Springen naar inhoud

Microcursus chemisch rekenen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 15 juli 2010 - 15:02

Voor veel regelmatig terugkerende middelbareschoolstruikelblokken hebben we de afgelopen 4 jaar microcursussen geschreven. Sinds we 4 jaar geleden met die micro's startten is er nog steeds één hangijzer op de verlanglijst blijven staan: chemisch rekenen.

Als ik zo rondgoogle vind ik eerlijk gezegd weinig waarmee een leek vlot op weg kan. De opzet van zo'n hulpsite is vaak heel formeel met tientallen formules als n=c·V, waarbij men lijkt te verwachten dat de leerling die tientallen formules (en de daarbij gebruikte symbolen, die overigens vaak niet eens internationaal afgesproken zijn) onthoudt én met beperkte oefening correct en in alle mogelijke situaties weet toe te passen.

Ik heb wel een idee hoe het wél te doen. Uiteindelijk komen al die formules neer op het gebruik van slechts 3 eenheden (mol, gram en liter) in allerlei mogelijke combinaties als g/L, L/mol, g/mol, g/g etc. etc. Wie een beetje kan breukenrekenen/formules herschrijven, en beseft dat een mol niks magisch is, kan vervolgens 95% van de stoichio-probleempjes opgelost krijgen (dwz zodra er een correcte reactievergelijking staat).

De mol, en dat breukenrekenen/formules herschrijven staan als basisvaardigheden/kennis in bestaande microcursusjes. Het principe van goochelen met die drie eenheden g, mol en L moet op een paar A4-tjes duidelijk te maken zijn.

Maar daarna houdt het op: het probleem is dat de variatie in mogelijke probleemstellingen enorm groot is, wat steeds weer een andere aanpak/stappenplan vergt. Dat maakt het lastig om een cursus te schrijven die al deze mogelijke rekenvarianten uitlegt. Ik denk dan ook dat er daarvoor maar één oplossing is: minstens een honderdtal oefeningetjes, oplopend van héél eenvoudig naar steeds wat ingewikkelder, plus een serie minder voorkomende gevallen. Elke oefening startend met een correcte probleemstelling dan in opvolgende stukjes verborgen inhoud volgens het stramien :
  • hints opstelling reactievergelijking
  • reactievergelijking
  • hints richting oplossing
  • stappenplan richting oplossing
  • volledige uitwerking
Zo kan iemand zélf aan de slag, waarbij een beginner eerst vaak nog de volledige uitwerkingen zal openklikken, maar meer en meer eerst aan stappenplannetjes en uiteindelijk aan hints genoeg heeft.

We zoeken mensen die hier in een of andere hoedanigheid aan willen meewerken. ](*,) Als het een goed idee lijkt om eens een honderdtal oefeningen op een rijtje te zetten, bijvoorbeeld door:

Voor de toekomst betekent het dat we hopelijk bij wéér een stoichiovraag kunnen verwijzen naar een analoog geval in de cursus (en anders zo'n nieuw type vraag kunnen invoegen)

Commentaar? Ideeën? Plaats dat hier.

Vrijwilligers?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 17 juli 2010 - 09:18

Oplossing bereiden *

Hoeveel gram Na2S2O3 moet men afwegen om 250 mL oplossing te maken die 0,005 M Na2S2O3 bevat?


Hints:
Verborgen inhoud

  • bedenk dat Na2S2O3 een molmassa (g/mol) heeft.


Stappenplan:
Verborgen inhoud

  • schrijf al je gegevens in termen van mol, g, en L.
  • bereken de molmassa (g/mol) van Na2S2O3
  • hoeveel gram heb je dus nodig voor 1 L met een concentratie van 1 mol/L?
  • hoeveel gram heb je dus nodig voor 1 L met een concentratie van 0,005 mol/L?
  • hoeveel gram heb je dus nodig voor 0,250 L met een concentratie van 0,005 mol/L?


Uitwerking:
Verborgen inhoud

gegeven :

Volume = 0,250 L
Concentratie = 0,005 mol/L


gevraagd:

massa Na2S2O3 = ?? g


rechtstreeks van L of mol/L naar g rekenen kan niet. We zoeken dus een tussengegeven waar g verbonden wordt met L (g/L, L/g) of met mol (g/mol, mol/g).

molmassa (g/mol) Na2S2O3:

atoommolmassaaantalmassa
Na23246
S32264
O16348
totaal158


hoeveel gram heb je dus nodig voor 1 L met een concentratie van 1 mol/L?

LaTeX


hoeveel gram heb je dus nodig voor 1 L met een concentratie van 0,005 mol/L?

LaTeX


hoeveel gram heb je dus nodig voor 0,250 L met een concentratie van 0,005 mol/L?

LaTeX


Het onnauwkeurigste gegeven heeft één significant cijfer (0,005 mol/L), eindantwoord dus 0,2 g.


ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 17 juli 2010 - 17:30

Mengsel van gassen ***

Ammoniak kan reageren met zuurstofgas met vorming van een mengsel van stikstofmonoxide, stikstofdioxide en stoom. In een stalen reactievat wordt 2 mol ammoniakgas en 10 mol zuurstofgas gemengd. Nadat het ammoniak volledig is omgezet, blijft er 6,75 mol zuurstofgas over. Bereken de hoeveelheden stikstofmonoxide en stikstofdioxide aanwezig in het reactievat.


Hints reactievergelijking:
Verborgen inhoud

schrijf beide mogelijke reactievergelijkingen apart uit.


uitwerking reactievergelijkingen:
Verborgen inhoud

Reactie 1 : 4NH3 + 5O2 ../mods/chem/rightarrow.gif 4NO + 6H2O
Reactie 2 : 4NH3 + 7O2 ../mods/chem/rightarrow.gif 4NO2 + 6H2O


Hints:
Verborgen inhoud

  • Je weet niet hoeveel van die totaal 2 mol NH3 er in elke vergelijking verbruikt zal worden.
    Schrijf dus in die bovenste vergelijking eens xNH3 in plaats van 4NH3 , en de overige coëfficiënten in de reactie als functie van die x.
    Ook in de onderste yNH3 in plaats van 4NH3 en ook weer de overige coëfficiënten als functie van die y.
  • zoek met bovenstaande en je gegevens een stelsel van twee vergelijkingen met 2 onbekenden.


Stappenplan:
Verborgen inhoud

  • zie hints
  • Bedenk verder dat je TOTAAL 2 mol NH3 hebt, en dat er TOTAAL 10 - 6,75 = 3,25 mol O2 wordt verbruikt voor beide reacties samen.


Uitwerking:
Verborgen inhoud

LaTeX
LaTeX

totaal 2 mol NH3, dus: LaTeX

totaal 3,25 mol O2, dus: LaTeX

Dit stelsel van 2 vergelijkingen met 2 onbekenden oplossen:

LaTeX

LaTeX

LaTeX

LaTeX

LaTeX

LaTeX

LaTeX
LaTeX
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 18 juli 2010 - 14:24

Gaswassen ***


Een wasfles bevat, bij 20°C en 1020 hPa, 300g van een 50 m% NaOH-oplossing. Door deze fles brengt men 10 L van een gasmengsel dat voor 55 V% uit CO2 bestaat. Wat is het massapercentage NaOH na de reactie?


Hints reactievergelijking:
Verborgen inhoud

Met CO2 en water ontstaat diwaterstofcarbonaat. Bij deze hoge NaOH-concentratie (dus sterk basisch) zal daarna dinatriumcarbonaat ontstaan.


Uitwerking reactievergelijkingen:
Verborgen inhoud

CO2 (g) + H2O (l) ../mods/chem/rightarrow.gif H2CO3 (aq)
H2CO3 (aq) + 2NaOH (aq) ../mods/chem/rightarrow.gif Na2CO3 (aq) + 2H2O (l)
Per saldo:
CO2 (g) + 2NaOH (aq) ../mods/chem/rightarrow.gif Na2CO3 (aq) + H2O (l)


Hints:
Verborgen inhoud

Gebruik de algemene gaswet. Hou op het einde in de gaten dat de oplossing zwaarder wordt door opname van CO2


Stappenplan:
Verborgen inhoud

  • bereken de hoeveelheid CO2 mbv de algemene gaswet
  • bepaal welke hoeveelheid NaOH nodig is om hiermee te reageren
  • reken deze hoeveelheid NaOH om naar een massa NaOH
  • bereken welke massa NaOH aanwezig was, en hoeveel massa NaOH dus overblijft
  • bereken welke massa CO2 in de oplossing achterblijft, en bereken de nieuwe massa van de oplossing
  • bepaal daarmee het nieuwe massapercentage NaOH


Uitwerking:
Verborgen inhoud

bereken de hoeveelheid CO2 mbv de algemene gaswet:

55% x 10 L = 5,5 L CO2
LaTeX


bepaal welke hoeveelheid NaOH nodig is om hiermee te reageren

1CO2 (g) + 2NaOH (aq) ../mods/chem/rightarrow.gif Na2CO3 (aq) + H2O (l)
CO2 en NaOH reageren in de verhouding 1 : 2. er is dus 2 x 0,2303 = 0,4606 mol NaOH nodig.


reken deze hoeveelheid NaOH om naar een massa NaOH:

atoommolmassaaantalmassa
Na23123
O16116
H111
totaal40 g/mol

LaTeX


bereken welke massa NaOH aanwezig was, en hoeveel massa NaOH dus overblijft

er was 50 m% x 300 g = 150 g
150 - 18,42 = 131,58 g NaOH


bereken welke massa CO2 in de oplossing achterblijft, en bereken de nieuwe massa van de oplossing:

er blijft 0,2303 mol CO2 in de oplossing achter
molmassa CO2 = 12 + 2 x 16 = 44 g/mol
LaTeX



300+10,13 = 310,13 g oplossing


bepaal daarmee het nieuwe massapercentage NaOH

131,58 / 310,13 x 100% = 42,4 m%, afgerond op 2 significante cijfers 42 % NaOH

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 18 juli 2010 - 16:20

Knalgas **


Een mengsel van 3 L waterstofgas en 4 L zuurstofgas (standaarddruk en temperatuur 273 K) wordt in een reactievat tot ontploffing gebracht, en vervolgens terug afgekoeld tot 273 K.

  • Welk volume blijft van welk gas over ?
  • Hoeveel mL vloeibaar water ontstaat? (ρ = 1000 g/L)

Uitwerking reactievergelijking:
Verborgen inhoud

2H2 (g) + O2 (g) ../mods/chem/rightarrow.gif 2H2O (l)


Hints:
Verborgen inhoud

Beschouw H2 en O2 als ideale gassen. Molvolumes zijn dus gelijk.


Stappenplan:
Verborgen inhoud

  • hoeveel mol O2 is er nodig om 2 mol H2 volledig te laten reageren?
  • hoeveel LITER O2 is er dus nodig om 2 LITER H2 volledig te laten reageren?
  • zelfde vraag voor 4 L H2
  • hoeveel liter van welk gas zal er dus overblijven?
  • met hoeveel mol H2 komt 4 L waterstofgas overeen?
  • hoeveel mol water kun je daarmee dus maken?
  • bepaal molmassa van water
  • bereken massa water
  • a.d.h.v. de dichtheid, bereken het volume water


Uitwerking:
Verborgen inhoud

hoeveel mol O2 is er nodig om 2 mol H2 volledig te laten reageren?

volgens de reactievergelijking is dat 1 mol


hoeveel LITER O2 is er dus nodig om 2 LITER H2 volledig te laten reageren?

molvolumes zijn gelijk, gelijke molverhoudingen betekent dus ook gelijke volumeverhoudingen. Dus ook 1 L O2


zelfde vraag voor 4 L H2

duhh, voor 2 x zoveel L H2 dus ook 2 x zoveel L O2, dus 2 L O2 nodig


hoeveel liter van welk gas zal er dus overblijven?

Er was 3 L O2, er zal dus 3-2 = 1 L O2 overblijven


met hoeveel mol H2 komt 4 L waterstofgas overeen?

Molvolume van een ideaal gas bij deze omstandigheden is 22,4 L/mol.
L/mol en L moeten in een (breuken)sommetje zó dat de uitkomst in mol is:

LaTeX


anders geprobeerd:
LaTeX


hoeveel mol water kun je daarmee dus maken?

volgens de reactievergelijking is de verhouding H2 : H20 gelijk aan 1 : 1 . Er zal dus ook 0,1786 mol H20 ontstaan.


bepaal molmassa van water


atoommolmassaaantalmassa
H122
O16116
totaal18 g/mol


bereken massa water

met de eenheden g/mol en mol een sommetje maken waar g uitkomt:

LaTeX


a.d.h.v. de dichtheid, bereken het volume water

LaTeX

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 19 juli 2010 - 09:06

Productie dizwaveldichloride **


Uit 6,00 g SCl2(g) en 3,50 g NaF(l) worden gasvormig zwaveltetrafluoride en vloeibaar dizwaveldichloride bereid. Hoeveel gram van beide stoffen ontstaat?


Hints reactievergelijking:
Verborgen inhoud

Laat je niet in de war brengen door het feit dat zwavel meerdere oxidatietoestanden kan aannemen (-2, -1, 0, +2, +4, +6) (http://nl.wikipedia....ki/Zwavelchemie ). Volg gewoon de tekst in de opgave.


Uitwerking reactievergelijkingen:
Verborgen inhoud

3SCl2(l) + 4NaF(s) ../mods/chem/rightarrow.gif SF4(g) + S2Cl2(l) + 4NaCl(s)(l)


Hints:
Verborgen inhoud

Reken de massa's beginstoffen om naar hoeveelheden (mol) en bekijk welke stof in overmaat is, en welke beperkend. Reken verder op basis van de beperkende stof.


Stappenplan:
Verborgen inhoud

  • bereken de molmassa's van SCl2 en NaF.
  • mbv de gegeven massa's , bereken hoeveel mol van elk dat is.
  • volgens de reaktievergelijking reageren beide stoffen in een (mol)verhouding 3:4. Bepaal welke stof in overmaat aanwezig is.
  • bepaal hoeveel mol van de gewenste reactieproducten je kunt maken met de hoeveelheid van de beperkende stof.
  • bereken de molmassa's van SF4 en S2Cl2.
  • reken deze hoeveelheden om naar massa's van de reactieproducten.


Uitwerking:
Verborgen inhoud

bereken de molmassa's van SCl2 en NaF.

molmassa SCl2 : (1xS)+(2xCl) = (1x32)+(2x35,5)= 102 g/mol
molmassa NaF : (1xNa)+(1xF) = (1x23)+(1x19)= 42 g/mol


mbv de gegeven massa's , bereken hoeveel mol van elk dat is.

LaTeX



LaTeX


volgens de reaktievergelijking reageren beide stoffen in een (mol)verhouding 3:4. Bepaal welke stof in overmaat aanwezig is.

Met 0,0588 mol SCl2 kun je LaTeX

mol NaF laten reageren.
Je hebt meer NaF dan dat. NaF is dus in overmaat aanwezig.


bepaal hoeveel mol van de gewenste reactieproducten je kunt maken met de hoeveelheid van de beperkende stof.
Voor beide reactieproducten geldt dat er 1 mol product ontstaat voor elke 3 mol SCl2:

LaTeX


bereken de molmassa's van SF4 en S2Cl2.

molmassa SF4 : (1xS)+(4xF) = (1x32)+(4x19)= 108 g/mol
molmassa S2Cl2 : (2xS)+(2xCl) = (2x32)+(2x35,5)= 135 g/mol


reken deze hoeveelheden om naar massa's van de reactieproducten.

LaTeX


LaTeX

(dat is heel wat minder dan de 6,00+3,50 = 9,50 g ingangsproducten, maar vergeet niet dat er nog een beetje NaF overblijft, en er ook nog NaCl ontstaat. Zonodig kun je narekenen of je, rekening houdend met dié hoeveelheden, in totaal wél 9,50 g stoffen hebt ná de reactie.)

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 20 juli 2010 - 10:25

Neerslagreactie zouten **


30 g lood(II)nitraat en 20 g natriumjodide worden in 100 ml water gebracht. Dit geeft een neerslagreactie.
Een van beide ingangsstoffen is hierbij in overmaat. Hoeveel gram van wat is in overmaat?


Hints reactievergelijking:
Verborgen inhoud
Gebruik een oplosbaarheidstabel om te zien welk zout neerslaat.
( Binas tabel 45A of bijv. deze online oplosbaarheidstabel, klein eindje scrollen)


Uitwerking reactievergelijkingen:
Verborgen inhoud
lood(II)jodide is slecht oplosbaar.
Pb(NO3)2 (aq) + 2 NaI (aq) => PbI2 (s) + 2 NaNO3 (aq)
Conform de huidige gewoonte schrijven we deze reactie niet geheel in losse ionen uit.


Hints:
Verborgen inhoud
Reken de massa's beginstoffen om naar hoeveelheden (mol) en bekijk welke stof in overmaat is, en welke beperkend. Reken verder op basis van de beperkende stof.


Stappenplan:
Verborgen inhoud
  • bereken de molmassa's van Pb(NO3)2 en NaI.
  • mbv de gegeven massa's , bereken hoeveel mol van elk dat is.
  • volgens de reaktievergelijking reageren beide stoffen in een (mol)verhouding 1:2. Bepaal welke stof in overmaat aanwezig is.
  • bepaal hoeveel mol van de in overmaat aanwezige stof heb je nodig om te reageren met de volledige hoeveelheid van de beperkende stof.
  • bereken hoeveel er van de in overmaat aanwezige stof dus overblijft.
  • reken deze hoeveelheid om naar massa.


Uitwerking:
Verborgen inhoud
bereken de molmassa's van Pb(NO3)2 en NaI.

molmassa Pb(NO3)2 : (1xPb)+(2xN)+(6xO) = (1x207)+(2x14)+(6x16)= 331 g/mol
molmassa NaI : (1xNa)+(1xI) = (1x23)+(1x127)= 150 g/mol


mbv de gegeven massa's , bereken hoeveel mol van elk dat is.

LaTeX



LaTeX


volgens de reaktievergelijking reageren beide stoffen in een (mol)verhouding 1:2. Bepaal welke stof in overmaat aanwezig is.

Met 0,0906 mol Pb(NO3)2 kun je LaTeX

mol NaI laten reageren.
Je hebt minder NaI dan dat. Pb(NO3)2 is dus in overmaat aanwezig.


bepaal hoeveel mol van de in overmaat aanwezige stof heb je nodig om te reageren met de volledige hoeveelheid van de beperkende stof.

NaI is dus de beperkende stof.
Voor 1 mol NaI heb je ½ mol Pb(NO3)2 nodig.
Voor 0,1333 mol NaI heb je 0,1333/2 = 0,0666 mol Pb(NO3)2 nodig.

bereken hoeveel er van de in overmaat aanwezige stof dus overblijft.

0,0906 - 0,0666 = 0,0240 mol Pb(NO3)2 blijft over


reken deze hoeveelheden om naar massa.

LaTeX


3 significante cijfers, dus er blijft 7,94 g lood(II)nitraat in oplossing.

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#8

JWvdVeer

    JWvdVeer


  • >1k berichten
  • 1114 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 juli 2010 - 11:27

Buffer ***

We hebben een oplossing van 250 mL 0,10 M ethaanzuur. We willen hier een buffer van maken met een pH van 4,5. Hiervoor voegen we Ca(CH3COO)2.H2O toe aan de oplossing. Hoeveel gram van deze calciumacetaat moeten we toevoegen om dit voor elkaar te krijgen?


Hint reactievergelijking
Verborgen inhoud
  • je zoekt een evenwichtsvergelijking azijnzuur../mods/chem/rightleftharpoons.gifacetaat


reactievergelijking:
Verborgen inhoud
Evenwichtsvergelijking is CH3COOH (l)(s) + H2O (l) ../mods/chem/rightleftharpoons.gif CH3COO- (aq) + H3O+ (aq).


Hints:
Verborgen inhoud



Stappenplan:
Verborgen inhoud

  • Zoek de pKa of Ka op voor dit evenwicht azijnzuur../mods/chem/rightleftharpoons.gifacetaat.
    (BINAS tabel 49, of online bijv. hier of hier (alleen organische zuren)
  • Je weet de concentratie azijnzuur, pKa/Ka en de gewenste pH (dus ook gewenste [H3O+], dus je kunt met de Henderson Hasselbalch-vergelijking de concentratie acetaat berekenen.
  • Je hebt 250 mL oplossing, hoeveel mol acetaat-ionen moet daar dus in?
  • Schrijf de oplossingsreactie van calciumacetaat op.
  • Wat is de verhouding van opgeloste calciumacetaat en hoeveelheid ontstane acetaat? Hoeveel mol calciumacetaat moet er dus in?
  • Wat is de molmassa van het (gehydrateerde!!) calciumacetaat?
  • Met hoeveel gram komt de berekende hoeveelheid mol dus overeen?


Uitwerking:
Verborgen inhoud
Zoek de pKa of Ka op voor dit evenwicht azijnzuur../mods/chem/rightleftharpoons.gifacetaat.

Azijnzuur ofwel ethaanzuur (CH3COOH) heeft een pKa van 4,74 en Ka van 1,8·10-5.


Je weet de concentratie azijnzuur, pKa/Ka en de gewenste pH (dus ook gewenste [H3O+], dus je kunt met de Henderson Hasselbalch-vergelijking de concentratie acetaat berekenen.

[HA] = [CH3COOH] = 0,10 M
[A-] = [CH3COO-] = ?? mol/L

Henderson Hasselbalch-vergelijking:

LaTeX



LaTeX

LaTeX

Of:

LaTeX


Je hebt 250 mL oplossing, hoeveel mol acetaat-ionen moet daar dus in?

LaTeX


Schrijf de oplossingsreactie van calciumacetaat op.

Ca(CH3COO)2.H2O (s) ../mods/chem/rightarrow.gif Ca2+ (aq) + 2CH3COO- (aq) + H2O (l)


Wat is de verhouding van opgeloste calciumacetaat en hoeveelheid ontstane acetaat? Hoeveel mol calciumacetaat moet er dus in?

Per mol calciumacetaat krijgen we dus 2 mol acetaat, dus hoeven we maar de halve hoeveelheid calciumacetaat in mol toe te voegen:

0,0144/2 = 0,00719 mol Ca(CH3COO)2.H2O.


Wat is de molmassa van het (gehydrateerde!!) calciumacetaat?

De molmassa van Ca(CH3COO)2.H2O (../mods/chem/rightarrow.gif CaC4H8O5)=(1x40)+(4x12)+(8x1)+(5x16) = 176 g/mol.


Met hoeveel gram komt de berekende hoeveelheid mol dus overeen?
LaTeX

Veranderd door Jan van de Velde, 21 juli 2010 - 13:30


#9

JWvdVeer

    JWvdVeer


  • >1k berichten
  • 1114 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 22 juli 2010 - 12:22

Oplossing verdunnen***

(Tabel massapercentage<->dichtheid zwavelzuuroplossing:
Verborgen inhoud
http://us.mt.com/us/...e.twoColEd.html
Zwavelzuur
Mettler-Toledo
conc. (m%)ρ(g/cm3)
0,501,0016
1,001,0049
1,501,0083
2,001,0116
2,501,0150
3,001,0183
3,501,0217
4,001,0250
4,501,0284
5,001,0318
5,501,0352
6,001,0385
6,501,0419
7,001,0453
7,501,0488
8,001,0522
8,501,0556
9,001,0591
9,501,0626
10,001,0661
11,001,0731
12,001,0802
13,001,0874
14,001,0947
15,001,1020
16,001,1094
17,001,1169
18,001,1245
19,001,1321
20,001,1398
22,001,1554
24,001,1714
26,001,1872
28,001,2031
30,001,2191
32,001,2353
34,001,2518
36,001,2685
38,001,2855
40,001,3028
42,001,3205
44,001,3386
46,001,3570
48,001,3759
50,001,3952
52,001,4149
54,001,4351
56,001,4558
58,001,4770
60,001,4987
62,001,5200
64,001,5421
66,001,5646
68,001,5874
70,001,6105
72,001,6338
74,001,6574
76,001,6810
78,001,7043
80,001,7272
82,001,7491
84,001,7693
86,001,7872
88,001,8022
90,001,8144
92,001,8240
94,001,8312
96,001,8355
98,001,8361
100,001,8305
)

Je hebt een erlenmeyer met 21,5 mL oplossing van 90 m% zwavelzuur. De erlenmeyer weegt 114 g. Het leeggewicht van de erlenmeyer is 75,0g.
Je wil 250 mL 0,200 M van deze zwavelzuuroplossing maken. Hoeveel milliliter water en van deze 90 m%-zwavelzuuroplossing heb je nodig?



Hints:
Verborgen inhoud

  • Zwavelzuur heeft een molmassa.
  • Maak het jezelf niet te moeilijk. De gegevens zijn in milliliter en het antwoord wordt ook in milliliter gevraagd. Probeer dus te blijven rekenen in milliliter.


Plan van aanpak:
Verborgen inhoud

  • Hoeveel mol zwavelzuur zit er in een oplossing van 250mL 0,2M?
  • Wat is de molmassa van zwavelzuur?
  • Hoeveel gram zwavelzuur zit er dus in 250mL 0,2M zwavelzuuroplossing?
  • Hoeveel gram zwavelzuuroplossing zit er in de erlenmeyer?
  • Wat is de dichtheid van de zwavelzuuroplossing?
  • Hoeveel gram zwavelzuur zit er dan in één milliliter zwavelzuuroplossing?
  • Hoeveel milliliter zwavelzuuroplossing heb je dus nodig?
  • Hoeveel milliliter water heb je dan dus nodig?


Uitwerking:
Verborgen inhoud

Totaal benodigde hoeveelheid zuivere H2SO4 in mol:
LaTeX
Of:
LaTeX

De molmassa van H2SO4:
LaTeX .

De overeenkomstige totale hoeveelheid zuivere H2SO4 in gram:
LaTeX .

De erlenmeyer weegt 114g. Leeg weegt de erlenmeyer 75g. De hoeveelheid zwavelzuuroplossing in de erlenmeyer is dus:
LaTeX

De dichtheid van de zwavelzuuroplossing is dus:
LaTeX

De hoeveelheid gram zwavelzuur die elke milliliter 90m%-zwavelzuuroplossing je oplevert is dus:
LaTeX

We hebben in totaal 4,9038g zwavelzuur nodig. Elke milliliter 90m%-zwavelzuuroplossing levert ons 1,633g. Het aantal milliliter wat we dus nodig hebben is dus:
LaTeX (significantie min. 2 en max. 3 cijfers, 90% heeft twee significante cijfers, je mag daarvan één afwijken).

We hebben 3,00ml 90m%-zwavelzuuroplossing nodig. De hoeveelheid water die we daarbij dus nodig hebben is:
LaTeX (significantie min. 2 en max. 3 cijfers).

Veranderd door Jan van de Velde, 16 augustus 2010 - 11:28


#10

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 22:03

Brutoformule van een chloorkoolwaterstof **

http://nl.wikipedia....ki/Brutoformule

De brutoformule is een notatievorm voor een chemische verbinding, waarbij alleen gekeken wordt naar de aantallen atomen. De manier waarop de atomen met elkaar verbonden zijn is niet belangrijk. De elementen worden gerangschikt volgens C (koolstof), H (waterstof), de overige elementen alfabetisch.


Een verbinding bevat de elementen C, H, Cl en O. Door het volledig verbranden van 32,6 g van deze verbinding, wordt CO2(g), H2O(vl) en Cl2(g) gevormd.
Het gecondenseerde water neemt een volume in van 7,20 mL.
De verbrandingsgassen worden eerst over NaOH geleid waardoor het CO2 gebonden wordt tot natriumcarbonaat. Uit een massabepaling blijkt 52,8 g CO2 te zijn opgenomen.
Het resterende gas bevat dan nog enkel Cl2 en dit neemt bij 20 °C en een druk van 1 atm. een volume in van 4,81 liter.

Bepaal de brutoformule van de verbinding.



Hints:
Verborgen inhoud

In het kort komt het erop neer van elk element uit de verbinding de hoeveelheid (in mol) te bepalen, en dan de verhouding tussen die hoeveelheden te bepalen.
-De hoeveelheid C is eenvoudig te berekenen adhv de massa CO2
-De hoeveelheid H kun je bepalen aan de hand van de dichtheid van water (1 g/mL)
-De hoeveelheid Cl bereken je met behulp van de algemene gaswet.
-De hoeveelheid O is wat ingewikkelder, want een onbekende hoeveelheid zuurstof werd toegevoerd. Maar bepaal de massa van bovenstaande hoeveelheden H, C en Cl, en de rest van de 32,6 g moet dan zuurstof zijn geweest die al in de verbinding zat.


Stappenplan:
Verborgen inhoud

C:
  • Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid koolzuurgas in mol.
  • Bereken (nou ja.....) hoeveel mol koolstofatomen er in die hoeveelheid koolzuurgas zit.
H:
  • Reken het volume water om naar massa
  • Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid water in mol
  • Bereken hoeveel mol waterstofatomen er in die hoeveelheid water zit
Cl:
  • bereken met pV=nRT de hoeveelheid (n) Cl2 in mol
  • Bereken hoeveel mol chlooratomen er in die hoeveelheid chloorgas zit
O:
  • Bereken van de intussen bepaalde hoeveelheden C, H en Cl de massa's, en tel die op.
  • Bereken hoeveel g O er dus in die 32,6 g verbinding moet zitten (de rest)
  • Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid zuurstofatomen in mol

ten slotte:
  • zet van C, H, Cl en O de hoeveelheden in mol op een rijtje: dat geeft de verhoudingen waarin die atomen in de verbinding voorkomen.
  • zoek nu een getal om al deze hoeveelheden mee te vermenigvuldigen, zódanig dat ze allevier (minstens afgerond) een geheel getal geven


Uitwerking:
Verborgen inhoud

C:
Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid koolzuurgas in mol.

molmassa CO2 = (1x12) + (2 x 16) = 44 g/mol

Er was 52,8 g CO2 ontstaan:

LaTeX


Bereken (nou ja.....) hoeveel mol koolstofatomen er in die hoeveelheid koolzuurgas zit.

Er zit 1 C-atoom in 1 CO2-molecuul, er is dus ook 1,2 mol C.


H:
Reken het volume water om naar massa

ρ=m/V
V = 7,20 mL
ρ= 1 g/mL
m= V/ρ=7,20 (mL) /1 (g/mL) = 7,20 g H2O

Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid water in mol

molmassa H2O = (2x1) + (1 x 16) = 18 g/mol

de hoeveelheid water in mol is dan

LaTeX


Bereken hoeveel mol waterstofatomen er in die hoeveelheid water zit

Er zitten 2 H-atomen in 1 H2O-molecuul, er is dus 2 x 0,4 = 0,8 mol H.


Bereken met pV=nRT de hoeveelheid (n) Cl2 in mol

  • p= druk = 1 atm = 101 325 Pa
  • V= volume = 4,81 L = 0,00481 m³
  • n= te bereken hoeveelheid gasmoleculen in mol
  • R= gasconstante = 8,3145 J/mol·K
  • T= 20°C = 293,15 K
n=pV/RT = (101 325 x 0,00481) / (8,3145 x 293,15) = 0,2 mol Cl2


Bereken hoeveel mol chlooratomen er in die hoeveelheid chloorgas zit

Er zitten 2 Cl-atomen in 1 Cl2-molecuul, er is dus 2 x 0,2 = 0,4 mol Cl.


O:
Bereken van de intussen bepaalde hoeveelheden C, H en Cl de massa's, en tel die op.

C: 1,2 mol x 12 g/mol = 14,4 g
H: 0,8 mol x 1 g/mol = 0,8 g
Cl: 0,4 mol x 35,45 g/mol = 14,2 g
totaal 14,4 + 0,8 + 14,2 = 29,4 g


Bereken hoeveel g O-atomen er dus in die 32,6 g verbinding moet zitten (de rest)

32,6 - 29,4 = 3,2 g O


Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid zuurstofatomen in mol

Molmassa O = 16 g/mol

LaTeX



ten slotte:
zet van C, H, Cl en O de hoeveelheden in mol op een rijtje: dat geeft de verhoudingen waarin die atomen in de verbinding voorkomen.

C : H : Cl : O = 1,2 : 0,8 : 0,4 : 0,2


zoek nu een getal om al deze hoeveelheden mee te vermenigvuldigen, zódanig dat ze allevier (minstens afgerond) een geheel getal geven

Alles met 5 vermenigvuldigen geeft

C : H : Cl : O = 6 : 4 : 2 : 1


De brutoformule van de verbinding wordt dus C6H4Cl2O.
Dat komt overeen met (een van de isomeren van) dichloorfenol


ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#11

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 15 augustus 2010 - 08:46

UNDER CONSTRUCTION


Een legering (dit is een vast mengsel van metalen) bevat enkel aluminium en magnesium.
Voor de volledige verbranding van 10,0 g van de legering tot vorming van de respectievelijke metaaloxides is exact 2,05 liter O2-gas (bij een temperatuur van 100 °C en bij een druk van 400 kPa) nodig.

Bereken de procentuele massasamenstelling van de legering.


Door de reactie met water worden de oxides omgezet tot metaalhydroxides.

Hoeveel g water is hier precies voor nodig?


(Opmerking: Het oplossen van deze oefening vereist het uitschrijven van de stoechiometrische reactievergelijkingen
voor de reacties van de metalen met 02 en voor de reacties van de oxiden met water.)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#12

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 16 augustus 2010 - 18:24

Mag ik nog eens om assistentie vragen? ;)

Voor veel regelmatig terugkerende middelbareschoolstruikelblokken hebben we de afgelopen 4 jaar microcursussen geschreven. Sinds we 4 jaar geleden met die micro's startten is er nog steeds één hangijzer op de verlanglijst blijven staan: chemisch rekenen.

Als ik zo rondgoogle vind ik eerlijk gezegd weinig waarmee een leek vlot op weg kan. De opzet van zo'n hulpsite is vaak heel formeel met tientallen formules als n=c·V, waarbij men lijkt te verwachten dat de leerling die tientallen formules (en de daarbij gebruikte symbolen, die overigens vaak niet eens internationaal afgesproken zijn) onthoudt én met beperkte oefening correct en in alle mogelijke situaties weet toe te passen.

Ik heb wel een idee hoe het wél te doen. Uiteindelijk komen al die formules neer op het gebruik van slechts 3 eenheden (mol, gram en liter) in allerlei mogelijke combinaties als g/L, L/mol, g/mol, g/g etc. etc. Wie een beetje kan breukenrekenen/formules herschrijven, en beseft dat een mol niks magisch is, kan vervolgens 95% van de stoichio-probleempjes opgelost krijgen (dwz zodra er een correcte reactievergelijking staat).

De mol, en dat breukenrekenen/formules herschrijven staan als basisvaardigheden/kennis in bestaande microcursusjes. Het principe van goochelen met die drie eenheden g, mol en L moet op een paar A4-tjes duidelijk te maken zijn.

Maar daarna houdt het op: het probleem is dat de variatie in mogelijke probleemstellingen enorm groot is, wat steeds weer een andere aanpak/stappenplan vergt. Dat maakt het lastig om een cursus te schrijven die al deze mogelijke rekenvarianten uitlegt. Ik denk dan ook dat er daarvoor maar één oplossing is: minstens een honderdtal oefeningetjes, oplopend van héél eenvoudig naar steeds wat ingewikkelder, plus een serie minder voorkomende gevallen. Elke oefening startend met een correcte probleemstelling dan in opvolgende stukjes verborgen inhoud volgens het stramien :

  • hints opstelling reactievergelijking
  • reactievergelijking
  • hints richting oplossing
  • stappenplan richting oplossing
  • volledige uitwerking
Zo kan iemand zélf aan de slag, waarbij een beginner eerst vaak nog de volledige uitwerkingen zal openklikken, maar meer en meer eerst aan stappenplannetjes en uiteindelijk aan hints genoeg heeft.

We zoeken mensen die hier in een of andere hoedanigheid aan willen meewerken. :cry: Als het een goed idee lijkt om eens een honderdtal oefeningen op een rijtje te zetten, bijvoorbeeld door:

Voor de toekomst betekent het dat we hopelijk bij wéér een stoichiovraag kunnen verwijzen naar een analoog geval in de cursus (en anders zo'n nieuw type vraag kunnen invoegen)

Commentaar? Ideeën? Plaats dat hier.

Vrijwilligers?

ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#13

JWvdVeer

    JWvdVeer


  • >1k berichten
  • 1114 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 16 augustus 2010 - 20:09

Naar wat voor soort sommetjes ben je nog op zoek?

Om de laatste under construction voor je op te lossen:
Stappenplan:
  • Schrijf de verbrandingsformules voluit.
  • Bereken de hoeveelheid zuurstof (in mol)
  • Zoek de massa's van de metalen op in Binas.
  • Bereken door middel van een goed verzonnen formule de massapercentages en reken deze uit.
  • Bereken de molmassa's van aluminium en mangaan in de legering.
  • Bereken de bijbehorende hoeveelheid metaaloxiden.
  • Schrijf de reactieformules voluit.
  • Bereken de hoeveelheid benodigd water.

Tips:
  • Let er op dat deze verbranding niet onder standaardomstandigheden plaatsvindt!

Uitwerking:

De verbrandingsformules (zie bijv. tabel 99, daarin zie je dat bij de genoemde metalen enkel deze zouten kunnen ontstaan bij verbranding):
4Al + 3O2 ../mods/chem/rightarrow.gif 2Al2O3
2Mg + O2 ../mods/chem/rightarrow.gif 2MgO


De dichtheid van zuurstofgas is 1.43 kg/m³ onder standaardomstandigheden (T = 273K, p = p0).
Deze kunnen we corrigeren voor de omstandigheden waar we nu mee te maken hebben. Hiervoor gebruik je de formule de formule:
LaTeX .

De vraag die we nu stellen is deze: Stel, we hebben 1 m³ zuurstof onder standaardomstandigheden. Hoeveel volume zou dat innemen onder de geschetste omstandigheden van 100°C en 400kPa?
LaTeX
LaTeX
LaTeX (dus we nemen 1.43kg zuurstof, immers LaTeX ).
LaTeX
LaTeX
LaTeX

Met de formule voor dichtheid kunnen we de nieuwe dichtheid onder de nieuwe omstandigheden uitrekenen:
LaTeX

We hebben in ons geval 2.05 liter zuurstofgas:
LaTeX
Zuurstofgas is O2 en heeft dus een gewicht van LaTeX .
De hoeveelheid mol die we hier dus hebben is: LaTeX .


Stel dat we het massapercentage aluminium op x stellen, dan is het massapercentage mangaan gelijk aan (100%-x), ofwel (1-x).
De massa's van de afzonderlijke metalen waaruit de legering bestaat, is het massapercentage maal de volledige massa van de legering. De massa aluminium die we dan hebben is dus 10x. De massa mangaan die we dus hebben is 10(1-x).

De massa's van aluminium en mangaan kunnen we opzoeken in tabel 98 van Binas:
Al: LaTeX
Mg: LaTeX

De hoeveelheid mol die we dus hebben is:
Al: LaTeX
Mg: LaTeX

Zoals we in onze beginformules konden zien, reageert zuurstof 3:4 met aluminium. Zuurstof reageert 1:2 met zuurstof. We hadden 0.265mol zuurstof.
Onze vergelijking die we dus op moeten lossen is:
LaTeX
Onder de voorwaarde: LaTeX .

Oplossen:
LaTeX
LaTeX
LaTeX
LaTeX
LaTeX

Aluminium maakt dus 82% uit van de legering. Dienentgevolge maakt mangaan 100%-82%=18% uit van de legering.


Onze legering bestond uit 82% aluminium, dat is 8.2g. Dit komt overeen met:
LaTeX . Gezien bij verbranding 4:2 aluminiumoxide ontstond, hebben we dus LaTeX aluminiumhydroxide.
Onze legering bestond voor 18% uit mangaan, dat is 1.8g. Dit komt overeen met:
LaTeX . Gezien bij verbranding 1:1 mangaanhydroxide ontstond, hebben we dus ook zoveel mol mangaanhydroxyde.

Stel dat we nu aluminiumoxide laten reageren met water tot aluminiumhydroxide, dan is de reactie:
4Al2O3 +6H2O ../mods/chem/rightarrow.gif 4Al2(OH)3 + 3O2
Stel dat we nu mangaanoxide laten reageren met water tot mangaanhydroxide, dan is de reactie:
MgO + H2O ../mods/chem/rightarrow.gif Mg(OH)2.

We hoeveelheid benodigde watermolen:
LaTeX .

Vermenigvuldigd met de massa van water is dit:
LaTeX .


Wellicht kunnen sommige dingen beter uitgelegd worden en mijn antwoord is ook niet 100% zeker te weten correct (heb hem nog niet nagerekend, nu ook even geen zin eerlijk gezegd ;)).

Veranderd door JWvdVeer, 16 augustus 2010 - 20:23


#14

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 16 augustus 2010 - 20:24

Naar wat voor soort sommetjes ben je nog op zoek?

gewoon naar meer en meer en meer van wat daar al staat, in alle variaties en alle moeilijkheidsgradaties. Ook (eigenlijk vooral ook) wat jij en ik gewoon te simpel voor woorden zouden vinden. Via de zoekmachine hier zijn er honderden oude vraagstukken te vinden. Wat mij betreft gewoon bij het begin beginnen en doorwerken to ze allemaal op zijn. ;)

. Wellicht kunnen sommige dingen beter uitgelegd worden en mijn antwoord is ook niet 100% zeker te weten correct

Ik pas toch altijd een eindredactie toe, (waarbij ik overigens ook consequent de Europese komma gebruik, zo min mogelijk wetenschappelijke notatie, etc etc.) en ook anderen kunnen intussen bestaande berekeningen controleren op correctheid.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#15

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 17 augustus 2010 - 18:55

Brutoformule van een koperoxide * UNDER CONSTRUCTION
http://nl.wikipedia....ki/Brutoformule


van een Cu-O-verbinding wordt 3,975g afgewogen. Onder verhitting wordt over de Cu-O-verbinding waterstofgas geleid, waarbij 900 mg H2O gevormd wordt, en verder zuiver koper overblijft.

Bepaal de brutoformule van de verbinding.



Hints:
Verborgen inhoud

In het kort komt het erop neer van elk element uit de verbinding de hoeveelheid (in mol) te bepalen, en dan de verhouding tussen die hoeveelheden te bepalen.
-De hoeveelheid C is eenvoudig te berekenen adhv de massa CO2
-De hoeveelheid H kun je bepalen aan de hand van de dichtheid van water (1 g/mL)
-De hoeveelheid Cl bereken je met behulp van de algemene gaswet.
-De hoeveelheid O is wat ingewikkelder, want een onbekende hoeveelheid zuurstof werd toegevoerd. Maar bepaal de massa van bovenstaande hoeveelheden H, C en Cl, en de rest van de 32,6 g moet dan zuurstof zijn geweest die al in de verbinding zat.


Stappenplan:
Verborgen inhoud

C:
  • Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid koolzuurgas in mol.
  • Bereken (nou ja.....) hoeveel mol koolstofatomen er in die hoeveelheid koolzuurgas zit.
H:
  • Reken het volume water om naar massa
  • Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid water in mol
  • Bereken hoeveel mol waterstofatomen er in die hoeveelheid water zit
Cl:
  • bereken met pV=nRT de hoeveelheid (n) Cl2 in mol
  • Bereken hoeveel mol chlooratomen er in die hoeveelheid chloorgas zit
O:
  • Bereken van de intussen bepaalde hoeveelheden C, H en Cl de massa's, en tel die op.
  • Bereken hoeveel g O er dus in die 32,6 g verbinding moet zitten (de rest)
  • Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid zuurstofatomen in mol

ten slotte:
  • zet van C, H, Cl en O de hoeveelheden in mol op een rijtje: dat geeft de verhoudingen waarin die atomen in de verbinding voorkomen.
  • zoek nu een getal om al deze hoeveelheden mee te vermenigvuldigen, zódanig dat ze allevier (minstens afgerond) een geheel getal geven


Uitwerking:
Verborgen inhoud

C:
Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid koolzuurgas in mol.

molmassa CO2 = (1x12) + (2 x 16) = 44 g/mol

Er was 52,8 g CO2 ontstaan:

LaTeX


Bereken (nou ja.....) hoeveel mol koolstofatomen er in die hoeveelheid koolzuurgas zit.

Er zit 1 C-atoom in 1 CO2-molecuul, er is dus ook 1,2 mol C.


H:
Reken het volume water om naar massa

ρ=m/V
V = 7,20 mL
ρ= 1 g/mL
m= V/ρ=7,20 (mL) /1 (g/mL) = 7,20 g H2O

Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid water in mol

molmassa H2O = (2x1) + (1 x 16) = 18 g/mol

de hoeveelheid water in mol is dan

LaTeX


Bereken hoeveel mol waterstofatomen er in die hoeveelheid water zit

Er zitten 2 H-atomen in 1 H2O-molecuul, er is dus 2 x 0,4 = 0,8 mol H.


Bereken met pV=nRT de hoeveelheid (n) Cl2 in mol

  • p= druk = 1 atm = 101 325 Pa
  • V= volume = 4,81 L = 0,00481 m³
  • n= te bereken hoeveelheid gasmoleculen in mol
  • R= gasconstante = 8,3145 J/mol·K
  • T= 20°C = 293,15 K
n=pV/RT = (101 325 x 0,00481) / (8,3145 x 293,15) = 0,2 mol Cl2


Bereken hoeveel mol chlooratomen er in die hoeveelheid chloorgas zit

Er zitten 2 Cl-atomen in 1 Cl2-molecuul, er is dus 2 x 0,2 = 0,4 mol Cl.


O:
Bereken van de intussen bepaalde hoeveelheden C, H en Cl de massa's, en tel die op.

C: 1,2 mol x 12 g/mol = 14,4 g
H: 0,8 mol x 1 g/mol = 0,8 g
Cl: 0,4 mol x 35,45 g/mol = 14,2 g
totaal 14,4 + 0,8 + 14,2 = 29,4 g


Bereken hoeveel g O-atomen er dus in die 32,6 g verbinding moet zitten (de rest)

32,6 - 29,4 = 3,2 g O


Bereken aan de hand van molmassa's de hoeveelheid zuurstofatomen in mol

Molmassa O = 16 g/mol

LaTeX



ten slotte:
zet van C, H, Cl en O de hoeveelheden in mol op een rijtje: dat geeft de verhoudingen waarin die atomen in de verbinding voorkomen.

C : H : Cl : O = 1,2 : 0,8 : 0,4 : 0,2


zoek nu een getal om al deze hoeveelheden mee te vermenigvuldigen, zódanig dat ze allevier (minstens afgerond) een geheel getal geven

Alles met 5 vermenigvuldigen geeft

C : H : Cl : O = 6 : 4 : 2 : 1


De brutoformule van de verbinding wordt dus C6H4Cl2O.
Dat komt overeen met (een van de isomeren van) dichloorfenol


ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures