Springen naar inhoud

Titratie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Pizza Monster

    Pizza Monster


  • >250 berichten
  • 338 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 maart 2011 - 21:34

Ik snap vraag 17 van het scheikunde VWO eindexamen niet. De vraag is vrij lang dus overtypen lijkt me niet zo praktisch. De vraag is hier te vinden ( http://www.havovwo.n...vsk10iiopg3.pdf ).

Ik kom hier niet uit, ondanks dat ik wel weet wat titratie is. Dus even systematisch de vraag bekijken, zodat ik er verder mee kom:

- Nadat er 2,30 ml BaCl2 en 6,35 ml NaOH is toegevoegd, neemt de temperatuur niet meer toe. Wat betekent dit eigenlijk in de context van deze vraag? Alle H2SO4, HSO4– en SO4 2– worden omgezet tot BaSO4. Nadat er 2,30 BaCl2 is toegevoegd neemt de temperatuur niet meer toe. Hoe bereken ik dan hoeveel zwavelzuur er was in de oplossing van 2,0 ml nitreenzuur. Ik zie het verband niet....

Veranderd door Pizza Monster, 11 maart 2011 - 21:38


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Fred F.

    Fred F.


  • >1k berichten
  • 4168 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 12 maart 2011 - 11:34

Die temperatuursmetingen dienden alleen om het equivalentiepunt te bepalen.

De gebruikte hoeveelheden BaCl2 en NaOH zijn gegeven dus die temperaturen kun je dan verder vergeten.

Verbruikte BaCl2 is een maat voor de aanwezige hoeveelheid sulfaat en verbruikte NaOH is een maat voor totaal zuur, dus kun je berekenen wat er was.
Hydrogen economy is a Hype.

#3

Pizza Monster

    Pizza Monster


  • >250 berichten
  • 338 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 12 maart 2011 - 14:55

Bedankt.

Ok dus als BaCl2 een maat is voor de aanwezige hoeveelheid sulfaat en Ba 2+ en SO4 2- dus in een verhouding 1:1 reageren, dan kan ik dus afleiden dat na het toevoegen van 2,30 ml BaCl2 alle sulfaat heeft gereageerd. Dit betekent dus dat gezien de verhouding 1:1 er ook 2,30*10^-3 mol sulfaat was (2,3/1000 *1,00)? Als er 2,30*10^-3 mol sulfaat was, hoeveel mol zwavelzuur was er dan? (Volgens het antwoord zou het ook 2,30*10^-3 mol zwavelzuur zijn, maar ik snap niet helemaal waarom.)

Veranderd door Pizza Monster, 12 maart 2011 - 14:55


#4

Fred F.

    Fred F.


  • >1k berichten
  • 4168 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 12 maart 2011 - 16:26

Waar anders zou het sulfaat vandaan moeten komen dan van de zwavelzuur?
Hydrogen economy is a Hype.

#5

Pizza Monster

    Pizza Monster


  • >250 berichten
  • 338 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 13 maart 2011 - 21:13

Ok, de molariteit van zwavelzuur heb ik weten te berekenen.

Er reageerde 2,30*10^-3 mol zwavelzuur. 1000 ml is dus 500*2,30*10^-3 = 1,15. 1,15 * (20,0 ml/2,00 ml) = 11,5 M

Nu salpeterzuur.

In totaal was er dus 6,35*10^-3 * 0,85 = 5,40*10^-3 mol H+. Daarvan is afkomstig van salpeterzuur:

5,40*10^-3 - ((2,3*10^-3)(2)) = 8*10^-4 mol H+

Salpeterzuur geeft slechts 1 H+ af dus:

8*10^-4 * 500 * 20,0/2,00 = 4 M

Even twee vragen nog:

1) ((2,3*10^-3)(2)): ik vermenigvuldig de molariteit van zwavelzuur met 2 omdat zwavelzuur 2 H+ afgeeft. Klopt dat?

2) Wat houdt het equivalentiepunt in? Na het toevoegen van 2,30 ml BaCl2 neemt de temperatuur niet meer toe, waarom kan je dan aannemen dat al het sulfaat heeft gereageerd???

Bedankt!

Veranderd door Pizza Monster, 13 maart 2011 - 21:23






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures