Springen naar inhoud

[fysica] energiehoeveelheid van een verwarmingstoestel


  • Log in om te kunnen reageren

#1

againstthecity

    againstthecity


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 oktober 2010 - 20:39

4) Een verwarmingstoestel wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. In de grafiek is de energie die het toestel afneemt van het net aangegeven in functie van de tijd.

Geplaatste afbeelding

We sluiten op hetzelfde net een tweede toestel aan, waarvan de weerstand tweemaal zo groot is. Het tweede toestel blijft 10 uur ingeschakeld en neemt dan van het net een energiehoeveelheid af gelijk aan:

  • 3,8 kWh
  • 7,5 kWh
  • 30 kWh
  • 60 kWh
Verborgen inhoud
Antwoord B.


Stel een vraag over deze oefening.

(Herkomst: simulatie-examen EMSA 2009)

Ik kan deze oefening oplossen met gewoon te redeneren, maar weet iemand met welke formule dit te verklaren valt?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 17 oktober 2010 - 21:24

uit de grafiek is het vermogen van het eerste verwarmingstoestel te bepalen.
Als je dan bedenkt dat
LaTeX
Als je nu het tweede toestel op de zelfde spanning aansluit, en de R wordt 2x zo groot, wat volgt dan uit de formules voor het vermogen van het tweede toestel??
Bedenk dat LaTeX met e=energie in [J] P=vermogen in[W] en t=tijd in[s]

#3

againstthecity

    againstthecity


  • >25 berichten
  • 29 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 17 oktober 2010 - 21:33

Ja inderdaad, P = U≤/R , en dan kom ik er ook. Maar ik dacht ook dat P = I≤R, en dan staat R dus opeens wel in de teller, en dan zou ik dus iets anders uitkomen.

#4

aadkr

    aadkr


  • >5k berichten
  • 5441 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 17 oktober 2010 - 21:45

Het is nu wel duidelijk dat het tweede toestel een vermogen heeft van 750 W
De formule LaTeX moet uiteraard dezelfde uitkomst geven
LaTeX Als nu het tweede toestel een R heeft die 2x zo groot is als de R van het eerste toestel, dan zal de I van het tweede toestel 2x zo klein zijn , als de I van het eerste toestel
LaTeX R= 2x zo groot , I =2x zo klein , LaTeX is 4x zo klein. Resultaat: P=2x zo klein.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures