Springen naar inhoud

Afschuifkracht dynamische plaat


  • Log in om te kunnen reageren

#1

markvincentt

    markvincentt


  • >100 berichten
  • 104 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 18 november 2010 - 21:29

Hallo,

Er zijn twee platen met daartussen in een vloeistof met bepaalde viscositeit.
bovenste plaat is dynamisch en beweegt, bijv een houten plank
de onderste plaat is de ondergrond en zit vast en beweegt niet snelheid v=0 (stationaire plaat)
De vloeistof die ertussen zit daarvan is de stroming laminair. Snelheid vd vloeistof is niet al te groot. In de vloeistof zelf hangt de snelheid af van op welke plaats je meet in de vloeistof. bovenin is de snelheid v=x onderin v=0. hiermee kun je de snelheidsgradiŽnt bepalen dv/dy (afgeleide van snelheid naar plaats in de vloeistof)

Mijn vraag was wat is de afschuifkracht. Het hoort bij de bovenste dynamische plaat. Is de afschuifkracht, de kracht waarmee de plaat over de vloeistof "schuift" of iets anders?

Voor de duidelijkheid deze afbeelding: http://www.tribolex....iscositeit.html

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2


  • Gast

Geplaatst op 19 november 2010 - 08:40

Je kan voor je begrip beter de situatie omkeren, nl. dat je de onderste plaat vast moet houden, terwijl op afstand d (de afstand tussen de platen) door enige oorzaak de vloeistof langsstroomt met snelheid v. Ofwel de plaat met snelheid v is dan niet meer aanwezig, ok?
Door de viscositeit worden dan de lagen dichter bij de plaat die je vasthoudt meegetrokken met de stroming, en de laatste laag vloeistof trekt aan de plaat (de afschuifkracht). Om die stil te kunnen houden moet jij een gelijke kracht op de plaat uitoefenen in tegengestelde richting.

#3

supersonicx

    supersonicx


  • 0 - 25 berichten
  • 19 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 19 november 2010 - 17:43

Je kan voor je begrip beter de situatie omkeren, nl. dat je de onderste plaat vast moet houden, terwijl op afstand d (de afstand tussen de platen) door enige oorzaak de vloeistof langsstroomt met snelheid v. Ofwel de plaat met snelheid v is dan niet meer aanwezig, ok?
Door de viscositeit worden dan de lagen dichter bij de plaat die je vasthoudt meegetrokken met de stroming, en de laatste laag vloeistof trekt aan de plaat (de afschuifkracht). Om die stil te kunnen houden moet jij een gelijke kracht op de plaat uitoefenen in tegengestelde richting.



Je kan voor je begrip beter de situatie omkeren, nl. dat je de onderste plaat vast moet houden, terwijl op afstand d (de afstand tussen de platen) door enige oorzaak de vloeistof langsstroomt met snelheid v. Ofwel de plaat met snelheid v is dan niet meer aanwezig, ok?
Door de viscositeit worden dan de lagen dichter bij de plaat die je vasthoudt meegetrokken met de stroming, en de laatste laag vloeistof trekt aan de plaat (de afschuifkracht). Om die stil te kunnen houden moet jij een gelijke kracht op de plaat uitoefenen in tegengestelde richting.

Dus de bovenste stroomlaag van de vloeistof stroomt en bezit een snelheid en kracht, en hiermee trekt hij de bovenste plaat naar voren? En die kracht is de afschuifkracht, en om de plaat op zijn plaats te houden moet jij een kracht in tegengestelde richting van de stroming uitoefenen.
Btw ik doe HBO natuurkunde en heb het hier nu over

Veranderd door supersonicx, 19 november 2010 - 17:42


#4


  • Gast

Geplaatst op 19 november 2010 - 19:00

naamloos.GIF
De oorspronkelijke situatie is die, waarbij de twee platen langs elkaar worden getrokken met constante snelheid. Omdat er wrijving optreedt, moet er op beide platen een gelijke kracht worden uitgeoefend. Op de bovenste om hem te laten bewegen, op de onderste om hem stil te laten liggen. De normale veronderstelling is dat bij het oppervlak de vloeistof even hard gaat als het oppervlak zelf, zodat er geen snelheidsverschil is, en dat tussen de platen de snelheid lineair verandert met de afstand.

Deze situatie komt overeen met die, waarbij er geen bovenste plaat is, maar een vrije stroming. De enige eis is, dat in het gebied ter dikte d het snelheidsprofiel het zelfde is.

Voor de berekening van de schuifkracht is het zelfs voldoende te veronderstellen dat alleen op het oppervlak de snelheidgradient dezelfde is. In dat geval oefent de stroming op de onderste (nu de enige) plaat een kracht uit die even groot is als in het oorspronkelijke geval.

#5

markvincentt

    markvincentt


  • >100 berichten
  • 104 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 19 november 2010 - 23:17

naamloos.GIF
De oorspronkelijke situatie is die, waarbij de twee platen langs elkaar worden getrokken met constante snelheid. Omdat er wrijving optreedt, moet er op beide platen een gelijke kracht worden uitgeoefend. Op de bovenste om hem te laten bewegen, op de onderste om hem stil te laten liggen. De normale veronderstelling is dat bij het oppervlak de vloeistof even hard gaat als het oppervlak zelf, zodat er geen snelheidsverschil is, en dat tussen de platen de snelheid lineair verandert met de afstand.

Deze situatie komt overeen met die, waarbij er geen bovenste plaat is, maar een vrije stroming. De enige eis is, dat in het gebied ter dikte d het snelheidsprofiel het zelfde is.

Voor de berekening van de schuifkracht is het zelfs voldoende te veronderstellen dat alleen op het oppervlak de snelheidgradient dezelfde is. In dat geval oefent de stroming op de onderste (nu de enige) plaat een kracht uit die even groot is als in het oorspronkelijke geval.

Hartstikke bedankt dat u dit moeilijke verschijnsel probeert uit te leggen, maar nu snap ik het helemaal niet meer, het staat er veel te lastig en kan er niet echt bij eerlijk gezegd..

#6


  • Gast

Geplaatst op 20 november 2010 - 11:29

Haha, maakt niet uit, misschien iemand anders?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures