Springen naar inhoud

Waardigheid van citroenzuur


  • Log in om te kunnen reageren

#1

devos50

    devos50


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2010 - 15:56

Hallo allemaal,

wij moeten morgen op school een practicum uitvoeren. De opdracht is om de basiciteit (= waardigheid) van citroenzuur (C6H8O7) te bepalen met behulp van een titratie met natronloog.
Om te beginnen doen we 650 mg citroenzuur in een maatkolf van 100 ml en vullen dat aan tot 100 ml met gedestilleerd water. Daar pipetteren we 10 ml van, voegen fenolftaleinen toe en titreren.

Volgens binas is citroenzuur een 3-waardig zuur. Je kunt met het verbruik uitrekenen hoeveel mol NaOH je hebt toegevoegd, en met de reactievergelijking uitrekenen hoeveel H2O er ontstaat toch? Moet dat op deze manier of met iets anders? De neutralisatiereactie is H3O+ + OH- -> 2H2O.

Ik kom ook niet uit de reactievergelijking. Wat moet je doen met dat gekristalliseerd H2O van dat citroenzuur? Zou iemand mij een zetje in de goede richting willen geven?

Alvast bedankt ](*,)

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2010 - 17:03

Hallo allemaal,

wij moeten morgen op school een practicum uitvoeren. De opdracht is om de basiciteit (= waardigheid) van citroenzuur (C6H8O7) te bepalen met behulp van een titratie met natronloog.
Om te beginnen doen we 650 mg citroenzuur in een maatkolf van 100 ml en vullen dat aan tot 100 ml met gedestilleerd water. Daar pipetteren we 10 ml van, voegen fenolftaleinen toe en titreren.

Volgens binas is citroenzuur een 3-waardig zuur. Je kunt met het verbruik uitrekenen hoeveel mol NaOH je hebt toegevoegd,

dit klinkt allemaal nog prima

en met de reactievergelijking uitrekenen hoeveel H2O er ontstaat toch?

voor de waardigheid van citroenzuur lijkt het me totaal onbelangrijk om te berekenen hoeveel water er ontstaat. Overigens,

De neutralisatiereactie is H3O+ + OH- -> 2H2O.

Je zou net zo goed kunnen schrijven H+ + OH- --> H2O . Die 2e H2O ontstaat niet uit dat citroenzuur.

Ik kom ook niet uit de reactievergelijking. Wat moet je doen met dat gekristalliseerd H2O van dat citroenzuur?

geen idee wat je bedoelt met dat "gekristalliseerd H2O"? Leg eens uit?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

devos50

    devos50


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2010 - 17:14

dit klinkt allemaal nog prima


voor de waardigheid van citroenzuur lijkt het me totaal onbelangrijk om te berekenen hoeveel water er ontstaat. Overigens, Je zou net zo goed kunnen schrijven H+ + OH- --> H2O . Die 2e H2O ontstaat niet uit dat citroenzuur.


geen idee wat je bedoelt met dat "gekristalliseerd H2O"? Leg eens uit?


Dank je voor je reactie!
Ik had inderdaad ook H+ ipv. H3O+ kunnen schrijven, zelfs nog makkelijker omdat dat verhouding 1:1:1 heeft.
Op het opdrachtblad staat "citroenzuur (= HxZ . 1H2O)", dat ene molecuul H2O is dus dat gekristalliseerd water.

Ik heb trouwens op internet de volgene formule gevonden: M * V * a (natronloog) = M * V * a (citroenzuur), maar we hebben deze nog nooit in de klas behandeld? Mag ik deze gebruiken en klopt hij wel?

bedankt!

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2010 - 17:48

Op het opdrachtblad staat "citroenzuur (= HxZ . 1H2O)", dat ene molecuul H2O is dus dat gekristalliseerd water.

Ah, kristalwater. Ofwel water dat in het zoutkristal is opgenomen,


Ik heb trouwens op internet de volgene formule gevonden: M * V * a (natronloog) = M * V * a (citroenzuur), maar we hebben deze nog nooit in de klas behandeld? Mag ik deze gebruiken en klopt hij wel?

of hij klopt kun je zelf bepalen als je beredeneert wat de symbolen betekenen, en de eenhedenvergelijking opstelt om te zien wat er over blijft. Onbegrepen formules kun je misschien beter laten waar ze zijn.

Begin eens met helder je doel te stellen: wŠt moet je precies bepalen.

De opdracht is om de waardigheid van citroenzuur te bepalen.

je moet dus na de proef kunnen zeggen of je met HZ, H2Z of H3Z enz te maken hebt.

Zet dan nu eens helder op een rijtje welke gegevens er uit je proef komen rollen, en daarna hoe je daarmee tot je doel zou kunnen komen. Ga niet op voorhand allerlei wilde zijpaden bewandelen.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

devos50

    devos50


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2010 - 18:05

Stel, ik heb een verbruik van 9 ml,
De sterkte van het natronloog is 0,1035 mol/L zal ik aannemen
Is de reactievergelijking iets in de trend van HxZ + OH- -> H2O + Z- ?? Maar dan weet je de verhoudingen toch niet?
Dan is er 0,009 * 0,1035 = 9,3 * 10-4 mol = 0,93 mmol NaOH ingedaan.
[OH-] = [H+] dus er is ook 0,93 mmol H+ ontstaan.

Klopt het zover? ](*,)

trouwens, die formule:
V = volume van de stof
M = molariteit
a = waardigheid, de rechts moeten we dus berekenen.
De eenheden kloppen aan beide kanten, want er staat hetzelfde.

Veranderd door devos50, 30 september 2010 - 18:07


#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2010 - 18:28

Stel, ik heb een verbruik van 9 ml,
De sterkte van het natronloog is 0,1035 mol/L zal ik aannemen
Is de reactievergelijking iets in de trend van HxZ + OH- -> H2O + Z- ?? Maar dan weet je de verhoudingen toch niet?
Dan is er 0,009 * 0,1035 = 9,3 * 10-4 mol = 0,93 mmol NaOH ingedaan.
[OH-] = [H+] dus er is ook 0,93 mmol H+ ontstaan.

Klopt het zover? ](*,)

Ja.

Hier zit je echter vast.

Maarre, hint:
Gesteld dat het inderdaad om HZ ging (jouw x=1), had je in je monster ook inderdaad 0,93 mmol citroenzuur aanwezig? Of was dat tůch een andere hoeveelheid? (peinspeins)


trouwens, die formule:
V = volume van de stof
M = molariteit
a = waardigheid, de rechts moeten we dus berekenen.
De eenheden kloppen aan beide kanten, want er staat hetzelfde.

nou, dan begrijp je hem dus, en als je er dan iets nuttigs mee kunt doen dan kun je hem gebruiken. Ik raad overigens sterk de weg van redenering aan zoals je die hierboven zo goed gestart bent. Je moest je daar alleen nog de vraag stellen: "Hoe nu verder?"
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

devos50

    devos50


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2010 - 19:12

Ja.

Hier zit je echter vast.

Maarre, hint:
Gesteld dat het inderdaad om HZ ging (jouw x=1), had je in je monster ook inderdaad 0,93 mmol citroenzuur aanwezig? Of was dat tůch een andere hoeveelheid? (peinspeins)



nou, dan begrijp je hem dus, en als je er dan iets nuttigs mee kunt doen dan kun je hem gebruiken. Ik raad overigens sterk de weg van redenering aan zoals je die hierboven zo goed gestart bent. Je moest je daar alleen nog de vraag stellen: "Hoe nu verder?"


Volgens mij wel want je krijgt dan toch de verhouding 1:1:1:1? Of vergis ik me nu hierin?

#8

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2010 - 19:17

ehhmmmm, andere aanpak van je denkprobleem........

bereken nou eens hoeveel mol citroenzuur je toevoegde. Klopt die verhouding 1:1:1:1 nog steeds?

(Misschien kom je onderweg in die berekening ůůk nog dat kristalwater tegen)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#9

devos50

    devos50


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2010 - 19:46

ehhmmmm, andere aanpak van je denkprobleem........

bereken nou eens hoeveel mol citroenzuur je toevoegde. Klopt die verhouding 1:1:1:1 nog steeds?

(Misschien kom je onderweg in die berekening ůůk nog dat kristalwater tegen)


Je bedoelt hoeveel mol citroenzuur er in mijn titratievat zat?
We kregen 650 mg citroenzuur, molmassa = 210g / mol, dus dat is 3,1 mmol. Hmm... dan krijg ik inderdaad geen verhouding 1:1:1:1 meer.
En als ik nu die 9,3 mmol deel door die 3,1 mmol, dan krijg ik dus 3, zou dat dan betekenen dat (bijvoorbeeld ik had het verbruik verzonnen) de formule H3Z wordt??? ;)
Want er ontstaat 3x zoveel H3O+ dan citroenzuur, dus is het een driewaardig zuur!!
Kan ook goed kloppen met de formule want:
M * V * a = M * v * a
= 0,1035 * 9 * 1 = 0,031 * 10 * a
Als we dan a uitrekenen kom ik uit op 3 uit ](*,)

#10

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 30 september 2010 - 20:44

Dus gewoon redenerend kom je er nu prima uit, nu snap je ook hoe heel dat practicum werkt.

Als je alleen die formule had meegenomen morgen zou je bij een iets ander gevalletje weer vastgelopen zijn.

Probleem met die formules bij scheikundig rekenen is dat er tientallen zijn, voor tientallen verschillende gevalletjes, en allemaal lijken ze op elkaar omdat je in totaal maar met een paar grootheden rekent (massa, volume, concentratie).
Als je die formuletjes allemaal moet onthouden (met hun toepassingsgebied erbij!!!) mag je een kop als een boerenschuur hebben, je gaat fouten maken.

redeneer, en je komt er altijd uit.
M * V * a = M * v * a is een leuk formuletje als je dit proefje 100 x moet doen.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#11

devos50

    devos50


  • 0 - 25 berichten
  • 24 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 september 2010 - 21:23

Dus gewoon redenerend kom je er nu prima uit, nu snap je ook hoe heel dat practicum werkt.

Als je alleen die formule had meegenomen morgen zou je bij een iets ander gevalletje weer vastgelopen zijn.

Probleem met die formules bij scheikundig rekenen is dat er tientallen zijn, voor tientallen verschillende gevalletjes, en allemaal lijken ze op elkaar omdat je in totaal maar met een paar grootheden rekent (massa, volume, concentratie).
Als je die formuletjes allemaal moet onthouden (met hun toepassingsgebied erbij!!!) mag je een kop als een boerenschuur hebben, je gaat fouten maken.

redeneer, en je komt er altijd uit.
M * V * a = M * v * a is een leuk formuletje als je dit proefje 100 x moet doen.


Bedankt voor je hulp! Ik vind scheikunde best leuk maar zuur- basereacties vind ik erg moeilijk ](*,)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures