Springen naar inhoud

Weten versus geloven [semantiek]


  • Dit onderwerp is gesloten Dit onderwerp is gesloten

#1

Kiro

    Kiro


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 23 juni 2010 - 21:19

Onderstaande volgde na een cursus semantiek.


Weten versus Geloven


Weten en geloven, twee verschillende woorden met eigen betekenissen. Desondanks lijken ze in de praktijk vaak met elkaar te vervloeien tot een warrig semantisch netwerk dat neigt te verzanden in relativisme. Van het lexicale niveau stijgen we dan algauw op naar het idiomatische niveau, waarbij weten en geloven niet langer woorden uit een woordregister zijn, maar noties voorstellen, complete concepten in het hoofd van de taalgebruiker.

Natuurlijk loont het vaak genoeg de moeite om te kijken naar de lexicale en morfologische grondslag van woorden, maar in dit geval schijnt zo’n invalshoek niet urgent. Dit, omdat de spreker zich welbewust is van het feit dat weten en geloven twee verschillende eenheden zijn, die pas samen kunnen vloeien in het persoonlijke zelfgevormde wereldbeeld. Daarom lijkt een beschouwing van semantische aard doeltreffender.

Een begrip dat de semantiek ons geleverd heeft is de entailment, wat vrij te vertalen valt als het ‘logisch impliceren van iets’, dus het gevolg van een uitspraak. Wanneer ik bijvoorbeeld zeg: ‘Piet is vermoord’, dan impliceert die uiting dat ‘Piet is dood’. Als ik nu zeg: ‘Ik weet dat Piet iets stouts gedaan heeft’, dan heeft dat ook implicaties. Denk bijvoorbeeld aan: ‘Piet doet dingen die stout zijn’ en ‘Ik ken feiten van Piet’. De eerste implicatie, dat Piet stoute dingen doet, kan geen zekere kennis zijn zonder dat de ‘ik’ er kennis van heeft. Als die zekere kennis ontbreekt, dan is de uitspraak niets meer dan een veronderstelling, een presuppositie. Evenzo zijn de genoemde implicaties van de uitspraak over Piet presupposities. Nu, kennis hebben van iets is cruciaal. Als men iets weet, dan kent men het. Als ik Piet ken, dan heb ik weet van diens bestaan. Als ik weet dat de aarde rond is, dan ken ik bepaalde natuurfeiten. Kortom, weten is een factief werkwoord: het veronderstelt feitelijkheid.

Neem nu, ter illustratie, de volgende zin:

‘Het spijt me dat je op blote voeten door de regen moet lopen.’

Spijten is eveneens een factief werkwoord, en het vooronderstelt dat de verdere informatie in de zin waar is. De spreker gaat ervan uit dat de inhoud van de bijzin waar is, dus dat de aangesprokene op blote voeten door de regen moet lopen. Dan trekken we de lijn door, naar dit voorbeeld:

‘Ik weet dat de zon nog tien miljard jaar te leven heeft.’

Hierbij wordt door middel van weten ervan uitgegaan dat de bijzin waar is, dus dat de zon nog tien miljard jaar te leven heeft. De presuppositie is dat de zon nog tien miljard jaar leeft.

Deze notie verklaard waarom het vreemd is om zoiets te zeggen als ‘Ik weet niet dat een voetbal rond is’ of ‘Ik weet niet dat jij jarig bent’. Immers, op het moment van spreken gaat de spreker ervanuit dat iets waar is en veronderstelt dus de feitelijkheid van iets, terwijl hij daar helemaal geen oordeel over kan hebben. De waarheid van iets wordt veronderstelt, wat eigenlijk niet kan in combinatie met het werkwoord plus negatie. Daarom is het wel correct om te zeggen: ‘Ik wist niet dat een voetbal rond is’, omdat het gebrek aan kennis van waar-onwaar verleden tijd is. Op het moment van spreken kan een uitspraak gedaan worden over de werkelijkheid die waar of onwaar is, omdat de spreker daar weet van heeft en dus factieve werkwoorden kan gebruiken.

Andere factieve werkwoorden zijn o.a. beseffen, (zich) realiseren, trots zijn op, iets vreemd vinden, blij zijn, onverschillig zijn, stellen, verwijten en betreuren. Niet-factief zijn werkwoorden als denken, gokken, beschuldigen, vermoeden en geloven.

Wanneer we niet-factieve werkwoorden gebruiken, dan bedoelen we daarmee dat we weliswaar een uitspraak doen over onze cognitieve toestand, maar dat we níét per se vooronderstellen dat de informatie in de bijzin waar is. Bijvoorbeeld in de zin ‘Ik vermoed dat Piet de dader is’ wijst niets op de feitelijkheid van Piet als dader. Evenzo bij ‘Hij verdenkt de docent van gerotzooi met een medestudente’, waar het niet zeker is of de docent daadwerkelijk rotzooit met een studente. Met andere woorden, de entailment van een uiting met een niet-factief werkwoord verschilt wezenlijk van die van een uiting met een factief werkwoord:

‘Jan beschuldigd Joan van achterklap’
> Joan kan geroddeld hebben (niet-factioneel)

‘Jan verwijt Joan van achterklap’
> Joan heeft geroddeld (factioneel)

Vreemder wordt het als we zinnen als de volgende maken: ‘Ik geloof dat het waar is’. In eerste instantie geeft deze uiting te kennen dat de spreker vermoedens koestert over het waar zijn van iets. Dat het echter om een vermoeden gaat, blijkt duidelijk uit zinnen die we onmiddellijk als foutief beschouwen: ‘Ik geloof dat het een feit is dat hij dat gedaan heeft’. Juridisch gezien is ook het volgende natuurlijk onhoudbaar: ‘De rechter gelooft dat het terecht is om de gedaagde levenslang te geven, en voert daarom de straf uit’. Bij geloven kan echter ook een ander betekenisaspect aan de orde komen, namelijk die van overtuigd zijn. Neem nu iemand die zegt dat hij in Krishna gelooft, dan bedoelt diegene dat hij ervan overtuigd is dat Krishna bestaat, kortom, dat Krishna wáár is en deel uitmaakt van de werkelijkheid. Laten we nu eerst kijken naar de volgende zinnen:

1. ‘Ik geloof dat het regent, want het regent.’
2. ‘Ik geloof dat het regent, want ik hoor tikken op het raam.’
3. ‘Ik geloof dat het regent.’

In zin 1 kan geloven alleen opgevat worden als een staat van overtuiging, omdat in de tweede deelzin een assertie gemaakt wordt. Dit gestelde moet per definitie waar of onwaar zijn. Echter, het vreemde aan de gehele uiting van 1 is wel dit, dat het waar-onwaar voorwáárdelijk is voor het geloof. Met andere woorden, als het niet regent kan de spreker ook niet geloven dat het regent. Tóch is de semantiek hier enigszins vreemd. Als we het woord ‘geloof’ in zin 1 vervangen door ‘ben ervan overtuigt’, dan nemen we dat in het dagelijks taalgebruik niet zondermeer voor lief. ‘Ik ben ervan overtuigt dat het regent, want het regent’ is een soort zin dat we als een tautologie opvatten, een ‘dubbelop’. Per slot van rekening zeggen we ook niet dingen als: ‘Ik ben van mening dat de aarde rond is’ of ‘Ik geloof dat blauw blauw is’. Enerzijds volgt de assertie dus niet (zondermeer) logisch uit de veronderstelling (‘geloof hebben’); de assertie is geen entailment van ‘geloof hebben’, maar eerder andersom. Anderzijds kan de uiting opgevat worden als ongeldig in die zin, dat het niets nieuws toevoegt of een valse argumentatie lijkt te zijn. Dit alles maakt dat zin 1 vreemd is.

Anders liggen de zaken in zin 2. Over de propositie in de eerste deelzin wordt namelijk níét ofwel hetzelfde ofwel het tegenovergestelde gesteld. Tikken op het raam is strikt genomen een losse tweede opmerking. In de praktijk weet echter iedere taalgebruiker dat dit een argument is voor de eerste uiting, ‘ik geloof dat het regent’. Het conjunct want doet hier de nodige logisch vereiste werkzaamheden. Wanneer we de tweede deelzin als argument opvatten, dan kan geloven in de eerste deelzin opgevat worden als vermoeden: ‘Omdat ik tikken op het raam hoor vermoed ik dat het regent’. Daarmee is de kous echter nog niet af. Er is namelijk gedegen kennis van de wereld nodig om deze redenering überhaupt maar te kunnen maken. Alleen als men weet dat glas geluid doorlaat en dat een regendruppel als een tik klinkt wanneer het op een dun oppervlak valt, dan pas kan men vermoeden dat het regent wanneer er getik op het raam klinkt. Kortom, er zijn zintuiglijke ondervindingen nodig in de werkelijkheid.

Alleen zin 3 rest nog enige toelichting. Deze onderscheidt zich van 1 en 2 omdat het niets meer en niets minder dan een uiting van geloof is, dus een onzekerheid dat voor nadere discussie en twijfel vatbaar is. De spreker accepteert hier zondermeer het inherente ‘gebrek’ van geloven, de interpretatieve leemte. Er zijn geen argumenten waaraan zekerheid over de werkelijkheid ontleent kan worden, dus het geloof is enkel een veronderstelling, een aanname.

Geloven zoals we dat in zin 2 tegenkomen is misschien wel de meest stereotype tegenhanger van het factieve werkwoord weten. Waar weten een stelligheid expliciteert over het al dan niet waar zijn van iets (wat logischerwijs geverifieerd kan worden), daar laat geloven ruimte voor bevraging, discussie en twijfel. Wat echter relevant is te beseffen, is dat er wel een argument aan te pas komt op basis waarvan een (geïmpliceerde) uitspraak over de werkelijkheid gedaan kan worden. ‘Ik geloof dat het regent’ is een presuppositie, een vooronderstelling die nog geen toets heeft afgelegd; ‘want ik hoor tikken op het raam’ is een assertie, een bewering, die in dit geval op zintuigelijk bewijs berust. Hierna wordt een logisch verband tussen twee gegevens gemaakt op basis van kennis uit de wereld: tikken op het raam → regen. Dit alles kan geverifieerd en getoetst worden. En dit leidt dan natuurlijk tot weten: ‘Ik weet dat het regent omdat er getik op het raam klinkt’.

Geloven zoals we dat in zin 1 tegenkomen is wezenlijk anders. Dit werkwoord manouvreerd zich binnen deze context in een lastige positie, een impasse zelfs. Tot deze uitspraak komen we als volgt.

We mogen aannemen dat we verschillende registers werkwoorden hebben, waarvan de ene reeks zekerheden aangeven of uitsluiten, en de andere reeks onzekerheden aangeven of uitsluitsel in het midden laten . Het dagelijks taalgebruik getuigt hiervan. Ook valt het met voorbeelden duidelijk te maken dat weten kennen impliceert. Kennen doen we iets als we informatie uit de omringende werkelijkheid tot ons hebben genomen, kortom: zintuiglijke gewaarwording. Men kan immers niet iets kennen zonder er kennis van genomen te hebben. Geloven impliceert echter geen kennen en hoeft niet per se te berusten op kennis via zintuiglijke gewaarwording. Geloven kan twee kanten opgaan: ofwel iets aannemelijk vinden, ofwel vooronderstellen dat iets waar is. Iets aannemelijk vinden is geen zekerheid. Vooronderstellen impliceert evenmin zekerheid; het is nog niet aan een proef onderworpen, hetzij wetenschappelijk experiment, hetzij zintuiglijke bevindingen. Natuurlijk kan men ondanks dit wel dingen stellen zoals in voorbeeldzin 1 hierboven, maar dit is een dubieus gebruik van het woord, oneigenlijk ook. Eenzelfde soort zin als 1 is bijvoorbeeld: ‘Ik geloof in Neptunus, want Neptunus bestaat’. Met zulke uitspraken komen we geen stap verder, en ze rieken wat naar cirkelredeneringen: het zal zo zijn omdat het zo is. We kunnen de zojuist genoemde uitspraak herformuleren tot een formule, waarbij geloven G is, Neptunus N, en bestaan B:

als (N = B), dan (N > G)

B schept de voldoendevoorwaarden voor de vorming van G, terwijl G onvermijdelijk, op grond van deze analyse, tot een einde komt bij de bevestiging van N. Als Neptunus inderdaad blijkt te bestaan, dan vervalt G. Men kan immers evenmin zeggen: ‘Ik veronderstel dat blauw blauw is’. Door dit toch te doen schept men een oneigenlijke uitspraak.

Hier op aansluitend is er dus de reeds enkele malen genoemde conditie voor het verkrijgen van de kennis, wat in bovengenoemd voorbeeld vertegenwoordigd is door B. Voor geloven gelden geen voldoendevoorwaarden, wat zoveel wil zeggen dat het niet getoetst kan worden en evenmin geverifieerd hoeft te worden. De noodzaak hiertoe ontbreekt simpelweg.

Door de ‘open ruimte’ die geloven biedt, hetzij voor twijfel hetzij voor nadere aanvulling van kennis, kan het geen aanspraak maken op feitelijkheden in de werkelijkheid. Daarmee kan over iets dat geloofd wordt ook niet gesteld worden dat het waar of onwaar is, terwijl dat bij weten wel kan.


Bron: 'Semantics' van John Saeed.
'Men begint [...] pas te spreken en betreedt pas het universum der symbolen in reactie op een [...] schok.'

Slavoj Zizek, Geloof

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

E.Desart

    E.Desart


  • >1k berichten
  • 2391 berichten
  • VIP

Geplaatst op 23 juni 2010 - 22:33

Gaat dit over taal, filosofie, wijsbegeerte ....?

Is het niet eenvoudiger te linken naar je blog?
http://vyu.web-log.n...-versus-ge.html
http://www.spirituel...=163686#p163686

Een gerelateerde thesis
http://lib.ugent.be/...010_0001_AC.pdf
Eric

#3

Kiro

    Kiro


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 juni 2010 - 09:11

Een verschil tussen filosofie en wijsbegeerte is mij vreemd. ;) Daarbij sluit het ene vakgebied het andere niet uit. De ervaring leert dat bijvoorbeeld filosofie, psychologie en taalkunde meer dan eens interfaces hebben. Maar als je vindt dat het hier niet goed geplaatst is, dan verplaats je hem gerust.

Inderdaad zou ik op zich kunnen volstaan met een link geven naar mijn weblog, maar dat vind ik weinig uitnodigend overkomen hier. Ik kan het net zo goed kopiëren, wat ik even wat leuker vind staan.
'Men begint [...] pas te spreken en betreedt pas het universum der symbolen in reactie op een [...] schok.'

Slavoj Zizek, Geloof

#4

317070

    317070


  • >5k berichten
  • 5567 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 24 juni 2010 - 12:33

Ik kan het net zo goed kopiëren, wat ik even wat leuker vind staan.

Uiteraard, maar dan kan ik ook mijn blog naar hier beginnen kopiëren, of iedereen for that matter...
Verwacht je dat er hier discussie op komt? Of wil je weten waar er volgens mij de mist in gegaan wordt? Of zoek je mensen die je teksten willen lezen?
What it all comes down to, is that I haven't got it all figured out just yet
And I've got one hand in my pocket and the other one is giving the peace sign
-Alanis Morisette-

#5

Kiro

    Kiro


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 24 juni 2010 - 17:48

Verwacht je dat er hier discussie op komt? Of wil je weten waar er volgens mij de mist in gegaan wordt? Of zoek je mensen die je teksten willen lezen?

Ik ging er vanuit dat op dit forum vanzelf wel reacties loskomen. Het staat iedereen wat mij betreft geheel vrij om te reageren in de mate waarop diegene dat zelf wil.

Of zoek je mensen die je teksten willen lezen?

Het lezen van teksten is toch onmisbaar in de wereld van kennis, uitwisselen van ideeën, dialogen kunnen hebben over specifieke onderwerpen enzovoort.
'Men begint [...] pas te spreken en betreedt pas het universum der symbolen in reactie op een [...] schok.'

Slavoj Zizek, Geloof

#6

Rhiannon

    Rhiannon


  • >1k berichten
  • 2749 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 01 juli 2010 - 15:36

Topic gesloten vanwege het feit dat begonnen wordt met een blogpost, waarna zaken aan de orde komen die niets met de inhoud te maken hebben. Als men over dit onderwerp wil gaan discussiëren, graag opnieuw beginnen met een helderder opening en discussiepunt en/of vragen duidelijk benoemen.
Hoe minder kennis, des te onwrikbaarder het oordeel.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures