Springen naar inhoud

Redeneren aan de hand van de schakelingregels.


  • Log in om te kunnen reageren

#1

liamgek

    liamgek


  • >250 berichten
  • 328 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 maart 2012 - 20:32

Hey allemaal,

De leraar legde uit over hoe de regels van een serie en een parallelschakeling in elkaar zitten.
Dus het deeltje over de vervangingsweerstanden begreep ik gewoon.
Maar bij de 2 regels over resulterende stroom en spanning en over dat bij serie stroom overal gelijk is, en bij parallel spanning kreeg ik veel vragen.
Dus nu heb ik geredeneerd:
Als je in een serie schakeling een weerstand plaatst, zal dit enkel de spanning erop beperken.
Als je in een parallel schakeling een weerstand plaatst, zal dit de stroomsterkte beÔnvloeden.

Maar nu heb ik nog een 2e vraag.
Mijn leraar legde ook uit over dat alleen als de weerstanden in elke vertakking gelijk zijn, de stroom eerlijk wordt opgedeeld (logisch).
Maar hoe bereken je dan als het andere weerstanden zijn?
Ik ga nu een stappenplan daarvoor proberen te bedenken, je mag best lachen als het fout is :).
1.Tel alle weerstanden bij elkaar op.
2.bereken hoeveelste deel de weerstand is van de totale weerstand.
3.Vermenigvuldig hoeveelste deel het is met de stroomsterkte.
4.Je hebt het nu berekend voor die vertakking, ga door met de rest.
Is dit goed?

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6610 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 14 maart 2012 - 23:27

Nee, dat is niet goed.
De basis is de formule U=I*R. De spanning is evenredig met de weerstand.
In een serieschakeling tellen de spanningen over de afzonderlijke weerstanden bij elkaar op.
Dus kun je om de totale weerstand te krijgen de weerstanden bij elkaar optellen.

In een parallelschakeling tellen de stromen bij elkaar op.
Daarvoor moeten we bovenstaande formule omvormen tot: I=U/R
De stroom is omgekeerd evenredig met de weerstand.
De stromen moet je bij elkaar optellen, dus moet je de reciproken van de weerstanden bij elkaar optellen.
Het resultaat is de reciproke van de vervangingsweerstand, dus om de vervangingsweerstand te krijgen moet je daar weer de reciproke van nemen.
Dus: 1/Rv = (1/R1)+(1/R2)=(1/R3)+.... (1/Rn)

#3

liamgek

    liamgek


  • >250 berichten
  • 328 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 15 maart 2012 - 19:58

Maar hoe zou het stappenplan van de parallelschakeling stroom per vertakking er dan uitzien, bij verschillende weerstanden?

#4

klazon

    klazon


  • >5k berichten
  • 6610 berichten
  • Pluimdrager

Geplaatst op 15 maart 2012 - 21:15

Dat vertel ik toch? Blijkbaar niet duidelijk genoeg.
Dan maar een poging op een andere manier.

Stel 3 weerstanden parallel. (kan ook met 2 of met meer dan 3, maar principe blijft hetzelfde)
Omdat ze parallel staan is de spanning over alle weerstanden gelijk.
Stroom door R1 = U/R1
Stroom door R2 = U/R2
Stroom door R3 = U/R3

Stroom totaal is U/R1 + U/R2 + U/R3

Vervangingsweerstand is U/stroomtotaal = U/(U/R1 + U/R2 + U/R3)
Boven en onder de streep delen door U geeft: Rv = 1/(1/R1 + 1/R2 + 1/R3)

#5

liamgek

    liamgek


  • >250 berichten
  • 328 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 15 maart 2012 - 21:43

Ow, nu begrijp ik het, dankje!

Veranderd door physicalattraction, 16 maart 2012 - 10:37
Onnodige quote verwijderd






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures