Springen naar inhoud

NMR/massaspectrometrie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

stef.

    stef.


  • >100 berichten
  • 152 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 mei 2005 - 19:11

Hallo iedereen!
ik heb een paar vraagjes over NMR en hoop dat iemand me kan helpen:
- In onze cursus hebben we een aantal factoren gezien die kunnen zorgen voor een shift van δ. 1 ervan was protonen op hetero-atomen. Deze kunnen waterstofbruggen vormen en dan staat er dat die daarom zorgen voor een downfield shift, maar dat begrijp ik niet zo goed. Als er geen waterstofbrug gevormd wordt, heb je op het H-atoom een partieel positieve lading. Wanneer er een H-brug gevormd wordt, verhoogt toch de elektronendensiteit rond het H-atoom? Dit betekent dan toch dat er een upfield shift is naar TMS toe(in tegenstelling wat er in de cursus staat)?

-Hoe weet je dat de koppelingsconstanten gelijk zijn voor de koppeling van twee protonen en we dus een eerste orde spectrum hebben? Dit is toch belangrijk om te bepalen in hoeveel pieken het signaal is onderverdeeld (multipletvorming)? In onze cursus staat dat je de koppelingsconstante kan halen uit het NMR-spectrum, maar ik weet totaal niet hoe je dit kan doen(en dit laat ook niet toe voorspellen te maken op gebied van multipletvorming, wat we wel moeten kunnen).

-Hoe weet je of het magnetisch veld opgewekt door л-elektronen het aangelegd uitwendig magneetveld gaat versterken of verzwakken, dus dezelfde of een tegengestelde richting heeft (diamagnetische anisotropie).

Veel groetjes


Stefanie

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

bteunissen

    bteunissen


  • >1k berichten
  • 1122 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 mei 2005 - 19:55

Ik kan een deel van je vraag beantwoorden. NMR is niet echt mijn sterkste kant.

Hoe weet je dat de koppelingsconstanten gelijk zijn voor de koppeling van twee protonen en we dus een eerste orde spectrum hebben?

Als beide waterstof atomen dezelfde zijgroepen 'zien' dan is de koppelingsconstante voor beide gelijk. Dezelfde zijgroepen gaat op tot maximaal 3 bindingen geloof ik.....dus als de groepen, verder dan 3 bindingen verwijderd, verschillend zijn dan hebben deze geen noemenswaardige invloed meer op de koppelingsconstante.

Verder mag iemand anders de rest van de vraag beantwoorden ;)

Dan heb ik nog een vraag voor jou: wat heeft de vraag met massaspectrometrie te maken? Dat staat namelijk in je onderwerp..... :)

Grtz Bas

#3

stef.

    stef.


  • >100 berichten
  • 152 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 28 mei 2005 - 21:05

Hallo,

bedankt om me te helpen!
ja, je hebt gelijk hoor...niet bepaald iets te maken met massaspectrometrie...ik wou er eigenlijk ook iets over vragen maar ben gewoon vergeten het erbij te zetten. Maar hier komt het dan toch nog: Waarom is massaspectrometrie/massaspectroscopie eigenlijk een spectroscopische-spectrometrische techniek? Bij UV/VIS -IR- spectrometrie en al die andere technieken is er altijd een wisselwerking tussen materie en energie (afkomstig van de elektromagnetische straling), maar bij massaspectroscopie komt er gewoon nergens elektromagnetische straling tussen en daarom vind ik het gewoon raar dat ze ook dit tot de spectrometrie rekenen. Snap je wat ik bedoel?

groetjes

Stefanie

#4

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 28 mei 2005 - 22:56

Volgens Massaspectrometrie op Wikipedia:

Het spectrometrie in het woord massaspectrometrie verwijst niet naar een onderdeel van het elektromagnetisch spectrum, maar naar de op een spectrum gelijkende manier waarop de resultaten in een zogenaamd massaspectrum worden weergegeven. Dit is dus een uitzondering op de regel dat een spectrum verwijst naar een differentiatie naar golflengte; bij een massaspectrum wordt een differentiatie naar massa gemaakt.


#5

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 29 mei 2005 - 05:24

- In onze cursus hebben we een aantal factoren gezien die kunnen zorgen voor een shift van δ. 1 ervan was protonen op hetero-atomen. Deze kunnen waterstofbruggen vormen en dan staat er dat die daarom zorgen voor een downfield shift, maar dat begrijp ik niet zo goed. Als er geen waterstofbrug gevormd wordt, heb je op het H-atoom een partieel positieve lading. Wanneer er een H-brug gevormd wordt, verhoogt toch de elektronendensiteit rond het H-atoom? Dit betekent dan toch dat er een upfield shift is naar TMS toe?

Een waterstofatoom op een elektronegatief heteroatoom zal een grotere downfield shift hebben dan een waterstofatoom op een C. Dat komt doordat de elektronen "weggetrokken" worden. Ik zou een waterstofbrug beschouwen als een tweede elektronegatief atoom, dat nog meer elektronendichtheid komt stelen. Bovendien is in een waterstofbrug O-H...O de O-H binding langer dan zonder waterstofbrug, en in het algemeen: hoe korter O...H, hoe langer O-H. Dit zou ook nog kunnen zorgen voor een downfield shift. In de sterkste waterstofbruggen zit de H precies in het midden.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures