vrienden, kinderen en andere verwanten naar elders zien vertrekken. Vooral in de kleinere plattelandskernen krijgt het probleem nog een extra dimensie, doordat hier enerzijds sprake is van een beperkte omvang van de lokale bevolking terwijl er anderzijds juist een extra hulpbehoefte kan ontstaan door een slechte voorzieningensituatie ter plaatse en een slechte ontsluiting per openbaar vervoer om deze voorzieningen eventueel elders te bezoeken. Dat laatste gaat niet op voor de steden. Toch mag er binnen de steden een aanzienlijke differentiatie worden verwacht in de mate waarin ouderen verschillen over een lokaal sociaal netwerk. In sommige stadswijken hebben veel bejaarden hun vrienden kinderen en verwanten naar elders zien vertrekken. Met name voor de steden komt daar nog bij, dat culturele verschillen tussen etnische groepen van grote invloed zijn op de mate waarin de familie de verantwoordelijkheid voor de ouderenzorg op zich neemt.

Stel u krijgt de opdracht een survey-onderzoek te doen naar de 'lokale sociale netwerken van bejaarden' in verschillende soorten stedelijke en rurale woonmilieus. Uiteraard dient u ervoor te zorgen dat de steekproef zo goed mogelijk voldoet aan;
- eisen van generaliseerbaarheid
- eisen van efficiency wat betreft de steekproefgrootte
- eisen van efficiency wat betreft de dataverzameling

1.Geef aan welke onderzoeks- en evt. waarnemingseenheden in uw onderzoek worden gebruikt.
2.Geef met gebruikelijke termen om soorten steekproeven aan te duiden aan wat voor soort steekproef zou u trekken.
3.Geef aan hoe u bij de steekproeftrekking tewerk gaat. Verwerk in deze uitleg de theoretische populatie die u voor ogen staat, de operationele populatie waarop u zich richt, het (de) steekproefkader(s) dat (die) u wilt gebruiken om tot uw onderzoekspopulatie te komen en de wijze waarop het trekken van de steekproef gebeurt.
4.Geef aan waarom u van mening bent dat het gekozen type steekproef voldoet aan de eisen die hierboven zijn opgesomd.
5.Becommentarieer of, en zo ja welke, vertekeningen u verwacht van het gebruik van de door u gekozen steekproef en steekproefkader(s).


Zouden jullie me hierbij willen helpen? Want dit is ook tentamenstof.. Alvast bedankt! X

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

gouwepeer

    gouwepeer


  • >250 berichten
  • 299 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 juni 2010 - 20:11

ik zit steeds te twijfelen of ik bijvoorbeeld voor een gestratificeerde of getrapte steekproef moet gaan

Met welke reden twijfel je?
Zet voor jezelf voor beide opties alle voor- en nadelen van de steekproeven op een rij.
Je hebt zelf al de eisen op een rij gezet waaraan de steekproef moet voldoen..
Succes.
login: yes
password: I don't know, please tell me
password is incorrect
login: yes
password: incorrect

#3

Jolina de Boer

    Jolina de Boer


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 06 juni 2010 - 20:21

Stel je gaat voor een gestratificeerde steekproef, hoe zouden jullie in dit geval te werk gaan?

#4

gouwepeer

    gouwepeer


  • >250 berichten
  • 299 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 06 juni 2010 - 20:57

Ik neem aan dat je dus voor de gestratificeerde steekproef gaat.
Hoe ver kom je zelf hiermee?
Het is namelijk de bedoeling dat je zelf aktie onderneemt.

1.Geef aan welke onderzoeks- en evt. waarnemingseenheden in uw onderzoek worden gebruikt.
2.Geef met gebruikelijke termen om soorten steekproeven aan te duiden aan wat voor soort steekproef zou u trekken.
3.Geef aan hoe u bij de steekproeftrekking tewerk gaat. Verwerk in deze uitleg de theoretische populatie die u voor ogen staat, de operationele populatie waarop u zich richt, het (de) steekproefkader(s) dat (die) u wilt gebruiken om tot uw onderzoekspopulatie te komen en de wijze waarop het trekken van de steekproef gebeurt.
4.Geef aan waarom u van mening bent dat het gekozen type steekproef voldoet aan de eisen die hierboven zijn opgesomd.
5.Becommentarieer of, en zo ja welke, vertekeningen u verwacht van het gebruik van de door u gekozen steekproef en steekproefkader(s).

De 5 bovenstaande opdrachten moet je proberen zelf in te vullen.
Geef aan hoe ver je bent en waar je op vast loopt, dan word je daarna verder geholpen.

WSF is geen antwoordenmachine, maar begeleidt met alle plezier.
Vraag dus niet om het voorschotelen van een antwoord, maar beschrijf de punten waar je tegenaan loopt.

login: yes
password: I don't know, please tell me
password is incorrect
login: yes
password: incorrect

#5

Jolina de Boer

    Jolina de Boer


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 12:44

oke dan, ik heb geprobeerd de antwoorden zo goed mogelijk op te schrijven.

1) mn onderzoekseenheden zijn bejaarden (in NL).. Zijn dan de waarnemingseenheden vanzelfsprekend ook bejaarden?

2) Ik heb toch besloten voor een getrapte steekjproef te gaan. 2traps:

trap1: steekproef eenheden met een hoger aggregatieniveau, in dit geval de gemeenten
trap2: steekproef eenheden met een lager agg.niveau, in dit geval ouderen.

Maar ik heb gelezen dat je ook een combinatie van een getrapte en gestratificeerde steekproef kunt doen.. Is dat hier mogelijk en hoe kan ik dan te werk gaan?

3) de operationele en theoretische populatie is in beide gevallen bejaarden??
steekproefkader bij de eerste trap is: lijst van gemeenten?
bij de tweede: bevolkingsregister?

En ik trek mn steekproef a-select?

4) Beetje vage vraag vind ik dit. Komt dit doordat ik een getrapte steekpropegf heb gehouden?

5) de vertekening die ik verwacht is dat het steekproefkader onvolledig is. Dit kan komen doordat bijvoorbeeld veel ouderen ziek of dement zijn?


Dit zijnj mijn antwoorden, willen jullie aub kijken of ik in de goede richting zit, en waar ik fout zit? Dit moet ik echt goed weten voor het tentamen. Alvast bedankt!

#6

ArnoutZ

    ArnoutZ


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 12:54

Hey hallo. Ik ben een student Planologie aan de Universiteit van Amsterdam, en ik moet voor donderdag precies hetzelfde doen.

Om jou een beetje op weg te helpen zal ik vertellen wat ik nu heb. Daarna heb ik miss ook nog wel wat vraagjes aan jou (jullie).

oke dan, ik heb geprobeerd de antwoorden zo goed mogelijk op te schrijven.

1) mn onderzoekseenheden zijn bejaarden (in NL).. Zijn dan de waarnemingseenheden vanzelfsprekend ook bejaarden?

2) Ik heb toch besloten voor een getrapte steekjproef te gaan. 2traps:

trap1: steekproef eenheden met een hoger aggregatieniveau, in dit geval de gemeenten
trap2: steekproef eenheden met een lager agg.niveau, in dit geval ouderen.

Maar ik heb gelezen dat je ook een combinatie van een getrapte en gestratificeerde steekproef kunt doen.. Is dat hier mogelijk en hoe kan ik dan te werk gaan?

3) de operationele en theoretische populatie is in beide gevallen bejaarden??
steekproefkader bij de eerste trap is: lijst van gemeenten?
bij de tweede: bevolkingsregister?

En ik trek mn steekproef a-select?

4) Beetje vage vraag vind ik dit. Komt dit doordat ik een getrapte steekpropegf heb gehouden?

5) de vertekening die ik verwacht is dat het steekproefkader onvolledig is. Dit kan komen doordat bijvoorbeeld veel ouderen ziek of dement zijn?


Dit zijnj mijn antwoorden, willen jullie aub kijken of ik in de goede richting zit, en waar ik fout zit? Dit moet ik echt goed weten voor het tentamen. Alvast bedankt!



Je onderzoekseenheden zijn ouderen, vanaf 65 jaar. Het begrip bejaarden is wellicht wat te vaag. Je waarnemingseenheden moeten dan Ouderen in urbane gebieden zijn, maar ook in perifere gebieden. Daarnaast verschillen ze ook nog per etnische groep. Naar mijn mening doe je dus een steekproef naar de verschillende gebieden in nederland die een groot genoeg aantal van etnische groepen hebben. Daarna doe je een steekproef naar gebieden in Nederland die urbaan zijn, en eentje naar gebieden in nederland die het 'platteland' zijn. Dan voldoe je ook meteen aan de eisen van generaliseerbaarheid. Dit heet dan een getrapte geratificeerde steekproef?

De vertekening die je verwacht is volgens mij wel correct, ookal kunnen zieken juist bepalen of ze een goed sociaal netwerk hebben om op terug te vallen. De dementen kun je beter links laten liggen inderdaad.

#7

Jolina de Boer

    Jolina de Boer


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 13:09

bedankt, ik snap alleen niet waarom je je juist zo erg focust op die etnische groepen..??

#8

ArnoutZ

    ArnoutZ


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 14:56

Je moet in het onderzoek toch rekening houden met de verschillen die er bestaan tussen etnische groepen en de houding ten opzicht van zorg bieden aan bejaarden(ouderen).

#9

Jolina de Boer

    Jolina de Boer


  • 0 - 25 berichten
  • 6 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 16:59

Dus je verdeelt de populatie in 2 strata: de oorspronkelijke nederlander en de etnische groepen? en daarna doe je per deelgroep weer een getrapte steekproef, b.v. naar gemeenten, waarbij je die gemeenten weer verdeeld in ruraal en stedelijk. Van daaruit ga je weer per deelgroep (ruraal en stedelijk) trappen naar een lager agg.niveau namelijk de 65+ers..

Ik weet niet of ik het goed verwoord heb zo, maar hier komt het denk ik een beetje op neer. Zo combineer je gestratificeerde en getrapte steekproeven..

Kan iemand mij hier mee helpen?? Doe ik het goed, of sla ik de plank totaal mis??





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures