Springen naar inhoud

Twee korte vragen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

hans12

    hans12


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 september 2011 - 15:00

Hallo,

Ik ben nieuw op het forum. Ik ben 16 jaar en doe VWO met als profiel NT. Ik vind natuurkunde erg interresant en wil het denk ik ook later gaan studeren. Ik probeer sinds kort de relativiteitstheorie van Einstein te begrijpen. Ik heb daarom al veel kortje filmpjes er over gekeken en dingen gelezen. Maar er is één iets want ik denk ik fout denk en één ding waarvan ik wil weten of het klopt wat ik zeg. Hier komt deel 1.

Deel 1: Als 2 auto's op elkaar botsen en ze hadden beide een constante snelheid van 25 km/u dan vind de botsing plaats met 50 km/u want dat moet je dan bij elkaar optellen. Maar als er een raket met de snelheid van 200 000 m/s bots met het het licht ongeveer 300 000 m/s) dan vindt er maar een botsing plaats van 300 000 m/s want de lichtsnelheid is constant, maar dan klopt die som niet echt meer. Dus daarom veranderd de tijd.
En dan volgt nu een stukje van waar ik niet helemaal zeker van ben. Dan gaat de tijd voor het licht langzamer waardoor de snelheid afneemt en de som uiteindelijk niet sneller is dan 300 000 m/s. Ik ben hier niet helemaal zeker want de snelheid van het licht is constant voor alle waarnemers, maar dan gaat het licht dus langzamer in mijn verhaal wat dus niet kan?

Deel 2: Licht is een straling en heeft dus geen massa en is de ultieme snelheid want alles wat massa heeft vertraagd. Een auto met 50 pk van 100 Kilo gaat sneller dan een auto met 50 pk van 200 kilo. Daarom kunnen wij niet een raket of zelfs een atoom sneller of even snel laten reizen als het licht want deze dingen hebben massa. Klopt het wat ik zeg?

Alvast bedankt,

Hans12


PS.Ik weet trouwens niet zeker of het de goede subforum is want het is niet echt een specifieke huiswerk vraag.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Mrtn

    Mrtn


  • >1k berichten
  • 4220 berichten
  • VIP

Geplaatst op 28 september 2011 - 15:29

Deel 1: Als 2 auto's op elkaar botsen en ze hadden beide een constante snelheid van 25 km/u dan vind de botsing plaats met 50 km/u want dat moet je dan bij elkaar optellen.

Waarom moet je dat bij elkaar optellen?
Of course, the theory of relativity only works if you're going west.
-Calvin-

#3

In physics I trust

    In physics I trust


  • >5k berichten
  • 7384 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 september 2011 - 15:32

Dat komt omdat je bij erg grote snelheden (relatief ten opzichte van de lichtsnelheid) de snelheden relatief moet optellen, dit gebeurt volgens

LaTeX

Het zou raar zijn dat je verschillende formules moet gebruiken om snelheden op te tellen afhankelijk van hoe groot de snelheden zijn. Als je goed kijkt en eens probeert met 25 km/h in te vullen, dan zie je dat je deze formule ook kan gebruiken voor snelheden die je veel tegenkomt in het alledaagse leven. De tweede term in de noemer is dan ongeveer 0, en daardoor si de gehele noemer ongeveer 1. Uit deze formule volgt dus dat je voor snelheden klein ten opzichte van de lcihtsnelheid snelheden eenvoudig mag optellen.

Dus daarom verandert de tijd. En dan volgt nu een stukje van waar ik niet helemaal zeker van ben. Dan gaat de tijd voor het licht langzamer waardoor de snelheid afneemt en de som uiteindelijk niet sneller is dan 300 000 m/s. Ik ben hier niet helemaal zeker want de snelheid van het licht is constant voor alle waarnemers, maar dan gaat het licht dus langzamer in mijn verhaal wat dus niet kan?


Wat bedoel je exact? Lijkt me niet te kloppen of is in ieder geval niet goed geformuleerd. De lichtsnelheid is dezelfde overal.

Licht is een straling en heeft dus geen massa en is de ultieme snelheid want alles wat massa heeft vertraagd. Een auto met 50 pk van 100 Kilo gaat sneller dan een auto met 50 pk van 200 kilo.

Massa is inderdaad inertie tegen beweging. Je voorbeeld van die auto's: pk duidt op een vermogen. De tweede heeft een grotere massa en dus een grotere traagheid, een grotere inertie.
"C++ : Where friends have access to your private members." — Gavin Russell Baker.

#4

hans12

    hans12


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 september 2011 - 15:43

Wat bedoel je exact? Lijkt me niet te kloppen of is in ieder geval niet goed geformuleerd. De lichtsnelheid is dezelfde overal.

Ik bedoel dit hiermee te zeggen. Stel je voor je gaat met een raket met de snelheid van het ligt door de ruimte vliegen. Dan is wanneer je terug komt op aarde meer tijd verstreken dan bij jou in de raket. Dus gaat de tijd voor jou in de raket langzamer ten opzichte van de tijd op de aarde(?).

Ps. Als ik heel eerlijk ben snap ik mijn eigen formulering nu ook niet meer.

#5

In physics I trust

    In physics I trust


  • >5k berichten
  • 7384 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 september 2011 - 15:55

Begrijp je wel wat ik daarvoor schreef. De probleemstelling die je aanhaalde, doet me denken aan de tweelingparadox. Lees dat artikel eerst eens door.
"C++ : Where friends have access to your private members." — Gavin Russell Baker.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures