Springen naar inhoud

Verhouding vermogens: oef.


  • Log in om te kunnen reageren

#1

clamore

    clamore


  • >100 berichten
  • 180 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 13 februari 2011 - 09:49

(4) je hebt 3 identieke weerstanden en bron die constante spanning levert. je schakelt eerste weerstand over bron en meet het in deze weerstand ontwikkelde vermogen dat gelijk is aan P1. In 2de stap schakel je parallel met 1ste weerstand een 2de weerstand en je meet dan het vermogen ontwikkeld in eerste weerstand P2. In 3de stap vergroot je circuit dr derde weerstand in serie te schakelen met eerste weerstand. Je meet weer het vermogen in eerste weerstand P3. Hoe verhouden vermogens zich na elke stap?

(antwoord = 1 : 1 : 1/4)

hoe ik het zou doen:
veronderstel: R1 = R2 = R3 = 2 Ω en een constante spanning van 4 V. we werken met de formule: P = I≤*R
de eerste is makkelijk: r= 2 Ω en I = U/R = 2 A. P = I≤*R = 8 W
de tweede: (2 in parallel) : je verandert het schakelschema van 2 in parallel, naar 1 weerstand. dan weet je dat de weerstand (met 1 weerstand) 1 Ω is en door de formule: I = U/R = 4/1 = 4 A. In parallel is I = I 1 + I2... dus de twee weerstanden in parallel hebben elk een stroomsterkte van 2 A. Met de formule: P = I≤ * R = 4*2 = 8 W.
die laatste vind ik echter niet...

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

EvilBro

    EvilBro


  • >5k berichten
  • 6703 berichten
  • VIP

Geplaatst op 13 februari 2011 - 10:44

veronderstel: R1 = R2 = R3 = 2 Ω en een constante spanning van 4 V.

Hoewel het aan de ene kant makkelijk is om met concrete getallen te werken, is het wel gevaarlijk omdat je niet meer goed kan inzien wat je nu uiteindelijk aan het doen bent. Bovendien zou ik, als ik dit dan toch zou doen, ervoor zorgen dat het vermogen in de eerste situatie gelijk wordt aan 1W (want ik moet verhoudingen t.o.v. dit vermogen vinden).

Teken situatie 1. Je ziet dat de spanning van de spanningsbron direct over de weerstand staat. Via de wet van Ohm weet je nu welke stroom er door loopt en daarmee welk vermogen er verstookt wordt.

Teken situatie 2. Je ziet wederom dat de spanning van de spanningsbron direct over de eerste weerstand staat. Dat de spanning ook over de tweede weerstand staat, heeft geen invloed op de stroom door de eerste weerstand. De tweede weerstand kan je dus negeren. Deze situatie is dus identiek aan de eerste situatie.

Teken situatie 3. Heeft de tweede weerstand invloed op de stroom door de eerste weerstand? Beredeneer nu wat de stroom is door de tak van de eerste weerstand. Hiermee kun je dan het vermogen vinden.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures