Springen naar inhoud

Reactievergelijkingen opstellen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 14:15

Hallo iedereen.

Ik snapte vorig jaar nog wel hoe ik reactie vergelijkingen moest opstellen, en met makkelijke vergelijkingen kan ik me ook nog wel redden. Maar nu ik in de 4e zit snap ik het echt niet meer.
Zou iemand mijn kunnen uitleggen hoe ik het moet doen?

En zouden jullie mij misschien ook op we willen helpen met deze vragen?
Hoe moet ik beginnen?

Geef de reactievergelijking van;

1 verdund salpeterzuur + kaliloog
2 natriumacetaat oplossing + zoutzuur
3 verdund zwavelzuur + barietwater
4 vast ijzer(III)oxide + zoutzuur
5 soda oplossing + azijnzuur
6 ammonia + zoutzuur
7 kalkwater + verdund fosforzuur

9 Geef de juiste notatie voor een oxaalzuur oplossing. (H2C2O4)

11 Geef de reactievergelijking voor de neutralisatie van oxaalzuur door vast calciumhydroxide.


Ik weet echt niet waar ik mee moet beginnen, hoe ik alles moet noteren etc.

Jullie zouden me echt enorm helpen hiermee!

Groetjes Anne.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 14:21

In een reactievergelijking staat welke moleculen (of in sommige gevallen ionen of atomen) met elkaar reageren, en in welke verhouding ze dat doen.
Daarnaast kan je er in terugvinden wat er gevormd wordt.

Laten we beginnen bij het begin, en die 'wat er gevormd wordt' negeren.
Je hebt daar een mooi lijstje staan met allerlei moleculen.
Je weet dus al dat je linkerlid uit deze 2 gaat bestaan.
Een mooi punt om te starten lijkt me dus om deze al eens allemaal op chemische wijze te noteren.

voorbeeld:

verdund salpeterzuur + kaliloog

wordt
HNO3 + KOH

Als dit gedaan is, moeten de verhoudingen bepaald. In dit geval zit je met een base en een zuur.
De algemene formule is: HA + MOH -> H2O + MA
HA = HNO3 = zuur. Je A is dus NO3-
je metaalhydroxide = MOH = KOH. Je metaal is dus Kalium

Kan je hieruit een verhouding tussen deze 2 bepalen?

Probeer voor de andere opgaves al eens de formules uit te schrijven op chemische wijze, in plaats van in woorden (zoals ik net voordeed).
Probeer dan eens een poging te doen om te zien wat met wat reageert.

Waar het mis loopt sturen we graag bij ;)
"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#3

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 14:28

Ja, ik had ook al HNO3 + KOH ->
Dan dacht ik; Het zuur reageert met de base, dus dan krijg je H+ + OH-
H+ + OH- -> H2O

Is dat goed?

#4

Mrtn

    Mrtn


  • >1k berichten
  • 4220 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 14:50

Kijk hier ook even: http://www.wetenscha...howtopic=128114
Of course, the theory of relativity only works if you're going west.
-Calvin-

#5

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 14:52

Het zuur reageert met de base

Zeer juist!

H+ + OH- -> H2O

Waarom schrijf je geen reactie tussen je zuur en je base. De zin ervoor zeg je nog dat zuur met base gaat reageren.
Hier zie ik alleen een H+ en een OH-
Je zuur bestaat in dit geval uit een waterstof-ion (=proton) (H+), en een zuurrest (NO3-).
Je base bestaat uit kalium (K+) en een hydroxide-ion (OH-).

Jij schrijft maar de helft in je reactievergelijking.
Ik heb al vaak geprobeerd, maar ik kan niet toveren. De meeste scheikundigen kunnen dit niet, dus we gaan er vanuit dat alles in onze vergelijking moet, en dat niets 'verdwijnt'.
Je redenering dat je proton en het hydroxide-ion water vormen is wel juist.

Nu heb je nog een NO3- en een K+ over.
Wat gebeurt er met deze stoffen? Waar horen ze thuis in de vergelijking?

Veranderd door ToonB, 07 juni 2010 - 14:54

"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#6

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 15:03

Hmm ja, ik kan ook niet toveren. Maar ik weet ook niet hoe het dan wel moet..

HNO3 + KOH ../mods/chem/rightarrow.gif H2O + KNO3

Is dat dan zo goed?

Kijk hier ook even: http://www.wetenscha...howtopic=128114



Sorry, had ik nog niet gezien.
Dankjewel!

#7

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 15:06

Inderdaad.
Als je terugkijkt naar de algemene reactie die ik eerder gaf:
HA + MOH -> H2O + MA

Dan zie je dat A (je NO3-) en M (K+) met elkaar reageren. In dit geval tot KNO3

laten we deze eens proberen

vast ijzer(III)oxide + zoutzuur

  • Begin weer met de stoffen in hun chemische vorm te noteren.
  • Ga daarna kijken wat je eindproduct is
  • Pas de verhoudingen aan zodat je reactie klopt

Als je de rest wil proberen kijk ik ze ook graag na ;)
Als we zien dat het ergens misgaat, sturen we weer bij. Daarna zullen we eens naar die andere vraagjes kijken
"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#8

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 15:18

Hmm, is ijzer(3)oxide Fe3+O2-?

Want dan is het;
Fe3+O2- + HCl
O2- is de base
H+ is het zuur

O2- + H+ -> OH-

Dan blijven Fe3+ en Cl over
Dus Fe3+Cl-

Fe3+O2- + HCl -> Fe3+Cl- + OH-

Geen idee of dit klopt...

#9

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 15:32

Hmm, ik denk trouwens dat het niet helemaal klopt.
Het lijkt zo raar namelijk.

#10

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 15:34

is ijzer(3)oxide Fe3+O2-?


De nettolading van een molecule is altijd 0. In een molecule/een ion worden de ladingen van de atomen appart niet weergegeven. Enkel de 'totale lading' (som van de ladingen) wordt weergevegen. En die moet dus 0 zijn, maar 0 schrijven we niet.
De opgave zegt dat ijzer 3-waardig is. (Fe3+).
Zuurstof is (op hier en daar een uitzondering na) altijd 2-
De som moet 0 zijn

a x (3+) + b x (2-) = 0
Je ziet hier zonder veel rekenwerk dat a = 2 en b=3
ijzer(III)oxide is dus Fe2O3

Verder zit je hier niet met een base. Hoewel ijzer(III)oxide alleen voorkomt in een basisch milieu, is het zelf geen base. Het is een oxide.
Oxides en zuren geven altijd water + een zout. (dat is de reden waarom ze alleen in basisch milieu voorkomen).
We zijn dus op zoek naar water en een zout in het rechterlid.


Het lijkt me duidelijk dat je probleem ligt bij het feit dat je niet goed weet hoe je een chemische formule opstelt, en bovendien niet weet hoe iets gaat reageren.
volgend tabelletje geeft kort enkele 'algemeenheden'

  • de nettolading van een molecule is altijd 0. De totale hoeveelheid positieve lading, en de totale hoeveelheid negatieve lading zijn dus aan elkaar gelijk.
  • Is de nettolading niet 0 (bv NO3-) dan speken we van ionen.
  • Een base + een zuur --> water + een zout
  • Een oxide + een zuur --> water + een zout
  • In het linker en rechterlid van een vergelijking staan evenveel atomen van dezelfde soort. Staan links 3 koolstoffen, dan staan die rechts ook ergens. Ze kunnen hierschikt zijn in andere moleculen, maar ze staan er.
  • In het linker en rechterlid van een vergelijking staan evenveel en dezelfde ladingen. Heb je links een negatieve lading, dan staat die rechts ook ergens. Ladingen verdwijnen niet, ze verplaatsen zich alleen

Verder wil ik je gerust helpen met het verder oplossen van deze oefeningen, maar het lijkt me aan te raden je leerkracht aan te spreken en vragen of hij wat tijd kan vrijmaken om je wat extra uitleg te geven.
Het probleem is dat je niet weet 'wat' je aan het doen bent. Als je het concept achter de vergelijkingen niet door hebt, wordt het telkens gokspel om een vergelijking op te lossen.
"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#11

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 07 juni 2010 - 15:46

Ja, misschien is dat ook wel een betere oplossing. Maar mijn lerares zegt dat ze daar in de lessen geen tijd voor vrij wil maken omdat anders de rest van de klas daar de gevolgen van moet inzien.
Na school heb ik amper tijd omdat ik naar huiswerkbegeleiding ga. Ik denk dat ik het daar maar eens rustig moet gaan doorspreken.
Volgens mij moet het niet zo moeilijk zijn, tenminste, bijna iedereen snapt het dus ik zou niet weten waarom ik niet ;p

Ik ga proberen de rest van de vragen op te lossen en dan post ik ze vanavond nog wel even.
Zou u ze dan willen nakijken ofzo?

Groetjes.

#12

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 16:01

Zou u ze dan willen nakijken ofzo?

Uiteraard. Als je daar nood aan hebt wil ik ze zelfs helpen oplossen zoals we tot nu toe deden.
Maar ik vrees dat dit het onderliggende probleem niet aanpakt, vandaar dat ik je aanraad naar de leerkracht te gaan.
Misschien kan wat uitleg tijdens die middagpauze al voldoende zijn om je terug te kunnen laten meedraaien met de rest van de klas.

Ja, misschien is dat ook wel een betere oplossing. Maar mijn lerares zegt dat ze daar in de lessen geen tijd voor vrij wil maken omdat anders de rest van de klas daar de gevolgen van moet inzien.

Dat is zeer begrijpelijk. Wel gek dat de leerkracht niet wat remediŽring voorstelt. Ik neem aan dat ik gewoonweg geluk heb gehad met mijn leerkrachten scheikunde in het middelbaar ;)

Veranderd door ToonB, 07 juni 2010 - 16:01

"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I

#13

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8935 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 juni 2010 - 23:21

Even ingrijpen:

Waarom schrijf je geen reactie tussen je zuur en je base. De zin ervoor zeg je nog dat zuur met base gaat reageren.
Hier zie ik alleen een H+ en een OH-


Dat is helemaal goed! DŠt zijn de deeltjes die reageren en die horen in de reactievergelijking thuis. De rest moet er uit weg blijven.

Je zuur bestaat in dit geval uit een waterstof-ion (=proton) (H+), en een zuurrest (NO3-).
Je base bestaat uit kalium (K+) en een hydroxide-ion (OH-).


En in water zijn beide stoffen volledig gedissocieerd. Ze komen voor als vrije ionen, en het zijn de ionen die reageren.

Jij schrijft maar de helft in je reactievergelijking.


Precies de helft die er in moet staan.

Ik heb al vaak geprobeerd, maar ik kan niet toveren. De meeste scheikundigen kunnen dit niet, dus we gaan er vanuit dat alles in onze vergelijking moet, en dat niets 'verdwijnt'.


Zowel voor als na reactie zijn er net zoveel K+ en NO3- aanwezig als ervoor. Van deze deeltjes verdwijnt dus niets en verschijnt niets en dus schrijf je ze niet op.

Je redenering dat je proton en het hydroxide-ion water vormen is wel juist.

Dus is de reactievergelijking goed.

Nu heb je nog een NO3- en een K+ over.
Wat gebeurt er met deze stoffen?

Niks.

Waar horen ze thuis in de vergelijking?

Nergens.

Voor de volledigheid: De reactie in bericht #3 is dus, los van de opmaak, goed.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#14

Annenas

    Annenas


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 08 juni 2010 - 05:19

Even ingrijpen:



Dat is helemaal goed! DŠt zijn de deeltjes die reageren en die horen in de reactievergelijking thuis. De rest moet er uit weg blijven.



En in water zijn beide stoffen volledig gedissocieerd. Ze komen voor als vrije ionen, en het zijn de ionen die reageren.



Precies de helft die er in moet staan.



Zowel voor als na reactie zijn er net zoveel K+ en NO3- aanwezig als ervoor. Van deze deeltjes verdwijnt dus niets en verschijnt niets en dus schrijf je ze niet op.


Dus is de reactievergelijking goed.

Niks.

Nergens.

Voor de volledigheid: De reactie in bericht #3 is dus, los van de opmaak, goed.




Dus ik had het wel goed?

#15

ToonB

    ToonB


  • >250 berichten
  • 817 berichten
  • VIP

Geplaatst op 08 juni 2010 - 10:01

In zeer strikte zin wel
In water gaat er immers geen KNO3 gevormd worden. Daar het in ionen zal opspliten. Ik vrees echter in het 4e middelbaar dat je punten richting het negatieve gaan als je als reactie geeft
H+ + OH- --> H2O en de kous daarme af. Hoewel dat technisch gezien juist is.

Volgens mij gaat het in deze oefeningen om het inzien welke componten van de reactievergelijking met elkaar reageren.
Doorhebben dat er bij een base en een zuur water gevormd gaat worden.

In technische zin heeft Marko gelijk, maar ik vrees dat dit niet is waar jou leerkracht op doelt.
Vraag het hem/haar anders eens, en dan kunnen we nog zien

Veranderd door ToonB, 08 juni 2010 - 10:02

"Beep...beep...beep...beep"
~Sputnik I





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures