Springen naar inhoud

Titratie met gekristalliseerd oxaalzuur


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Hans W.

    Hans W.


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 26 november 2011 - 14:32

Op school hebben we laatst een titratie gedaan. De stof met bekende molariteit was een oplossing van gekristalliseerd oxaalzuur. De stof met onbekende molariteit was natriumhydroxide.

We hebben een aantal gram gekristalliseerd oxaalzuur (3.02 gram) opgelost in 250 mL. Dus kunnen we in principe de molariteit van deze (gekristalliseerde) oxaalzuur-oplossing berekenen.

Je kijkt dan hoeveel mol die 3.02 gram is en dat vermenigvuldig je met vier om de molariteit te krijgen.


Het probleem waar ik echter tegenaan loop is dat ik niet weet of ik nou moet kijken hoeveel mol 3.02 gram H2C2O4 is (gewoon oxaalzuur) of dat ik moet kijken hoeveel mol 3.02 gram H2C2O4.2H2O is (gekristalliseerd oxaalzuur).

Alvast bedankt voor de antwoorden.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

NW_

    NW_


  • >250 berichten
  • 553 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 november 2011 - 14:47

Als je start, uitgaande van oxaalzuurdihydraat zal vast product, zul je het aantal mol moeten uitrekenen m.b.v. de molaire massa van oxaalzuurdihydraat (dit is iets van rond de 126 g/mol dacht ik) & niet met anhydridisch oxaalzuur.

#3

Hans W.

    Hans W.


  • 0 - 25 berichten
  • 8 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 27 november 2011 - 14:09

Als je start, uitgaande van oxaalzuurdihydraat zal vast product, zul je het aantal mol moeten uitrekenen m.b.v. de molaire massa van oxaalzuurdihydraat (dit is iets van rond de 126 g/mol dacht ik) & niet met anhydridisch oxaalzuur.


Kan iemand dan even kijken of ik het op de volgende manier dan goed doe:

3.02 gram gekristalliseerd oxaalzuur is dan ongeveer 0.023955325 mol.
Dit zit in 250 mL opgelost. De molariteit van die oplossing is dan dus 4*0.023955325=0.095821302 mol/L.

Reactievergelijking;
H2C2O4.2H2O + OH- --> HC2O4-.2H2O + H2O

We hebben de onbekende natronloogoplossing in 10 mL gekristalliseerd oxaalzuur-oplossing getitreerd. In die 10 mL zat dus 9.5821302*10-4 mol gekristalliseerd oxaalzuur opgelost.
Hierin hebben we 22.4 mL natronloog getitreerd totdat er kleuromslag was met de toegevoegde indicator.
In deze 22.4 mL moet dan volgens de reactievergelijking ook 9.5821302*10-4 mol OH- gezeten hebben. Hieruit blijkt dan dat de molariteit van de natronloog-oplossing 9.5821302*10-4*1000/22.4=0.04 mol/L is.

Klopt dit?





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures