Springen naar inhoud

Sommen over evenwicht.


  • Log in om te kunnen reageren

#1

KennisIsMacht

    KennisIsMacht


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 20 april 2011 - 22:41

Ik zit in 4 gym en ik doe nu voor het tweede jaar scheikunde. Onze Skdocent heeft voor klas 3 en 4 een eigen methode gemaakt. (vanaf klas 5 pulsar)

Dit geeft veel problemen omdat er niet structurele oefensommen beschikbaar zijn. Hij beweert echter dat SK een bčtavak is in een alfajasje waarbij je simpelweg dingen uit je hoofd moet leren.
Als je naar het waarom vraagt bij alle onderwerpen geeft hij het antwoord: ´´omdat ze dat lekker vinden(reacties) of hij geeft metaforen´´
Deze strategie hanteert hij in de 3de en 4de. Eerst een basiskennis opbouwen voordat je naar het hoe en waarom vragen moet. Dit is best moeilijk.

Nou heb ik desondanks die symplistische weergave problemen met het vak en zijn we nu bij het ?evenwichtsmodel? aangekomen.

Aantekening:
Botsende deeltjesmodel (effectieve botsingen)

Reactiesnelheid: Afhankelijk van:
-concentratie
-temperatuur
-verdelingsgraad
-katalysator
-je reactie ;)

A+2B-->C

S=k[A]*[B]^2


Nu laat hij hem splitsen en brengt hij twee nieuwe variabelen d en e in ??

S=k*d*[B]^2 < > S=k*[A]*e


S=k'[B]^2 S=k''[A]



S is snelheid en k constante?
vb eerst molberekenen
CH3COOH ↔ CH3COO + H (( 1M CH3COOH ))
begin 1 0 0
reactie -x x x
eind 1-x x x

tabel 49 binas ??

Kz(z van zuur) = [CH3COO] * H .... x*x
.......................----------------- = ------------- = 1,8*10^-5 (tbl 49?)
....................... CH3COOH ...........(1-x) x^2= 1,8*10^-5 (1-x)
x=wortel 1,8*10^-5 ^>Aanname x<<1 limiet
x<dan 10% v.h getal
(. = indent, - = deelstreep)

Hij verteld er nog wat om heen en heeft een paar voorbeelden gegeven maar als ik dan de oefenopgaven zie die hij op gdocs heeft gezet zonder uitwerkingen dan kom ik toch niet al te ver... het zijn allemaal losse stukken info waar ik een geheel van moet maken??

1.In een leeg en afgesloten vat brengt Mieke 10 millimol NO2(g). Vanaf dat moment begint zich het gasevenwicht 2NO2(g) ↔ N2O4(g) in te stellen dat op het tijdstip t1 net wordt bereikt.
In het evenwichtsmengsel is dan nog 2 millimol NO2(g) aanwezig.

In een diagram zet Mieke het mogelijke verloop van het aantal millimol NO2 en het aantal millimol N2O4 elk afzonderlijk uit tegen de tijd en geeft hierin ook het tijdstip t1 aan.

In welk diagram wordt dit door Mieke allemaal juist weergegeven?
(zie bijlage)

2. Bij menging van een ijzer(II)nitraatlplossing met een kwik(I)nitraatoplossing treedt de volgende reactie op¨: Fe2+ (aq) + Hg+ (aq) V Fe3+ (aq) + Hg (l)

Sander wil onderzoeken of deze reactie afloopend of omkeerbaar is. Hij mengt daarom de ijzer(II)nitraatoplossing met een overmaat van de kwik(I)nitraatoplossing.
Welke soort deeltjes moet Sander aantonen in het reactiemengsel om te bewijzen dat de reactie omkeerbaar is?
A. Fe2+ (aq)
B. Hg+ (aq)
C. Fe3+ (aq)
D. Hg(l)

Deze 2 opgaven om te beginnen. Zouden jullie kunnen helpen?

Bijgevoegde afbeeldingen

  • datist.GIF

Veranderd door KennisIsMacht, 20 april 2011 - 22:42


Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 21 april 2011 - 09:57

Dag KennisIsMacht,

Ik heb alles even doorgenomen en ik weet zeker dat hier voldoende mensen rondlopen die je hiermee willen helpen.
[quote name='KennisIsMacht' post='666447' date='20 April 2011, 23:41']Aantekening:
A+2B-->C

S=k[A]*[B]^2

[/quote]
Hierover wil ik even opmerken dat de exponent in de snelheidsvergelijking enkel gelijk is aan de coëfficiënt in de reactievergelijking bij een éénstapsreactie. Ik weet niet of je dit al gezien hebt in de les maar weet gewoon dat deze niet altijd gelijk horen te zijn.

[quote name='KennisIsMacht' post='666447' date='20 April 2011, 23:41']Nu laat hij hem splitsen en brengt hij twee nieuwe variabelen d en e in ??

S=k*d*[B]^2 < > S=k*[A]*e


S=k'[B]^2 S=k''[A]

[/quote]
Hiervan zie ik ook even het nut niet in...
S is wel degelijk de snelheid en 'k' is de reactiesnelheidsconstante.
[quote name='KennisIsMacht' post='666447' date='20 April 2011, 23:41']vb eerst molberekenen
CH3COOH ↔ CH3COO + H (( 1M CH3COOH ))
begin 1 0 0
reactie -x x x
eind 1-x x x

tabel 49 binas ??

Kz(z van zuur) = [CH3COO] * H .... x*x
.......................----------------- = ------------- = 1,8*10^-5 (tbl 49?)
....................... CH3COOH ...........(1-x) x^2= 1,8*10^-5 (1-x)
x=wortel 1,8*10^-5 ^>Aanname x<<1 limiet
x<dan 10% v.h getal
(. = indent, - = deelstreep)[/quote]
Dit moet waarschijnlijk zoiets zijn ;)
-height: 0px;">
CH3COOH../mods/chem/rightleftharpoons.gifCH3COO-+H+
begin1 / /
reactie-x +x +x
eind1-x +x +x

Bericht bekijken
1.In een leeg en afgesloten vat brengt Mieke 10 millimol NO2(g). Vanaf dat moment begint zich het gasevenwicht 2NO2(g) ↔ N2O4(g) in te stellen dat op het tijdstip t1 net wordt bereikt.
In het evenwichtsmengsel is dan nog 2 millimol NO2(g) aanwezig.

In een diagram zet Mieke het mogelijke verloop van het aantal millimol NO2 en het aantal millimol N2O4 elk afzonderlijk uit tegen de tijd en geeft hierin ook het tijdstip t1 aan.

In welk diagram wordt dit door Mieke allemaal juist weergegeven?
(zie bijlage)[/quote]
Op tijdstip t1 ontstaat het evenwicht, typisch aan evenwicht is dat de concentratie van NO2 en N2O4 vanaf dan constant blijven. Op die manier is het al mogelijk om twee figuren uit te sluiten, weet je welke?

Vervolgens ga je naar de reactievergelijking kijken: 2NO2 ../mods/chem/rightleftharpoons.gif N2O4
Mieke voegt 2 millimol NO2 toe, bijgevolg zal er een bepaalde hoeveelheid N2O4 ontstaan. Belangrijk is de concentratie aan NO2 2x zo snel afneemt als dat concentratie aan N2O4 stijgt. Dit kan je afleiden uit de vergelijking. Wat is vervolgens het juiste antwoord?

[quote name='KennisIsMacht' post='666447' date='20 April 2011, 23:41']2. Bij menging van een ijzer(II)nitraatlplossing met een kwik(I)nitraatoplossing treedt de volgende reactie op¨: Fe2+ (aq) + Hg+ (aq) V Fe3+ (aq) + Hg (l)

Sander wil onderzoeken of deze reactie afloopend of omkeerbaar is. Hij mengt daarom de ijzer(II)nitraatoplossing met een overmaat van de kwik(I)nitraatoplossing.
Welke soort deeltjes moet Sander aantonen in het reactiemengsel om te bewijzen dat de reactie omkeerbaar is?
A. Fe2+ (aq)
B. Hg+ (aq)
C. Fe3+ (aq)
D. Hg(l)[/quote]
Opnieuw moet je kijken naar de reactievergelijking, wat is NIET meer aanwezig wanneer de reactie aflopend is?
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill

#3

maxman1850

    maxman1850


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 21 april 2011 - 18:26

Hallo KennisIsMacht,

Volgens mij heb ik hier met een oelbertaan te maken? ;p

Even over je stukje wat Kravitz niet begreep:

Nu laat hij hem splitsen en brengt hij twee nieuwe variabelen d en e in ??

S=k*d*[B]^2 < > S=k*[A]*e


S=k'[B]^2 S=k''[A]


Hier bedoelt de leraar waarschijnlijk mee dat bij S=k*d*[B]^2 en S=k'[B]^2 de [A] constant is, de leraar heeft hier d ingebracht om verwarring te voorkomen.
In feite is d = [A] maar omdat het een constante is schrijven we d.
Dit is precies hetzelfde geval bij de andere formule, daar is de [B] constant en wordt er dus e geschreven.

Succes ermee!

#4

Marko

    Marko


  • >5k berichten
  • 8936 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 april 2011 - 01:14

Ik zit in 4 gym en ik doe nu voor het tweede jaar scheikunde. Onze Skdocent heeft voor klas 3 en 4 een eigen methode gemaakt. (vanaf klas 5 pulsar)

Dit geeft veel problemen omdat er niet structurele oefensommen beschikbaar zijn. Hij beweert echter dat SK een bčtavak is in een alfajasje waarbij je simpelweg dingen uit je hoofd moet leren.


Dat vind ik onzin. Bij scheikunde moet je een aantal dingen uit je hoofd kennen omdat het onzin is om alles op te moeten zoeken. Voor de rest is het een kwestie van weten welke vergelijkingen/formules je moet toepassen voor welke opgave. Precies zoals dat het geval is bij alle andere betavakken. Bij natuurkunde moet je immers ook weten dat E=1/2*m*v2 de formule is voor kinetische energie.

Als je naar het waarom vraagt bij alle onderwerpen geeft hij het antwoord: ´´omdat ze dat lekker vinden(reacties) of hij geeft metaforen´´
Deze strategie hanteert hij in de 3de en 4de. Eerst een basiskennis opbouwen voordat je naar het hoe en waarom vragen moet. Dit is best moeilijk.


Daar ben ik het dan wel deels mee eens. Van een hoop dingen is het hoe en waarom enorm ingewikkeld om uit te leggen en nóg veel moeilijker om precies te begrijpen, terwijl het helemaal niet zo'n probleem is om het "gewoon" uit het hoofd te leren en te accepteren "dat het nu eenmaal zo is". Het begrijpen van wat je allemaal geleerd hebt komt later wel. Dat is misschien niet echt bevredigend, maar er is niet echt een alternatief. En verder kunnen metaforen prima helpen om bepaalde fenomenen uit te leggen.

Nou heb ik desondanks die symplistische weergave problemen met het vak en zijn we nu bij het ?evenwichtsmodel? aangekomen.

Aantekening:
Botsende deeltjesmodel (effectieve botsingen)

Reactiesnelheid:


Even tussendoor: Bij evenwicht is er geen sprake van reactiesnelheid. Bovendien wordt de reactie met een dubbele pijl geschreven. Ik denk dus dat de term "evenwichtsmodel" ergens anders op betrekking heeft.

vb eerst molberekenen
CH3COOH ↔ CH3COO + H (( 1M CH3COOH ))
begin 1 0 0
reactie -x x x
eind 1-x x x

tabel 49 binas ??


Daar staan de waardes voor Kz voor verschillende zuren in. Die waardes ga je nodig hebben voor het berekenen van eigenschappen van zure oplossingen.

Kz(z van zuur) = [CH3COO] * H .... x*x
.......................----------------- = ------------- = 1,8*10^-5 (tbl 49?)
....................... CH3COOH ...........(1-x) x^2= 1,8*10^-5 (1-x)
x=wortel 1,8*10^-5 ^>Aanname x<<1 limiet
x<dan 10% v.h getal
(. = indent, - = deelstreep)

Hij verteld er nog wat om heen en heeft een paar voorbeelden gegeven maar als ik dan de oefenopgaven zie die hij op gdocs heeft gezet zonder uitwerkingen dan kom ik toch niet al te ver... het zijn allemaal losse stukken info waar ik een geheel van moet maken??


Ik krijg de indruk dat je maar wat flarden tekst en loshangende aantekeningen hebt. Hoe dat komt weet ik niet, maar op deze manier kom je niet veel verder. Wat hierboven staat is een methode hoe je de pH van een oplossing van een zwak zuur berekent. Voor die berekening neem je aan dat "x" mol van je zuur dissocieert. Vervolgens kun je een vergelijking opstellen. In evenwicht geldt namelijk dat de concentratiebreuk gelijk is aan de evenwichtsconstante. En de termen in die concentratiebreuk kun je uitdrukken in termen van "x". Daar rolt een vergelijking uit met x als onbekende, die je eenvoudig kunt uitrekenen door een aanname te maken. Die aanname is dat x (de hoeveelheid zwak zuur dat dissocieert) verwaarloosbaar klein is ten opzichte van je beginconcentratie van het zwakke zuur. Met die aanname wordt de vergelijking eenvoudiger, en de waarde voor x rolt daar zo uit. Vervolgens kun je controleren of de aanname inderdaad terecht was: De "x" die je zojuist hebt berekend moet kleiner zijn dan 10% van de beginconcentratie. Als dat zo is mocht je de "x" term inderdaad verwaarlozen ten opzichte van de beginconcentratie. Is dat niet zo, dan zul je de vergelijking moeten oplossen zonder verwaarlozingen. Dat is wat meer werk.

Maar dit is het heel in het kort, en het heeft weinig zin om er op een forum dieper op in te gaan. Daarvoor is dit niet de geschikte plaats. Ik denk dat je toch echt bij je leraar zelf moet zijn om te vragen wat hij met bepaalde dingen bedoelt.

2. Bij menging van een ijzer(II)nitraatlplossing met een kwik(I)nitraatoplossing treedt de volgende reactie op¨: Fe2+ (aq) + Hg+ (aq) V Fe3+ (aq) + Hg (l)

Sander wil onderzoeken of deze reactie afloopend of omkeerbaar is. Hij mengt daarom de ijzer(II)nitraatoplossing met een overmaat van de kwik(I)nitraatoplossing.
Welke soort deeltjes moet Sander aantonen in het reactiemengsel om te bewijzen dat de reactie omkeerbaar is?
A. Fe2+ (aq)
B. Hg+ (aq)
C. Fe3+ (aq)
D. Hg(l)


Laten we het omdraaien: Als je reactie niet omkeerbaar is, en je hebt een overmaat kwiknitraat, welke deeltjes zullen dan na afloop van de reactie niet meer aanwezig zijn? Dus hoe kun je controleren of de reactie aflopend (=niet omkeerbaar) was?

Cetero censeo Senseo non esse bibendum


#5

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 22 april 2011 - 10:26

Even tussendoor: Bij evenwicht is er geen sprake van reactiesnelheid. Bovendien wordt de reactie met een dubbele pijl geschreven.

Al bedoelde je het wel zo wil dit niet zeggen dat er geen reactie meer is van links naar rechts en omgekeerd.
@KennisIsMacht: Moleculen blijven met elkaar botsen, zelfs bij evenwicht. Voor de reactie A ../mods/chem/rightleftharpoons.gif B gaan op die manier altijd moleculen over van A naar B én van B naar A. Omdat de snelheid waarmee dit gebeurt (bij evenwicht) gelijk is blijft de hoeveelheid A en B constant. Op die manier spreekt men van een dynamisch evenwicht, de reactie licht in feite niet stil, maar globaal gezien is er geen verandering waarneembaar.

Verder sluit ik me aan bij Marko; als je de theorie niet echt begrijpt neem je er best even je cursus of een goed boek bij, ofwel moet je het gewoon opnieuw aan je leraar vragen.
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures