Springen naar inhoud

loogconcentratiebepaling


  • Log in om te kunnen reageren

#1

wendypiet

    wendypiet


  • 0 - 25 berichten
  • 1 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 10 juli 2005 - 16:43

geacht forum,
bij ons op werk voeren we o.a. loogconcentratiebepalingen uit d.m.v. titratie. Het monster bestaat uit water waarin zich een onbekende hoeveelheid loog bevindt. Eerst wordt 0,1 n HCl toegedruppeld met indicator fenolftale´ne. Na de kleuromslag wordt doorgetitreerd met indicator methyloranje. Ook hier tot kleuromslag.
Daarna beveelt de werkinstructie mij, om de volgende formule te hanteren:
(2VP - VM) x 0,4 = aantal gew.% NaOH.
VP staat voor volume getitreerd met fenolftale´ne (p-getal)
VM staat voor volume getitreerd met methyloranje (m-getal).
Voor mij, met mijn 20 jaar geleden genoten VWO-scheikunde, is dit abracadabra. Maar ik merk dat de technologen bij ons in de organisatie dit ook niet kunnen uitleggen. Doe het nu maar gewoon zo, luidt hun diepzinnige advies.
Dat doe ik dan maar, maar ik wil het toch ook wel graag een beetje begrijpen. Kunnen jullie mij helpen? WAAR KOMT DEZE FORMULE VANDAAN??
Piet Hagenaars

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 10 juli 2005 - 19:33

Ik heb geen volledige verklaring voorhanden, maar ik begin al wat te bedenken en misschien kunnen anderen mij dan al aanvullen.

Fenolftale´ne heeft het omslagpunt liggen bij pH 8.2-10; voor methyloranje ligt het bij 3.1-4.4.

In het geval van een titratie van een sterke base (loog, OH-) met een sterk zuur (HCl, H+) ligt het verwachte equivalentiepunt op een pH van 7. Kennelijk hebben jullie niet de beschikking over een betrouwbare indicator of techniek om het exacte punt van pH=7 vast te leggen.

In dit geval maak je dus gebruik van een rekenformule om uit te rekenen waar pH=7 is in relatie tot de andere equivalentiepunten.

De factor 0.4 zal wel een gewichtfactor zijn voor NaOH; het molgewicht van NaOH is 23 (Na) + 16 (O) + 1 (H) = 40. Met omrekenen zal je zodoende op een factor 0.4 uit moeten komen (niet uitgeprobeerd trouwens).
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)

#3

Zimpro

    Zimpro


  • 0 - 25 berichten
  • 7 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 14 november 2005 - 16:17

Dit is een klassieke vraag uit de waterbehandelingschemie.

Kijk op de sites van de volgende firma's:
Bewasol te Venray, "ketelwater", technische achtergronden
Lenntech te Delft,
Of vraag info aan het voormalig Krachtwerktuigen, nu KW2 te Amersfoort.

Allen specialisten op het gebied.


Het getal dat je berekend (via 2p-m) heeft te maken met de indikkingsfactor ofwel concentratiefactor van het water in een stoomketel of een industrieel koelsysteem.

Als water verdampt blijft een hogere zoutconcentratie achter in bv de stoomketel. De industriele systemen staan het opconcentreren van het achterblijvende water tot een zekere hoogte toe. Die hoogte wordt bepaald door het systeem en berekend met je formule voor OH-alkaliteit (=2p-m).

Wanneer je dit uitdrukt in meq/l of mval/l, ligt je grens voor bv een stoomketel tussen de 400 en 600 meq/l. Andere eenheden zijn ppm CaCO3 ( meq/l gedeeld door 50).


De waarde 0,4 of 40 staat in direct relaas tot de molecuulmassa van de natronloog.

Jorim: Gebruik sub- en superscript aub! Bekijk de helpfunctie hoe sub- en superscript te gebruiken.

Veranderd door Jorim, 14 november 2005 - 20:20






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures