Springen naar inhoud

Berekeningen aan huishoudammonia


  • Log in om te kunnen reageren

#1

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 09:40

Hallo,

Wij hebben het volgende practicum uitgevoerd

1.Schenk wat van oplossing A (huishoudammonia uit de normale fles) in een schoon en droog bekerglas en pipetteer hiervan 10,0 ml in een maatkolf van 100,0 ml. Vul aan met water tot de maatstreep volgens voorschrift (Oplossing B).
2.Schenk wat van oplossing B in een schoon en droog bekerglas en pipetteer hiervan 10,0 ml in een erlenmeyer van 250 ml. Gebruik niet zonder meer dezelfde pipet als bij onderdeel 1.
3.Als indicator gebruik je methyloranje. Maak twee referentiebuizen met deze indicator.
4.Voeg methyloranje toe aan de titreeroplossing.
5.Spoel een buret voor met een oplossing van HCl met een bekende sterkte.
Deze molariteit is 0,0995 mol/l
6.Titreer met de HCl – oplossing.
Eindstand 1,35 ml eindstand 2,65 ml
Beginstand 0,00 ml eindstand 1,35 ml
Verbruikt 1,35 ml verbruikt 1,30 ml
Gemiddeld verbruik 1,33 ml

Over dit practicum moeten we de volgende vragen beantwoorden.

Vragen:
1.Hoeveel mol H+ heb je gebruikt?
Molariteit zoutzuur: 0,0995 mol/l
Gemiddeld 1,33 ml HCl verbruikt dus 0,00133 x 0,0995= 1,3x10-4 mol HCl
1,3x10-4/1,008= 1,29x10-4 mol H+

2.Bereken de molariteit van oplossing B.

3. *Bereken de molariteit van oplossing A.
*Bereken de molariteit van de onverdunde huishoudammonia

•Hoeveel massa% NH3 bevindt zich in de oorspronkelijke oplossing als gegeven is dat de dichtheid van de geconcentreerde NH3 0,91 kg/dm3 is.


We hebben geen flauw idee hoe we aan de rest van de antwoorden moeten komen. Zou iemand ons hierbij kunnen helpen of de berekeningen + antwoorden kunnen geven?

Alvast hartstikke bedankt!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 10:20

voor vraag 2:
  • wat is de reactievergelijking die hierbij hoort?
  • bepaal met behulp daarvan hoeveel mol NH3 er in die 10 mL gezeten moet hebben
  • x mol in 10 mL betekent .... mol/L
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#3

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 10:56

De reactievergelijking die hier volgens mij bijhoort is als volgt:
NH3(aq) + H2O(l) → NH4(aq)+ + OH- (aq)

De molverhouding NH3:H20=1:1

NH3= 10 ml H2O= 90 ml

De ammnia die gebruikt is is van te voren al met een factor 10 verdund.
Dat was ik vergeten er bij te vermelden.

We weten de molariteit van het originele NH3 niet, dus dan kunnen we niet verder rekenen toch?

#4

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:01

De reactievergelijking die hier volgens mij bijhoort is als volgt:
NH3(aq) + H2O(l) → NH4(aq)+ + OH- (aq)

So far so good, maar dat is nog niet de helft van het verhaal: waarom titreer je met HCl?


Reactievergelijking? Molverhouding? En nu kun je wel rekenen ;)
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#5

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:13

De reactie tussen ammonia en zoutzuur is volgens mij:
NH3(aq)+HCl(aq)=NH4Cl(aq)

We titreren met HCl om het omslagtraject in pH te zien.
Dit is wanneer de PH 4,4 of lager is.

De molverhouding NH3:HCl= 1:1

aantal mol NH3= (1*0.0995)/1= 0,0995 mol NH3

De molariteit van NH3 is dus 0,0995 mol/L

Volgens mij is ook dit fout.
Ik heb nog nooit bijzonder veel van scheikunde gesnapt.
De volledige berekening, kunt u die niet geven? (de stappen)
Dan zal ik het nogmaals proberen.

Veranderd door havo-student, 12 december 2010 - 11:21


#6

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:38

De reactie tussen ammonia en zoutzuur is volgens mij:
NH3(aq)+HCl(aq)=NH4Cl(aq)

We titreren met HCl om het omslagtraject in pH te zien.
Dit is wanneer de PH 4,4 of lager is.

De molverhouding NH3:HCl= 1:1

aantal mol NH3= (1*0.0995)/1= 0,0995 mol NH3

klopt. alleen, die hoeveelheid vond je in 10 mL Hoeveel zit er dan in een liter?

Als een oplossing bijvoorbeeld een molariteit van 3,5 M heeft, betekent dat niet meer of minder dan dat er een concentratie van 3,5 mol/L is, ofwel dat er in een liter oplossing 3,5 mol opgeloste stof zit.

nu hoef je verder alleen nog te kijken welke (verdunnings)stappen je zette voordat je die zojuist berekende concentratie kreeg om aan de oorspronkelijk concentratie in je fles huishoudammonia te komen

Zie het niet als ingewikkelde scheikunde. Die scheikunde is voorbij als je eenmaal de juiste reaktievergelijking hebt. Daarna is het niet meer of minder dan een redeneersommetje.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#7

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:45

oké, dat is ook zo...

0,0995 mol in 10 mL per 100 mL.
Dus 0,0995 in 10 mL op 100 mL.
Dat is een factor 10, dus de molariteit van oplossing B is 0,995 mol/L

De molariteit van oplossing A is dan dus nog een factor 10 wat neer komt op 9,95 mol/L

Als laatste de molariteit van de onverdunde huishoudammonia.
Hier zit nogmaals een factor 10 tussen, de molariteit hiervan is dus 99,5 mol/L

Dit lijkt me alleen erg sterk, dat de molariteit zo ontzettend groot is.
Of is dit een onjuiste beredenering?

#8

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 11:58

Dit lijkt me alleen erg sterk, dat de molariteit zo ontzettend groot is.
Of is dit een onjuiste beredenering?

goed gezien, we herbegonnen fout. My bad.....

we gebruikten

1.Hoeveel mol H+ heb je gebruikt?
Molariteit zoutzuur: 0,0995 mol/l
Gemiddeld 1,33 ml HCl verbruikt dus 0,00133 x 0,0995= 1,3x10-4 mol HCl
1,3x10-4/1,008= 1,29·10-4 mol H+


Dus zat er ook 1,29·10-4 mol NH3 in die 10 mL

In de 100 mL (B) waar je die uithaalde zat dus .... mol

en dat kwam allemaal uit 10 mL (opl A) waardoor 1L van opl A ..... mol NH3 bevat moet hebben
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#9

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 12:02

Hahaha.
Dat is waar ook, ik had ook niet meer terug gelezen.
Het leek me al sterk dat die molariteit zo ontzettend groot zou zijn.

De molariteit van oplossing B is dus 1,29·10-3 mol/L
De molariteit van oplossing A 1,29·10-2 mol/L
En als laatste de molariteit van de onverdunde huishoudammonia is dus 1,29·10-1 mol/L

Het is dan dus inderdaad logisch beredeneren.

#10

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 12:43

De molariteit van oplossing B is dus 1,29·10-3 mol/L

logischer, in de volgorde waain je werkte maar dan omgekeerd:

in 10 mL B zit 1,29·10-4 mol, dus in die 100 mL B zat 1,29·10-3 mol

die 1,29·10-3 mol kwam uit 10 mL van opl A

1L van opl A moet dus 1,29·10-1 mol NH3 hebben bevat

de molariteit van opl A was dus 0,13 mol/L.

Dat is ongeveer 2 g/L, ofwel 0,2 massaprocent. Dat lijkt me vrij weinig, volgens mij is dat gewoonlijk eerder zoiets als 10%. We moeten er misschien nog eens kritisch helemaal doorheen?
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#11

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 13:04

Ik ben nog niet goed wakker geloof ik

1.Hoeveel mol H+ heb je gebruikt?
Molariteit zoutzuur: 0,0995 mol/l
Gemiddeld 1,33 ml HCl verbruikt dus 0,00133 x 0,0995= 1,3x10-4 mol HCl
1,3x10-4/1,008= 1,29x10-4 mol H+

hoezo nog eens delen door 1,008?

we hadden dus volgens mij gewoon moeten rekenen met 0,0001323 mol NH3 in 10 mL van opl B.
dit is maar een detail overigens. we komen dan uit op een molariteit van A van 0,132 mol/L.

nog steeds erg weinig uiteraard, maar de fout zit niet in de berekening gebaseerd op deze gegevens.

de TOA heeft je misschien al voorverdunde ammonia gegeven, of je zoutzuuroplossing was veel gecontreerder dan hier vermeld
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#12

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 13:49

Mijn excuses, dat was een verkeerde manier van beredeneren en dus een domme fout die ik gemaakt had.

Even voor de duidelijkheid:
De gebruikte ammonia was van te voren al met een factor 10 verdund.
De molariteit van het zoutzuur was 0,0995 mol/L

Omdat de molariteit van het zoutzuur: 0,0995 mol/l is
en we gemiddeld 1,33 ml HCl hebben verbruikt is er dus dus 0,00133 x 0,0995= 1,3·10-4 mol H+gebruikt

De reactie tussen ammonia en zoutzuur is:
NH3(aq)+HCl(aq)=NH4Cl(aq)

De molverhouding NH3:HCl= 1:1

aantal mol NH3= (1*0.0995)/1= 0,0995 mol NH3

Er zat 0,00133 x 0,0995= 1,3·10-4 mol NH3 in 10,0 mL.
In 100,0 mL zat dus 1,3·10-3 mol/L (Oplossing B)

die 1,3·10-3 mol kwam uit 10 mL van opl A

1L van opl A moet dus 1,3·10-1 mol NH3 hebben bevat

de molariteit van opl A was dus 0,13 mol/L.

De onverdunde oplossing is met een factor 10 verdunt om zo oplossing A te verkrijgen.

De molariteit van de onverdunde oplossing is dus 1,3 mol/L neem ik aan.

In de oorspronkelijke oplossing bevond zich dus 1,3·0,91= 1,12g/L, ofwel 1,12 massaprocent?

#13

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 14:01

De molariteit van de onverdunde oplossing is dus 1,3 mol/L neem ik aan.

Ja, alleen, ga in je berekeningen niet steeds tussentijds zitten afronden. Met afronding op afronding op afronding kom je op den duur scheef uit.

In de oorspronkelijke oplossing bevond zich dus 1,3·0,91= 1,12g/L,


hoezo 0,91?? weegt 1 mol NH3 0,91 g?

hou je eenheden in de gaten, daarmee kun je ook rekenen ter controle:

om uit een vermenigvuldiging met mol/L en iets anders een uitkomst in g/L te krijgen zal dat "iets anders" in de eenheid g/mol moeten zijn. Vul maar in en werk het breukensommetje maar uit:

LaTeX


......ofwel 1,12 massaprocent?

die 1,12 g is dus niet correct, maar als het wel correct zou zijn:
1,12 g/L is in dit geval ongeveer 1,12 g/1000 g en dat is niet 1,12 %
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270

#14

havo-student

    havo-student


  • 0 - 25 berichten
  • 17 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 12 december 2010 - 14:25

Ik haalde weer iets verkeerd door elkaar heen, zo kom je niet ver in de scheikunde is me al wel gebleken.

Er was gegeven dat de dichtheid van de geconcentreerde NH3 0,91 kg/dm3 is.
als je dat in uw formule invult krijg je:
1,3/1000 = x/1000
(1,3x1000)/1000= 1,3 g/L
Dit komt dan overeen met 0,13 massaprocent.
Ik neem aan dat dit dan dus het juiste antwoord is?

#15

Jan van de Velde

    Jan van de Velde


  • >5k berichten
  • 44894 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 12 december 2010 - 14:41

Ik haalde weer iets verkeerd door elkaar heen, zo kom je niet ver in de scheikunde is me al wel gebleken.

inderdaad ;) de zaak helder op een rijtje houden is wél belangrijk.


Er was gegeven dat de dichtheid van de geconcentreerde NH3 0,91 kg/dm3 is.

Dat lijkt me weinig voor een zo laag geconcentreede oplossing, maar vooruit.

als je dat in uw formule invult krijg je:
1,3/1000 = x/1000
(1,3x1000)/1000= 1,3 g/L
Dit komt dan overeen met 0,13 massaprocent.
Ik neem aan dat dit dan dus het juiste antwoord is?


nou nee. In die formule moet dus een geegeven in g/mol. Voor NH3 is dat 17 g/mol.

1,3 mol/L x 17 g/mol = 22,1 g/L

volgens jouw dichtheid 0,91 kg/L = 910 g/L :

22,1 (g/L)/910 (g/L) = 0,02428 (g/g) en dat is dus 2,428 massaprocent, afgerond 2,4%

blijft de vraag of je, als je alle tussentijdse afrondingen achterwege laat er bij dit eindantwoord niet een tiende procent anders uit zou komen.
ALS WIJ JE GEHOLPEN HEBBEN....
help ons dan eiwitten vouwen, en help mee ziekten als kanker en zo te bestrijden in de vrije tijd van je chip...
http://www.wetenscha...showtopic=59270





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures