Springen naar inhoud

[Natuurkunde] leve fysica olympiades


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Axellio

    Axellio


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 augustus 2005 - 10:11

dit is een vraagje van de fysica olympiade 2004, maar ik weet niet hoe ik aan een oplossing moet komen...

een voorwerp beweegt op een recht baan en voert een eenparig versnelde beweging uit, twee seconden na zijn doorkomst in een referentiepunt R is de snelheid verdubbeld ten opzichte van deze in R.
Dan was één seconde na zijn doorkomst in het referentiepunt R de snelheid:

a. 3/2 maal zo groot als in R
b. 1/2 maal zo groot als in R
2/3
2^1/2 maal zo groot

thanks a lot !

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Axellio

    Axellio


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 augustus 2005 - 10:30

nog een vraagje voor de gemotiveerden :s

in een bekerglas met straal R gedeeltelijk gevuld met water wordt een buis met straal R/(2^1/2) gebracht. De dikte van deze buis is verwaarloosbaar. In deze buis wordt dan een hoeveelheid olie (volume V) gebracht met een dichtheid gelijk aan 0.8 maal de dichth. van water. De olie en het water mengen niet...

het hoogteverschil h tussen het oppervlak van de olie in de buis en het wateroppervlak in het bekerglas wordt gegeven door:

2xV/ 10µR^2 (met µ = Pi)
4xV / 10µR^2
6x V / 10µR^2
8x V / 10µR^2


[/code]

#3

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 28 augustus 2005 - 10:46

Voor de eerste vraag zou ik a zeggen. Het is een eenparig versnelde beweging, dus per seconde komt er zoveel m/s bij. De snelheid loopt gewoon lineair op. Als het in punt R 100km/h is en 2 seconde daarna 200km/h dan is het daar tussen in 150km/h oftewel 3/2 keer 100.

Wat de tweede betreft. Ik zou zeggen D. 8x V / 10µR^2
Wat er eigenlijk staat is de dichtheid maal de hoogte. 8/10 is de dichtheid en dan hou je V/µR^2 over, wat eigenlijk Volume / Oppervlakte is, en dat is de hoogte die je overhoud. Ik zou alleen zeggen dat het water buiten de binnenbuis ook een stukje stijgt, maar dat hangt er van af hoe hard je de binnenste buis op de bodem duwt. Maar misschien is dit een gedachte kronkel.
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#4

Axellio

    Axellio


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 augustus 2005 - 18:40

jeps kan geen kwaad, jij antw tenminste!
bedankt !

#5

Brinx

    Brinx


  • >1k berichten
  • 1433 berichten
  • Lorentziaan

Geplaatst op 28 augustus 2005 - 20:17

Wanneer de ingebrachte buis watertransport toestaat tussen de vloeistofkolom in de buis en buiten de buis (door niet helemaal op de bodem te staan) moet het antwoord 4V/(10piR^2) zijn. Een snelle schets met gebruikmaking van de formules voor hydrostatisch evenwicht wijst dat uit.

#6

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 29 augustus 2005 - 10:46

Ik heb er ff in vogelvlucht overheen gekeken, welke formules gebruik je dan?
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#7

Brinx

    Brinx


  • >1k berichten
  • 1433 berichten
  • Lorentziaan

Geplaatst op 29 augustus 2005 - 11:25

De oppervlakten binnen en buiten de buis in het bekerglas (dat straal r heeft) zijn aan elkaar gelijk: pi * (r/sqrt(2))^2 = pi * (r^2 - (r/sqrt(2))^2). Dus de vergelijking voor hydrostatisch evenwicht kan gebruikt worden. Noem de zone binnen de buis 1 en buiten de buis 2, en neem nu als nulniveau de onderkant van de olielaag binnen de buis. Dan:

rho(1) * g * h(1) = rho(2) * g * h(2),

waarin rho(1) de dichtheid van de olie is en rho(2) de dichtheid van het water. g wegstrepen en rho(1) uitdrukken in rho(2) geeft:

0.8 * rho(2) * h(1) = rho(2) * h(2).

Nu is h(1) gewoon gegeven door het volume van de olie gedeeld door het oppervlak binnen de buis, dus:

h(1) = V/A(1) = V/(pi*(r/sqrt(2))^2) = 2V/(pi*r^2).

rho(2) wegstrepen uit de vorige vergelijking, en je krijgt:

0.8 * h(1) = 0.8 * 2V/(pi*r^2) = h(2),

en

h(2) = 1.6 * V/(pi*r^2).

Nu gold:

h(1) = 2V/(pi*r^2).

Het verschil tussen h(1) en h(2), waarnaar gevraagd werd, is dus

h(1) - h(2) = 0.4 * V/(pi*r^2).

Dat was 'm!

#8

StrangeQuark

    StrangeQuark


  • >1k berichten
  • 4160 berichten
  • VIP

Geplaatst op 29 augustus 2005 - 11:38

Logisch
De tekst in het hierboven geschreven stukje kan fouten bevatten in: argumentatie, grammatica, spelling, stijl, biologische of scheikundige of natuurkundige of wiskundige feiten kennis. Hiervoor bied StrangeQuark bij voorbaat zijn excuses aan.

#9

Odyssius

    Odyssius


  • >100 berichten
  • 128 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 januari 2006 - 11:35

Waar vind je de vragen van de fysica olympiade van 2004 en vroeger? 'k Vind enkel deze van 2005, maar na één keer ze te hebben ingevult weet ik de antwoorden al (en mijn score, die redelijk lag lag.)

#10

Ernie

    Ernie


  • >100 berichten
  • 179 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 januari 2006 - 11:40

Vroeger stonden ze op de website. Nu niet meer :roll: Ik heb in 2004 nog meegedaan! Was heel tof, en het heeft me in zekere zin over de streep getrokken om naast wiskunde ook fysica te gaan studeren.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures