Springen naar inhoud

Reactievergelijking titratie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

GWTommy

    GWTommy


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 18 januari 2011 - 16:21

Hallo,
Ik het overmorgen mijn scheikunde examen practicum. Het gaat over titreren, volgens mij is dat standaard bij Havo en VWO practica examens.
Zuurbase titratie gaat heel goed en kan ik op m'n duimpje. Redox titratie snap ik vrij weinig van, maar omdat we dat in de lessen maar één keer hebben gedaan in tegenstelling tot iets van vijf keer zuurbase titratie neem ik de gok maar en ga ik me daar niet meer in verdiepen.

Nu zit ik nog met één ding. Het is me volgens mij nog nooit gelukt om de reactievergelijking op te stelling die je nodig hebt voor het rekenen met de gemeten waarden en molmassa en mol/L enzo. We krijgen eerst wat theoretische vragen over welke indicator en wat is de reactievergelijking. Dan moeten we het practicum gaan doen en dan krijgen we een tweede blad waar de reactievergelijking enzo al op staan, zodat je als je de reactievergelijking fout had toch nog door kunt rekenen. Maar ik wil graag die reactievergelijking ook goed doen voor dat ik aan het practicum begin.

Ik weet nog niet welke stoffen getitreerd gaan worden, dus kan ik vrij weinig verdere informatie er over geven, maar is er iemand die mij een beetje kan uitleggen hoe dit werkt? Zou wel zo fijn zijn! Liefst natuurlijk adhv wat voorbeelden ook.
Gr. Thomas

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 18 januari 2011 - 18:23

Als ik het goed begrijp weet je niet echt welke reactievergelijking hoort bij welke titratie. Wanneer je nu zoutzuur met natriumhydroxide gaat titreren of natriumacetaat met natriumhydroxide welke reactie krijg je dan?

Liefst natuurlijk adhv wat voorbeelden ook.

Kan je geen voorbeelden kiezen uit de titraties die je gedaan hebt? Tegelijk kan je dan aangeven waar je precies tegenaan loopt.
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill

#3

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8933 berichten
  • VIP

Geplaatst op 19 januari 2011 - 11:01

Hallo,
Ik het overmorgen mijn scheikunde examen practicum.


Dan ben je lekker op tijd met je vraag.

Het gaat over titreren, volgens mij is dat standaard bij Havo en VWO practica examens.
Zuurbase titratie gaat heel goed en kan ik op m'n duimpje. Redox titratie snap ik vrij weinig van, maar omdat we dat in de lessen maar één keer hebben gedaan in tegenstelling tot iets van vijf keer zuurbase titratie neem ik de gok maar en ga ik me daar niet meer in verdiepen.


Een redoxtitratie is conceptueel exact hetzelfde als een zuur-basetitratie: Je voegt de ene reactant bij de andere, en er vindt een reactie plaats. Zodra een reactant is opgereageerd leidt het toevoegen van de andere reactant tot een kleurverandering.

Als je zuur-basetitraties "op je duimpje kent" zou een redoxtitratie geen enkel probleem mogen zijn. Maar, getuige het volgende is er helemaal geen sprake van op je duimpje kennen:

Nu zit ik nog met één ding. Het is me volgens mij nog nooit gelukt om de reactievergelijking op te stelling die je nodig hebt voor het rekenen met de gemeten waarden en molmassa en mol/L enzo.


Dat is stap 1, en die stap verschilt niks van het opstellen van een reactievergelijking voor een willekeurige andere reactie. Je hebt 2 uitgangsstoffen, bijvoorbeeld en je weet wat voor soort reactie er op zou moeten treden. Zijn het een zuur en een base, dan is het een zuur-basereactie, zijn het een oxidator en een reductor, dan is het een redoxreactie. Hoe het uitwerken van die reacties moet staat beschreven in de desbetreffende hoofdstukken. Het feit dat de reactie hier optreedt in de vorm van een titratie verandert verder niets aan die manier.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#4

GWTommy

    GWTommy


  • 0 - 25 berichten
  • 2 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 19 januari 2011 - 11:31

Dan ben je lekker op tijd met je vraag.



Een redoxtitratie is conceptueel exact hetzelfde als een zuur-basetitratie: Je voegt de ene reactant bij de andere, en er vindt een reactie plaats. Zodra een reactant is opgereageerd leidt het toevoegen van de andere reactant tot een kleurverandering.

Als je zuur-basetitraties "op je duimpje kent" zou een redoxtitratie geen enkel probleem mogen zijn. Maar, getuige het volgende is er helemaal geen sprake van op je duimpje kennen:



Dat is stap 1, en die stap verschilt niks van het opstellen van een reactievergelijking voor een willekeurige andere reactie. Je hebt 2 uitgangsstoffen, bijvoorbeeld en je weet wat voor soort reactie er op zou moeten treden. Zijn het een zuur en een base, dan is het een zuur-basereactie, zijn het een oxidator en een reductor, dan is het een redoxreactie. Hoe het uitwerken van die reacties moet staat beschreven in de desbetreffende hoofdstukken. Het feit dat de reactie hier optreedt in de vorm van een titratie verandert verder niets aan die manier.


Ik begin altijd de dag van te voren als ik iets ga doen dus eigenlijk ben ik nou goed bezig!

Laat ik het dan anders zeggen: als ik de reactievergelijking heb van een zuurbase reactie dan gaat verder alles goed. Tijdens het practicum oefenen als het niet lukt om de reactievergelijking op te stellen, kijk je gewoon even bij de persoon naast je, bij het examen dus niet..

We hebben geen speciaal hoofdstuk over titratie, dus uit het boek kan ik niks verder leren dan alles over molariteit enzo.

Bij een zuurbase reactie weet ik natuurlijk dat er twee stoffen voor de pijl moeten, het zuur en de base en dat er achter de pijl volgens mij H2O en de rest. Maar bij de voorbeelden in tijdens het oefenen was er dan ineens dat je alleen de H+ en OH- van een van de of beide stoffen moest opschrijven of juist van één stof alle deeltjes of gewoon alles. Veel te verwarrend. Ik zoek in zoiets meestal de logica, maar dat lukt dus hierbij niet echt.

Ik heb hier thuis maar één voorbeeld, dat is van een redox tiratie:
Bepaling van het massapercentage aan ijzer(II)sulfaat in vosverdelger
6,5g mosverdelger oplossen in 20 ml 2M zwavelzuur en ong 50ml demi-water
Mengsel in maatkolf van 250 ml vul aan en homogeniseer
vul een spuit van 20 ml van deze oplossing en weeg deze
breng +- 15 ml over in erlenmeyer en voeg hier 20 ml 2M zwavelzuur aan toe
titreer met KMnO4 oplossing tot de kleur lichtroze is geworden.
weeg beide spuiten

Wat ik hieraan niet snap:
Hoe moet ik die reactievergelijking opstellen, ik weet niet waar ik moet beginnen
Hoe komt die kleurverandering dan? Bij een zuurbase reactie voeg je een indicator toe, maar hierbij is geen indicator.
Ik weet wel dat het zwavelzuur wordt toegevoegd omdat er een zure omgegeving nodig is.

In ieder geval al bedankt voor jullie hulp! Gr. Thomas

#5

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8933 berichten
  • VIP

Geplaatst op 19 januari 2011 - 13:02

Ik begin altijd de dag van te voren als ik iets ga doen dus eigenlijk ben ik nou goed bezig!

Laat ik het dan anders zeggen: als ik de reactievergelijking heb van een zuurbase reactie dan gaat verder alles goed.


Die indruk had ik al, en op zich is dat natuurlijk heel mooi, want dat betekent dat je het chemisch rekenen beheerst. Maar daar staat tegenover dat je een andere essentiële vaardigheid mist, en die vaardigheid verkrijg je niet door titraties te gaan oefenen.

We hebben geen speciaal hoofdstuk over titratie, dus uit het boek kan ik niks verder leren dan alles over molariteit enzo.


Dat is ook helemaal niet nodig. Jouw probleem zit bij het opstellen van de reactievergelijking, en dus bij de basiskennis over zuur-basereacties. In feite ben je nu niet 2 dagen vantevoren begonnen, maar (minstens) een half jaar te laat. Want die stof is al lang behandeld.

Bij een zuurbase reactie weet ik natuurlijk dat er twee stoffen voor de pijl moeten, het zuur en de base en dat er achter de pijl volgens mij H2O en de rest. Maar bij de voorbeelden in tijdens het oefenen was er dan ineens dat je alleen de H+ en OH- van een van de of beide stoffen moest opschrijven of juist van één stof alle deeltjes of gewoon alles. Veel te verwarrend. Ik zoek in zoiets meestal de logica, maar dat lukt dus hierbij niet echt.


Het verschil zit hem in sterke en zwakke zuren. Zoals ik al aangaf, basiskennis, die je echt in de vingers moet hebben, niet alleen voor het doen van opgaven rondom een titratie maar ook voor alle andere opgaven over zuren en basen, die onder andere in het eindexamen terugkomen.

Je zult echt je boek erbij moeten pakken, hoofdstuk "Zuren en basen". Dat doorlezen en daar de opgaven (nogmaals) van maken.

Ik heb hier thuis maar één voorbeeld, dat is van een redox tiratie:
Bepaling van het massapercentage aan ijzer(II)sulfaat in vosverdelger
6,5g mosverdelger oplossen in 20 ml 2M zwavelzuur en ong 50ml demi-water
Mengsel in maatkolf van 250 ml vul aan en homogeniseer
vul een spuit van 20 ml van deze oplossing en weeg deze
breng +- 15 ml over in erlenmeyer en voeg hier 20 ml 2M zwavelzuur aan toe
titreer met KMnO4 oplossing tot de kleur lichtroze is geworden.
weeg beide spuiten

Wat ik hieraan niet snap:
Hoe moet ik die reactievergelijking opstellen, ik weet niet waar ik moet beginnen


Er vindt een reactie plaats met een oplossing van KMnO4 en een oplossing van FeSO4. Deze moet je herkennen als oxidator en reductor, en vervolgens stel je de redoxreactie op zoals je redoxreacties op hoort te stellen. Ook hier weer: pak je boek, hoofdstuk "Redoxreacties"

Hoe komt die kleurverandering dan? Bij een zuurbase reactie voeg je een indicator toe, maar hierbij is geen indicator.


Die heb je in dit geval niet nodig omdat een van de stoffen zelf al sterk gekleurd is.

Cetero censeo Senseo non esse bibendum






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures