Springen naar inhoud

Biologische waarde gelatine


  • Log in om te kunnen reageren

#1

kreeftje888

    kreeftje888


  • 0 - 25 berichten
  • 23 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 01 mei 2011 - 11:56

in mijn examenbundel staat de volgende opdracht:
eiwitten in voeding
Er zijn essentiŽle en niet-essentiŽle aminozuren. EssentiŽle aminozuren moeten in de voeding voorkomen; niet-essentiŽle aminozuren kunnen in het lichaam worden gesynthetiseerd.
De eiwitkwaliteit van de voeding wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van de essentiŽle aminozuren. Een eiwit waarin alle essentiŽle en niet-essentiŽle aminozuren in voldoende mate voorkomen en in een onderlinge verhouding die weinig afwijkt van de aminozuursamenstelling van het lichaamseiwit, noemt men een eiwit met een hoge biologische waarde
De biologische waarde (BW) van moedermelk is gesteld aan 100.

Waarom heeft gelatine een BW van 0?
A. doordat gelatine slecht verteerd wordt
B. doordat gelatine voornamelijk uit essentiŽle aminozuren bestaat
C. doordat gelatine bijna uitsluitende uit niet-essentiŽle aminozuren bestaat

Het antwoord moet C zijn, maar mijn vraag is eigenlijk hoe weet je dit?
volgens mij worden we (vwo eindexamen biologie) niet verondersteld te weten welke aminozuren in gelatine zitten.
staat er misschien iets in de binas?
wat ik over gelatine weet:
het is gemaakt van botten, dus er zitten de zelfde eiwitten/aminozuren in als in botten, maar daar weet ik verder ook vrij weinig over.
Kan iemand misschien een redenering bedenken gebruik makend van de info uit de binas/ bekend veronderstelde informatie voor een vwo'er?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 01 mei 2011 - 13:25

Je kan redeneren dat het voor het lichaam interessanter is om essentiŽle aminozuren op te nemen via de voeding dan niet-essentiŽle. Op die manier is de verhouding essentieel/niet-essentieel in eerste instantie minder belangrijk.

Verder kan je min of meer uit de opdracht afleiden dat gelatine een eiwit is. Wanneer je dan ook weet dat enzymen (hier proteasen) de vertering van proteÔnen (=eiwitten) bevorderen dan kan je antwoord A uitsluiten. Bijgevolg blijft enkel C over.
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill

#3

anusthesist

    anusthesist


  • >5k berichten
  • 5820 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 01 mei 2011 - 19:25

Wat kravitz zegt eigenlijk. De biologische waarde wordt in de vraag gedefinieerd als de proportie van essentiele aminozuren. A valt dan sowieso af, omdat deze relevantie mist (verteerbaarheid heeft niets met de proportie essentiele aminozuren te maken). Dan moet je kiezen tussen B en C. Als je weet dat een hoge biologische waarde gelijkstaat aan een groter aandeel essentiele aminozurem, dan weet je meteen wat een lage biologische waarde inhoudt; weinig essentiele of veel niet-essentiele aminozuren, ofwel antwoord C.
That which can be asserted without evidence can be dismissed without evidence.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures