Springen naar inhoud

[biochemie] interacties eiwitten en celmembraan


  • Log in om te kunnen reageren

#1

carlosrosello

    carlosrosello


  • >100 berichten
  • 188 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 08 januari 2012 - 17:15

Hallo,

Ik heb een vraag over de volgende opdracht:

gegeven de keten van aminozuren: Gly-­‐Tyr-­‐Asn-­‐Cys-­‐Ser-­‐Phe-­‐Glu-­‐Asp-­‐Glu-­‐Glu-­‐Cys-­‐Thr-­‐Val-­‐Ile-­‐Ala-­‐Pro-­‐Ala -­‐Trp-­‐Met-­‐Gly-­‐Cys-­‐His-­‐His-­‐His-­‐Gl

A) Zou dit eiwit een deel kunnen zijn van een celmembraan? Welke aminozuren zou je vervangen om het eiwit oplosbaar te maken in water?

ik heb gedacht dat het niet mogelijk is dat het deel uit zou kunnen maken van een celmembraan omdat hoewel het aan beide uiteinden met een apolair aminozuur begint de volgende aminozuren polair zijn, zelfs heel polair in het geval van His. en aangezien de celmembraan voor het grootste deel apolair is zou het dan niet kunnen. klopt dit?

Ik weet ook niet wat ik zou moeten vervangen om het eiwit oplosbaar te maken.. ik weet dat bij het vormen van een structuur de hydrofobe zijketens een groep vormen en de hydrofiele ketens dan aan de buitenkant zitten maar hoe moet ik dan weten welke aminozuren ik moet vervangen?

Zou iemand mij hierbij kunnen helpen?

Bij voorbaat dank.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Drieske

    Drieske


  • >5k berichten
  • 10217 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 09 januari 2012 - 17:05

Iemand die hier een handje kan toesteken?
Zoek je graag naar het meest interessante wetenschapsnieuws? Wij zoeken nog een vrijwilliger voor ons nieuwspostteam.

#3

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 10 januari 2012 - 21:54

Eigenlijk is enkel de buitenkant van een eiwit van belang om te kunnen zeggen of het al dan niet in een membraan voorkomt. Je zou dus in principe de ruimtelijke opvouwing moeten kennen om hier een zinnige uitspraak over te doen.

Anderzijds zit je centraal wel met een vrij groot aantal opeenvolgende apolaire aminozuren die zonder problemen doorheen het hydrofobe plasmamembraan gaan. Uit de lengte van de aminozuren zou ik afleiden dat het waarschijnlijk om één transmembranaire helix gaat.

Wat de eindstandige apolaire aminozuren betreft: het is mogelijk dat ze in het cytosol verblijven. Maar het is ook mogelijk dat ze gebruikt worden om een polaire loopt te verankeren in het membraan. Ik denk dan aan een apolaire transmembranaire helix opgevolgd door aan elke zijde van het membraan een polaire loop die op zijn beurt vast zit in het apolaire membraan.



Over de oplosbaarheid: water is polair. Dit wetende, welke aminozuren zou je dan veranderen?
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill

#4

carlosrosello

    carlosrosello


  • >100 berichten
  • 188 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 januari 2012 - 09:59

Bedankt voor het antwoord.
Het betreft inderdaad 1 transmembranaire helix, ik was vergeten dit te vermelden.
Ik denk het in ieder geval te snappen, het antwoord is dus ja, het kan deel uitmaken van een celmembraan en zou dan bij de apolaire aminozuren verankerd zijn. en om het oplosbaar in water te kunnen maken zou ik dus de apolaire aminozuren door polaire moeten vervangen?

Nu heb ik nog maar een vraag. ik heb andere van dit soort opdrachten gemaakt en krijg telkens de vraag welke aminozuren GAG's zouden kunnen binden. zou je me misschien ook hierbij kunnen helpen? hoe kan je snel zien aan welk gedeelte van het eiwit de GAG's gebonden worden?

Alvast bedankt.

#5

Kravitz

    Kravitz


  • >1k berichten
  • 4042 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 21 januari 2012 - 14:52

Bedankt voor het antwoord.
Het betreft inderdaad 1 transmembranaire helix, ik was vergeten dit te vermelden.
Ik denk het in ieder geval te snappen, het antwoord is dus ja, het kan deel uitmaken van een celmembraan en zou dan bij de apolaire aminozuren verankerd zijn. en om het oplosbaar in water te kunnen maken zou ik dus de apolaire aminozuren door polaire moeten vervangen?

Inderdaad, of toch de meeste apolaire aminozuren vervangen.

Nu heb ik nog maar een vraag. ik heb andere van dit soort opdrachten gemaakt en krijg telkens de vraag welke aminozuren GAG's zouden kunnen binden. zou je me misschien ook hierbij kunnen helpen? hoe kan je snel zien aan welk gedeelte van het eiwit de GAG's gebonden worden?

Wat zijn GAG's? Zijn die polair of eerder apolair? Welke aminozuren zouden daar dan gemakkelijk mee associëren?
"Success is the ability to go from one failure to another with no loss of enthusiasm" - Winston Churchill

#6

carlosrosello

    carlosrosello


  • >100 berichten
  • 188 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 21 januari 2012 - 15:24

GAG's zijn gemodificeerde suikers dus ze zijn polair, ze zouden dan makkelijk kunnen associeren met polaire aminozuren?

Ik heb gelezen dat sommige GAG's via een vaste sequentie van Gly-Ser binden, in dit geval zou dan het eerste gedeelte van het eiwit extracelulair zijn. Maar er zijn ook GAG's die gewoon covalent aan het eiwit kunnen binden, zou ik dan in de afwezigheid van Serine gewoon polaire aminozuren moeten zoeken met NH2 of OH-groepen waar de suikers dan kunnen binden?

Een laatste vraag: Ik heb gedacht dat het tweede polair gedeelte van dit eiwit veel geladen polaire aminozuren bevat, daarom dacht ik dus dat het logisch is dat dit gedeelte dan intracelulair is omdat het dan electrostatisch kan reageren met andere geladen structuren binnen de cel. klopt dit enigzins? en zoja kan ik dat altijd toepassen zeg maar?

Heel erg bedankt trouwens, ik krijg anders geen hulp :)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures