Springen naar inhoud

Sterische hinder


  • Log in om te kunnen reageren

#1

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 januari 2011 - 12:15

Hallo

Zou iemand me de reden kunnen geven waarom een -COOH minder sterische hinder veroorzaakt wanneer deze aan cyclohexaan wordt gekoppeld dan als je -CH3 eraan koppelt? Normaal vergroot de veroorzaakte sterische hinder naarmate de substituent groter is, maar -COOH is toch groter dan -CH3? En toch veroorzaakt die laatste meer sterische hinder... Als je -COOH bijvoorbeeld aan cyclohexaan zal koppelen, zal er minder sterische hinder zijn dan wanneer je -CH3 neemt als substituent.

Noot: substitueer bv op de eerste C en er treed dan 1,3 diaxiale hinder op, het is op die sterische hinder dat ik doel.

Alvast bedankt

Mvg

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 11 januari 2011 - 15:01

Wanneer je die methyl erop zet zit je inderdaad met een overlap in de elektronenwolken van de betreffende H-atomen. Die atomen zitten dichter bij elkaar dan hun ideale Van Der Waalse straal. Ik vermoed dat het verschil met een carbonylgroep te maken heeft met het feit dat je bij COOH nog met een dubbele binding naar O zit. Wat bijgevolg aanleiding geeft tot een kortere bindingsafstand waardoor er ook meer ruimte is tussen de axiale waterstof atomen en het zuurstofatoom.

Merk ook op dat in het equatoriale methylcylohexaan veel stabieler is dan het axiale methylcyclohexaan. In het equatoriale geval zijn 'gauche-interacties' (=diaxiale hinder) niet meer mogelijk.
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill

#3

QuarkSV

    QuarkSV


  • >250 berichten
  • 723 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 januari 2011 - 18:56

Maar als ik dit bouw met een moleculebouwdoos, dan zie ik niet in waarom een COOH-groep voor minder sterische hinder zorgt, je zou op basis van de molecuulgrootte het omgekeerde verwachten. Ik denk dat het verschil niet kan toegeschreven worden aan één dubbele binding die meer aanwezig bij de COOH-groep. Is er geen andere oorzaak?

Inderdaad, maar ik doel op de axiale methylcyclohexaan. Bij de equatoriale is er inderdaad geen sterische hinder meer. Had dit moeten vermelden in mijn eerste post.

Help WSF eiwitten vouwen in de VRIJE TIJD van je computer...

Surf & download: folding.stanford.edu. Team nummer: 48658.


#4

jheusdens

    jheusdens


  • 0 - 25 berichten
  • 11 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 30 januari 2011 - 22:16

Denk er ook aan dat de ruimtelijke indeling van deze twee groepen verschilt,

de COOH groep is een koolstof met 3 substituenten eraan, volgens de VSEPR theorie geeft dit een vlakke geometrie (trigonal planair), een -CH3 groep is daarbij een koolstof met 4 bindingen, volgens de VSEPR komt de geometrie dan het meest in de buurt van een tetrahedrische structuur. deze structuur is meer ruimte vullend dan de vlakke structuur van de COOH groep en zal daardoor waarschijnlijk minder sterische hinder veroorzaken.

zie http://liakatas.org/chemblog/?p=356 voor een plaatje van de ruimtelijke structuur.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures