Springen naar inhoud

Oefening empirische formule


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Darkwar

    Darkwar


  • >100 berichten
  • 110 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 19:36

Een verbinding bevat de elementen C, H, O en Cl. Door het volledig verbranden van 32,6 g
van deze verbinding, wordt CO2(g), H2O(vl) en Cl2(g) gevormd. Het gecondenseerde water neemt
een volume in van 7,20 ml. De verbrandingsgassen worden eerst over NaOH geleid waardoor
het CO2 gebonden wordt tot natriumcarbonaat. Uit een massabepaling blijkt 52,8 g CO2 te zijn
opgenomen. Het resterende gas bevat dan nog enkel Cl2 en dit neemt bij 20 °C en een druk
van 1 atm. een volume in van 4,81 liter. Bepaal de empirische formule van de verbinding.
Hoeveel g natriumcarbonaat werd gevormd?


Nu heb Ik dus volgende vergelijkingen:

1)

CxHyOzClu + O2 -> CO2(g) + H2O(vl) + Cl2(g)


2)

2 NaOH + CO2 -> Na2CO3 + H2O


3)rest reactie met Cl2



uit de opgave kan ik dus :

a) Het aantal Mol Cl2 bepalen: ( met de ideale gaswet)

n= (P*V)/(R*T) = 200 mol


b) aantal mol CO2 bij de tweede reactie bepalen

n= m / M = 1,2 mol

c)??




Mijn vraag is nu welke stap, moet ik nu zetten om tot een formule te komen?

want ik zit vast om deze oefening op te lossen, alvast bedankt

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

struikje

    struikje


  • >25 berichten
  • 33 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 19:56

Als je het aantal mol CO2 kent (1.2 mol), dan zit er dus ook 1.2 mol 'C' in de onbekende verbinding. Dan kan je dus de massa van C uit de verbinding berekenen, (1.2 mol X 12 gram/mol = 14.4 gram).

Het aandeel van C in de verbinding is dus 14.4g / 32.6g

Dit gaat analoog voor Cl en H. (Let op voor het juiste aantal mol).

Waarschijnlijk kan je hiervan verder

#3

Darkwar

    Darkwar


  • >100 berichten
  • 110 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 20:08

Als je het aantal mol CO2 kent (1.2 mol), dan zit er dus ook 1.2 mol 'C' in de onbekende verbinding. Dan kan je dus de massa van C uit de verbinding berekenen, (1.2 mol X 12 gram/mol = 14.4 gram).

Het aandeel van C in de verbinding is dus 14.4g / 32.6g = 44,17 %

Dit gaat analoog voor Cl en H. (Let op voor het juiste aantal mol).

Waarschijnlijk kan je hiervan verder


Dus voor Cl: 0,19745 mol x 70,9 g/mol = 13.99 g dus %Cl = 14/32,6 = 42,94 %


-maar hoe bereken ik die nu van H uit H2O want ik heb enkel een volume gegeven toch?

en dan kan ik daarna de O als de rest beschouwen %O = 100 - %Cl-%H-%C

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 45327 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 20:18

-maar hoe bereken ik die nu van H uit H2O want ik heb enkel een volume gegeven toch?

Je bedoelt:

....... Het gecondenseerde water neemt een volume in van 7,20 ml.........

wat is de dichtheid van water (in g/mL)?



uit de opgave kan ik dus :

a) Het aantal Mol Cl2 bepalen: ( met de ideale gaswet)

n= (p*V)/(R*T) = 200 mol

200 mol CL2 kan nooit, want dat heeft een massa van 200 mol x 70,9 g/mol = 14 180 g

Het kan natuurlijk nooit dat er ruim 14 kg chloorgas ontstaat uit de verbranding van 32,6 g chloorhoudende verbinding. Omdat ik niet zie wat je invult in je formule zie ik natuurlijk ook niet waar je fout hier zit.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

Darkwar

    Darkwar


  • >100 berichten
  • 110 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 20:26

Je bedoelt:

wat is de dichtheid van water (in g/mL)?




200 mol CL2 kan nooit, want dat heeft een massa van 200 mol x 70,9 g/mol = 14 180 g

Het kan natuurlijk nooit dat er ruim 14 kg chloorgas ontstaat uit de verbranding van 32,6 g chloorhoudende verbinding. Omdat ik niet zie wat je invult in je formule zie ik natuurlijk ook niet waar je fout hier zit.


Het aantal mol van Cl heb ik aangepast in de twee post , excuses!


Ahzo de dichtheid van water is 1 g/ml


Dus voor H: 0,4 mol x 2 g/mol = 0,8 g dus %H = 0,8/32,6 = 2,46 %


Wat dus wil zeggen dat het percentage O = 100 - %C(44,17)-%Cl(42,94)-%H(2,46)=10,43 % O

dus

44,17 % C 3, 68 mol 5,65

42,94% Cl 1,21 mol 1,86

2,46 % H 2,46 mol 3,77

10,43% O 0,6518 mol 1


daarnee deel ik door de kleintste om de verhouding te bepalen


dan klopt er toch iets niet? zouden dit normaal geen gehele getallen moeten zijn?

#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 45327 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 20:59

Je bent ook een beetje omslachtig bezig met die procenten.
Als je nu eens van elke stof op een rijtje zet hoeveel gram ervan in die 32,6 g zat, en dat dan elk gewoon omrekent naar molen.
Ergens ben je (heel knap) ertoe gekomen te concluderen dat je 3,4 g zuurstof meekrijgt uit die 32,6 g zelf (die stap zien we hier niet, en vind ik eigenlijk een ingewikkeldere om te bedenken vergeleken met de rest van heel de oefening). 3,4 g O2 komt dan overeen met 0,21 mol O. enz.

De molverhoudingen C:H:Cl:O in de onbekende verbinding springen dan namelijk direct in het oog (houd rekening met meetfouten, significanties en afrondingsfouten). Je zult zien dat de opgavenopsteller consideraat met je is geweest door 32,6 g onbekende stof te nemen (al had hij het nóg duidelijker kunnen maken door 163 g te nemen).
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

Darkwar

    Darkwar


  • >100 berichten
  • 110 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 21:20

Je bent ook een beetje omslachtig bezig met die procenten.
Als je nu eens van elke stof op een rijtje zet hoeveel gram ervan in die 32,6 g zat, en dat dan elk gewoon omrekent naar molen.
Ergens ben je (heel knap) ertoe gekomen te concluderen dat je 3,4 g zuurstof meekrijgt uit die 32,6 g zelf (die stap zien we hier niet, en vind ik eigenlijk een ingewikkeldere om te bedenken vergeleken met de rest van heel de oefening). 3,4 g O2 komt dan overeen met 0,21 mol O. enz.

De molverhoudingen C:H:Cl:O in de onbekende verbinding springen dan namelijk direct in het oog (houd rekening met meetfouten, significanties en afrondingsfouten). Je zult zien dat de opgavenopsteller consideraat met je is geweest door 32,6 g onbekende stof te nemen (al had hij het nóg duidelijker kunnen maken door 163 g te nemen).


die O2 heb ik gewoon uit het restpercentage bepaald is deze methode niet juist?


en wat bedoel je , ik kan niet volgen want ik zie die verhouding niet tussen

0,8 g H
14 g Cl
14,4 g C


dus kan ik daaruit concluderen dat ik 32,6-0,8-14-14,4 = 16 g O heb?


daaruit volgt


1 mol O

(0.8 g/ 1g/mol)= 10,8 mol H

(14g/ 35,44 g/mol) =0,394 mol Cl

(14,4g/ 12 g/mol) = 1, 2 mol C



Klopt dit nu wel?

#8

Darkwar

    Darkwar


  • >100 berichten
  • 110 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 21:43

die O2 heb ik gewoon uit het restpercentage bepaald is deze methode niet juist?


en wat bedoel je , ik kan niet volgen want ik zie die verhouding niet tussen

0,8 g H
14 g Cl
14,4 g C


dus kan ik daaruit concluderen dat ik 32,6-0,8-14-14,4 = 16 g O heb?


daaruit volgt


1 mol O

(0.8 g/ 1g/mol)= 0.8 mol H

(14g/ 35,44 g/mol) =0,394 mol Cl

(14,4g/ 12 g/mol) = 1, 2 mol C



Klopt dit nu wel?


er zat een fout in H


dus kom ik uit dat

O 2,5

H 2

Cl 1

C 3


dus vermenigvuldig ik dat met een factor 2 om gehele getallen te bekomen:


dus is de empirische formule nu H4C3Cl2O5


Iets zegt mij dat deze molecule niet bestaat ;)

#9

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 45327 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 21:46

1 mol O

(0.8 g/ 1g/mol)= 10,8 mol H

(14g/ 35,44 g/mol) =0,394 mol Cl

(14,4g/ 12 g/mol) = 1, 2 mol C



Klopt dit nu wel?

1 mol O 3,4 g O = 0,21 mol O afgerond 0,2 mol

(0.8 g/ 1g/mol)= 10,8 mol H (typefoutje, 0,8 mol)

(14g/ 35,44 g/mol) =0,394 mol Cl afgerond 0,4 mol

(14,4g/ 12 g/mol) = 1, 2 mol C oké


0,2 : 0,8 : 0,4 : 1,2

inkoppertje, alles met 5 vermenigvuldigen

dus is de empirische formule nu H4C3Cl2O5

hier zitten ook nog fouten in, zie boven.

Iets zegt mij dat deze molecule niet bestaat ;)

hoeft toch ook niet per se voor zo'n rekenoefening? Maar overigens bestaat dat stofje (eenmaal je alles correct op een rijtje hebt) wél hoor:
http://en.wikipedia....-Dichlorophenol
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#10

Darkwar

    Darkwar


  • >100 berichten
  • 110 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 augustus 2010 - 21:56

1 mol O 3,4 g O = 0,21 mol O afgerond 0,2 mol

(0.8 g/ 1g/mol)= 10,8 mol H (typefoutje, 0,8 mol)

(14g/ 35,44 g/mol) =0,394 mol Cl afgerond 0,4 mol

(14,4g/ 12 g/mol) = 1, 2 mol C oké


0,2 : 0,8 : 0,4 : 1,2

inkoppertje, alles met 5 vermenigvuldigen


hier zitten ook nog fouten in, zie boven.


hoeft toch ook niet per se voor zo'n rekenoefening? Maar overigens bestaat dat stofje (eenmaal je alles correct op een rijtje hebt) wél hoor:
http://en.wikipedia....-Dichlorophenol



idd , deze oefening was niet zodanig moeilijk, ik zal nog veel moeten trainen blijkbaar ;)

bedankt voor de hulp! nu even alles nog net correct noteren





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures