Springen naar inhoud

Lineaire modellen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

tDy

    tDy


  • >25 berichten
  • 53 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 september 2010 - 15:32

een bij moet maar liefts 6250 km afleggen om tot een productie van 50 gram honing te komen. ga er vanuit dat de productie honing h in gram evenredig is met de afgelegde afstand d in km.

a) stel de formule van h op. ( h= 50= 6250 dus 50/6250=0.008 , h=0.008d)
b) een bij legt in zijn leven een keer de omtrek van de aarde af, dat is een afstand van 400 00 km. hoeveel is de totale honigproductie?
(0.008*40 00)

2) een frabrikant van wasmachines rekent per week op 500 00 euro aan vaSTE kosten en een bedrag van 250 euro aan variabele kosten per machine, hij verkoopt de machines voor 400 euro per stuk

a) stel de formule op van de kosten K en van de opbrengst R bij een prodcutie van Q machines per week. ( K= 500 00 q+ 400)

b) bij welke productie van q maatk de frabrikant winst ? (plotten maar k heb a fout denk ik, ik zou hier doen y1= formule , y2=formule , intersect)

3) busmaatschappij PLR verhuurt twee soorten bussen, namelijk luxe a 200 0 euro per week en touringclassbussen a 1500 euro per week.
a) in de eerste week van maart zijn vier luxe en vijf touringclassbussen verhuurd, berkeen het bedrag dat PLR die week ontvangt? ( 4*2000 euro+5*1500=)
b) B is het bedrag in euros dat PLR per week ontvangt als er L luxe en T touringclassbussen verhuurd worden, stel de formule op van B, ofwel druk B uit in L en T. (ik hb geen idee hoe ik dit moet aanpakken ?)

busmaatschappij de vliet berektn b met de formule b=3000l+1250t. een groot bedrijf gaat met alle werknemers op reis, er gaan twee luxe busssen mee en verder een aantal touringclassbussen.
c) geef voor beide busmaatschppijen de formule van het bedrag B als er T touringclassbussen megaan ?( deze snap ik ook niet )

D) het bedrijf beslujit de bussen te huren bij PLR, want dat blijkt het voordeligst. wat weet je van het aantal touringclassbussen dat meegaat ? (ook deze snap ik niet)

ik wilde weten of mijn ingevulde antw. kloppen en of ik uitleg kon krijgen over de vragen die ik niet begreep?
alvast bedankt.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Bvdz

    Bvdz


  • >25 berichten
  • 74 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 september 2010 - 05:07

1)een bij moet maar liefts 6250 km afleggen om tot een productie van 50 gram honing te komen. ga er vanuit dat de productie honing h in gram evenredig is met de afgelegde afstand d in km.
a) stel de formule van h op. ( h= 50= 6250 (50 ≠ 6250) h = c*d => 50 = c*6250 dus 50/6250=0.008 , h=0.008d)
b) een bij legt in zijn leven een keer de omtrek van de aarde af, dat is een afstand van 400 00 km. hoeveel is de totale honigproductie?
(0.008*40 00) 40 000, 4 000 welke van de twee?

2) een frabrikant van wasmachines rekent per week op 500 00 euro aan vaSTE kosten en een bedrag van 250 euro aan variabele kosten per machine, hij verkoopt de machines voor 400 euro per stuk
a) stel de formule op van de kosten K en van de opbrengst R bij een prodcutie van Q machines per week. ( K= 500 00 q+ 400)
Ktot = Kvast + Kvar * q (Kvar is 250, geen 400)
Rtot = Rvast + Rvar * q (Rvast is in dit geval 0)
(Je moet natuurlijk Kvar, Kvast, Rvar en Rvast nog invullen)

b) bij welke productie van q maatk de frabrikant winst ? (plotten maar k heb a fout denk ik, ik zou hier doen y1= formule , y2=formule , intersect) Je kan het inderdaad plotten, maar deze is makkelijk uit te werken

3) busmaatschappij PLR verhuurt twee soorten bussen, namelijk luxe a 200 0 euro per week en touringclassbussen a 1500 euro per week.
a) in de eerste week van maart zijn vier luxe en vijf touringclassbussen verhuurd, bereken het bedrag dat PLR die week ontvangt? ( 4*2000 euro+5*1500=15500)
b) B is het bedrag in euros dat PLR per week ontvangt als er L luxe en T touringclassbussen verhuurd worden, stel de formule op van B, ofwel druk B uit in L en T. (ik hb geen idee hoe ik dit moet aanpakken ?)
Wat er dus staat, is dat de formule de vorm heeft: B = a*L + b*T + c (c is in dit geval 0), snap je hem nu?
busmaatschappij de vliet berekent b met de formule b=3000l+1250t. een groot bedrijf gaat met alle werknemers op reis, er gaan twee luxe busssen mee en verder een aantal touringclassbussen.
c) geef voor beide busmaatschppijen de formule van het bedrag B als er T touringclassbussen megaan? (deze snap ik ook niet)
Je weet dat B = 3000L + 1250T en je weet dat L = .... Dus B = 3000 * ... + 1250T
d) het bedrijf besluit de bussen te huren bij PLR, want dat blijkt het voordeligst. wat weet je van het aantal touringclassbussen dat meegaat ? (ook deze snap ik niet)
L = ... (zie vorige vraag) T = onbekend
formule PLR: Bplr = a*L + b*T (zie b)
formule vliet: Bvliet = 3000L + 1250T
nu L invullen.
en je weet dat Bplt ... Bvliet (<, =, >, welke?)
dit kan je oplossen


ik wilde weten of mijn ingevulde antw. kloppen en of ik uitleg kon krijgen over de vragen die ik niet begreep?
alvast bedankt.

Ik hoop dat je het zo beter snapt.
Waarom staan er getallen zoals 40 00 en 200 0, of zijn dat foutjes?

#3

tDy

    tDy


  • >25 berichten
  • 53 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 september 2010 - 20:18

sorry maar de uitleg van Vraag 3 snap ik niet, kun je dat op een andere manier uitleggen aub.

ja die cijfertjes heb ik allemaal overgetypt van het vragenblaadje, deze kloppen.
de overige vragen heb ik begrijpen dankjewel,

#4

Bvdz

    Bvdz


  • >25 berichten
  • 74 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 20 september 2010 - 23:26

Vraag 3:
Je hebt hier te maken met één functiewaarde, het bedrag in euro's, B en twee variabelen, het aantal luxe bussen, L en het aantal touringclassbussen, T.

Bij elk van die variabelen hoort een waarde, de kosten:
Bij PLR geldt dat een luxe bus €2000 kost en een touringclassbus €1500
Bij de Vliet geldt dat een luxe bus €3000 kost en een touringclassbus €1250 (dit kan je uit de formule halen, zie je dat?)

Met deze gegevens kan je twee formules maken:
BPLR = 2000 * L + 1500 * T (deze heb je bij a) eigenlijk al toe gepast, ga maar na)
BVliet = 3000 * L + 1250 * T (deze was al gegeven)
Ik had in het begin ook bij beide B kunnen zetten, maar ik vindt het zo duidelijker

Op dit moment heb je onderdeel a) en b).

Voor c) en d) weet je dat er 2 luxe bussen en T (onbekend) tourinclassbussen nodig zijn, je kan dus L invullen en de formules worden dus:
BPLR = 2000 * L + 1500 * T = 2000 * 2 + 1500 * T = 4000 + 1500 * T --> BPLR = 1500T + 4000
BVliet = 3000 * L + 1250 * T = 3000 * 2 + 1250 * T = 6000 + 1250 * T --> BVliet = 1250T + 6000

Dat was c)

Voor d) weet je dat ze twee luxe bussen en T touringcarbussen inhuren en dat PLR goedkoper is. Er geldt dus:
BPLR < BVliet
invullen geeft:
(Je kan dit ook met je GR plotten en uitrekenen, maar het kan nooit kwaad het algebraïsch op te lossen)
1500T + 4000 < 1250T + 6000
250T + 4000 < 6000
250T < 2000
T < 8
Er gaan dus minder dan 8 touingclassbussen mee.

Is het zo duidelijk en snap je ook wat ik gedaan heb en waarom?

PS met die getallen doel ik op de spaties op rare plaatsen

Veranderd door Bvdz, 20 september 2010 - 23:30






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures