Springen naar inhoud

2 ballen omhoog gooien


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Melissa_K

    Melissa_K


  • >100 berichten
  • 124 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 09:12

Hallo iedereen. In een opdracht staat:

Een bal A wordt op hetzelfde ogenblik omhoog gegooid als een bal B. De beginsnelheid van bal B is echter dubbel zo groot als die van bal B. Hoeveel hoger komt B dan ?

Het antwoord is vier keer. Maar ik zie echt niet hoe je daaraan komt.

Ik heb met een voorbeeldoefening gewerkt:

t = 2s
v begin = 2 m/s

x(2s)= 4.905 m/s≤ . 4 + 2 . 2
= 23.62 m

x (2s) = 4.905 m/s≤ . 4 + 4. 2
= 27.62 m


???

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Uomo Universale

    Uomo Universale


  • >250 berichten
  • 411 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 09:26

Ik denk dat je fout hier is dat je t gelijkstelt aan 2 seconden, waarom doe je dit?

Gebruik de formule voor je positie te weten en je formule om je snelheid te weten (ik veronderstel dat je die zelf wel weet?). Substitueer hier het een en het ander zodat je een formule bekomt zonder 't' in. Als je dit hebt zal je volgens mij rap zien waarom het antwoord vier keer zo groot is.

Succes!

#3

Melissa_K

    Melissa_K


  • >100 berichten
  • 124 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 09:53

Ik denk dat je fout hier is dat je t gelijkstelt aan 2 seconden, waarom doe je dit?

Gebruik de formule voor je positie te weten en je formule om je snelheid te weten (ik veronderstel dat je die zelf wel weet?). Substitueer hier het een en het ander zodat je een formule bekomt zonder 't' in. Als je dit hebt zal je volgens mij rap zien waarom het antwoord vier keer zo groot is.

Succes!


Als ik substitueer krijg ik voor x (t):

x (t) = v (t)≤ - vb≤ / 2 a

#4

Lucas N

    Lucas N


  • >100 berichten
  • 222 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 10:44

Een andere manier is te bedenken dat bij het naar bover bewegen bewegings-energie wordt omgezet in zwaarte-energie.

Dus 1/2 m v^2 =m g h

#5

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 10:49

pak het eens iets stapsgewijzer aan:

bereken de tijd dat elke bal omhoog onderweg is. Bedenk dat elke bal op het hoogste punt een snelheid v(t) heeft die gelijk is aan 0

v(t)A = v(0)A + atA

v(t)B = v(0)B + atB

(Houd in te gaten dat als je v(0) positief neemt, dat a dan negatief moet zijn.)

De beginsnelheid van bal B is echter dubbel zo groot als die van bal B.


dus v(0)B = 2∑v(0)A

dus tA = ... ∑tB

Ga dan eens op vergelijkbare wijze aan de slag met je plaatsvergelijking x(t) = x(0) + v(0)t + Ĺat≤ voor elke bal

Een andere manier is te bedenken dat bij het naar bover bewegen bewegings-energie wordt omgezet in zwaarte-energie.

Dus 1/2 m v^2 =m g h

makkelijkste oplossing hier inderdaad, maar MelissaK is zo te zien bezig met beweging, en niet met energie, en zal het dus met bewegingsvergelijkingen moeten oplossen..
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#6

Melissa_K

    Melissa_K


  • >100 berichten
  • 124 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:17

pak het eens iets stapsgewijzer aan:

bereken de tijd dat elke bal omhoog onderweg is. Bedenk dat elke bal op het hoogste punt een snelheid v(t) heeft die gelijk is aan 0

v(t)A = v(0)A + atA

v(t)B = v(0)B + atB

(Houd in te gaten dat als je v(0) positief neemt, dat a dan negatief moet zijn.)



dus v(0)B = 2∑v(0)A

dus tA = ... ∑tB

Ga dan eens op vergelijkbare wijze aan de slag met je plaatsvergelijking x(t) = x(0) + v(0)t + Ĺat≤ voor elke bal


makkelijkste oplossing hier inderdaad, maar MelissaK is zo te zien bezig met beweging, en niet met energie, en zal het dus met bewegingsvergelijkingen moeten oplossen..



0 = vA - a . ta
0 = vB - a . tb

vA/ a = ta

Xa (t) = -a/2 . t≤ + vA . t
= -a/2 . (vA/a)≤ + vA . (vA/a)
= (vA≤ + 2 vA≤ ) / - 2a

Ik zit vast. ...

#7

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44867 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:29

0 = vA - a . ta
0 = vB - a . tb

Voeg daaraan toe de wetenschap dat:

vB = 2vA

en zo heb je een stelsel van vergelijkingen, met behulp waarvan je tB kunt uitdrukken als .... maal tA
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures