Springen naar inhoud

- - - - -

Fiets stamt af van 'plaatsvervangend paard'


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Rhiannon

    Rhiannon


  • >1k berichten
  • 2745 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 21 februari 2012 - 21:09

GENT - Een hoogleraar aan de universiteit van Gent meent de oorsprong van het woord fiets te hebben achterhaald.

Het stamt af van een Duits woord voor een plaatsvervangend paard.

Dat meldt de universiteit dinsdag. De discussie over de herkomst van het woord fiets woedt al sinds 1886. De hoogleraar ontdekte eerder toevallig dat het woord in het Duits naar een reservepaard verwijst, vergelijkbaar met de term stalen ros.

De Gentse hoogleraar schonk cider aan Duitse vrienden en vernam toen dat appelwijn in het zuidelijke Rijnland Viez (uitgesproken als fiets) heet

Viez is een verkorte vorm (zoals auto van automobiel) van vice-vinum: cider wordt daar dus beschouwd als 'vice-wijn', een vervanging van echte wijn. De wetenschapper vermoedt dat fiets dan ook afstamt van het schertsende Duitse Vize-Pferd (vicepaard).

Lees het artikel hier
Hoe minder kennis, des te onwrikbaarder het oordeel.

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6607 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 21 februari 2012 - 23:33

Wel merkwaardig dat het woord fiets of iets wat daar op lijkt in Duitsland niet wordt gebruikt.

#3

DePurpereWolf

    DePurpereWolf


  • >5k berichten
  • 9240 berichten
  • VIP

Geplaatst op 22 februari 2012 - 15:17

Het onderdeel 'duits' kan ook geheel worden verwijderd uit dit verhaal. Als Fiets van vice-equus af zou komen, dan zou dat als 'vietsje ekoem' worden uitgesproken in het Nederlands. Het deel '-je' zal dan als een verkleiningswoord worden gezien en al snel wegvallen: viets, fiets.

#4

jkien

    jkien


  • >1k berichten
  • 3041 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 23 februari 2012 - 23:39

De oorsprong en de verspreiding van het woord fiets is destijds gedetailleerd beschreven door een ANWB-lid dat bij de verspreiding van het woord betrokken was. In het historische krantenarchief van de KB vind je bijvoorbeeld een artikel uit 1901 over de etymologie van het woord fiets:

Een der oudste leden van den A.N.W.B., de heer F. H. Koenen, te Manchester, schrijft aan de Kampioen het volgende:

Toen ik het woord viets in 1881 in Amsterdam begon te verspreiden, maakte de dichter Herman Gorter dadelijk de opmerking dat dit woord, al ware het dan ook uitgevonden ten behoeve van een houten rammelkast, zoo goed de gewaarwording beschreef, ondervonden bij het bijna geruischloos voorbijsuizen van de Engelsche hooge vietsen, toen juist te Amsterdam ingevoerd.
Het feit, dat de uitvinder vermoedelijk nooit een Engelsche hooge viets gezien had, slaat evenwel den bodem uit deze theorie. Viets moet geweest zijn eene verkorting van velocipède, — de laatste was de eenige gangbare benaming in die dagen (1876)— en werd uitgevonden (of was het eene ingeving?) door een jeugdig wielrijder, kostscholier te Apeldoorn, die bij wijze van liefkozenden term zijn houten kar— die in plaats van langs ons heen te suizen over de klinkerwegen kletterde— zoo betitelde.
Na de ontbinding van de eerst velocipèdeclub in Amsterdam— dit zal zowat in 1875 geweest zijn—, werd gedurende het daaropvolgend zestal jaren de wielrijsport voornaamelijk beoefend door twee clubs, die als leerscholen voor het wielrijden veel hebben bijgedragen. De eerste was de Deventer club lmmer Weiter, de tweede, een leerschool in den letterlijken zin, de kostschool van den heer P. van der Horst te Apeldoorn, waar elk scholier dadelijk bij zijn komst zijn balans leerde bewaren op twee houten wielen, en zij, die met mij die leerschool hebben doorgemaakt, waar bijna elk rijder kunstrijder werd, weten dat wat aan die balans verbonden was, beter ligt uitgedrukt in de woorden, "hachelijk evenwicht".

Nadat deze kostschool naar Brummen verplaatst was, deed ik daar in 1881 mijn intrede en leerde er veel zaken die ik geheel vergeten heb, en het wielrïjden dat ik nog volkomen meester ben.
Ieder sprak daar van "viets", zelfs de baas— wel te verstaan buiten school, want bij deftig kondschap zei hij velocipede-, ook al de dorpelingen; en ieder scholier wist al de bijzonderheden; hoe een voorganger van ons te Apeldoorn zijn velocipède "viets" had gedoopt, hoe ieder dit op school had overgenomen, zoowel kost- als dagscholieren, dat leden van de Immer Weiter, die dikwijls de Apeldoornsche wielrijders, zich noemende de club Voorwaarts, ontmoetten en ook al waren begonnen van viets te spreken, en dat de term in Apeldoorn voortleefde.
Of deze in Apeldoorn en Deventer stand hield weet ik niet, maar van uit Brummen bleef hij voortwoekeren.
Met de verspreiding van het woord waren de wielrijdera maar weinig of langzaam te bewegen om "viets" burgerrecht te geven; de berijders van Engelsche rijwielen spraken van "machine", dat van een familiariteit met Engelsche couranten en wielerbladen getuigde, maar het volk was des te grettiger voor hen was dit korte woord "Godsend" en het niet-wielrijdend publiek was de beste verspreider. Het zal andere vietsrijders in die dagen gegaan zijn als mij: van den dag dat mijn eerste viets thuis bracht spraken de dienstboden bij mijn ouders altijd van fiets, met f natuurlijk , en mijn oude ooms en tantes spreken nu al twintig jaar lang van vietsen.
Onder de wielrijders zelf sluimerde 't woord, totdat het volk zelf begon te wielrijden en het woord fiets in zijn gemutileerden vorm onder de wielrijders terugbracht.

NB. Ik hoorde onlangs dat de Wageningsche wagenmaker Viets, die reeds vóór 1880 zeer goede (houten) rijwielen maakte, van meening is dat zijn naam het woord viets in 't leven heeft geroepen, maar iemand, die in 1880 een viets van Viets (blijf kalm) bereed, ontkende toen reeds dat deze overeenstemming aan iets anders dan toeval kon worden toegeschreven.

http://kranten.kb.nl...3...:p002:a0015

In den jaargang 1891 van „De Kampioen" is heel veel geschreven over het woord „fiets" en op bladzijde 233 deelde de heer Van der Horst zeer omstandig mede, dat de scholier Piet Neelmeijer in 1870 het woord bedacht. Indien ik het mij wèl herinner kwam Neelmeijer tot dit nieuwe woord door het geluid, dat zijn kar maakte op de Geldersche grintwegen.

http://kranten.kb.nl...3...:p006:a0178


Het lijkt me vreemd dat de afleiding uit het Duitse woord Viez (surrogaatpaard) ontgaan zou zijn aan deze ooggetuige die zulke gedetailleerde herinneringen had aan het ontstaan en de verspreiding van het woord fiets.

#5

jkien

    jkien


  • >1k berichten
  • 3041 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 29 februari 2012 - 21:09

De herleiding van fiets op Vizepferd blijkt niet alle deskundigen te overtuigen, dialectoloog Jan Stroop vindt het een onwaarschijnlijk verhaal. http://nederl.blogsp...ch-fietsen.html

Ik heb trouwens een mailtje gestuurd naar een Engelse historische fietsenclub om te vragen of de boneshaker (de fiets met de houten wielen) op een grindweg een "fiets"-achtig geluid maakt. Ben benieuwd of ze gaan reageren.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures