Springen naar inhoud

vraagstuk theoretische platen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Bouviac

    Bouviac


  • 0 - 25 berichten
  • 5 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 07 september 2005 - 10:57

Hallo,

Ik zit met het volgende probleem ik heb een vraagstuk waarbij ik N moet berekene, dit is het aantal theoretische platen, ik heb de formule die is
N=16.(tr/pb)2[sub]
in de opgave is tr gegeven= 57,5 mm en de piekbreedte op halve hoogte is 2,5mm. Nu voor die formule te kunnen berekenen heb ik de piekbreedte op de basis nodig, niet op halve hoogte.

Als oplossing heb ik het volgende gezien:
w[sub](1/2)
= 2,35 σ
pb=4 sigma
dus dan zou de piekbreedte = 4.(2,5/2,35)

Maar ik begrijp niet goed waar deze formule vandaan komt met die sigma en of ik altijd mag aannemen dat w(1/2)= 2,35sigma en dat de pb = 4 sigma

Bedankt
Nils Bohr - "Who isn't shocked by the kwantum meganics, hasn't understood it..."

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

DrQuico

    DrQuico


  • >1k berichten
  • 2952 berichten
  • VIP

Geplaatst op 07 september 2005 - 12:01

Maar ik begrijp niet goed waar deze formule vandaan komt met die sigma en of ik altijd mag aannemen dat w(1/2)= 2,35sigma en dat de pb = 4 sigma


Die formule komt uit de statistiek. De piekvorm van dit type experimentele data volgt nagenoeg altijd een 'Gauss-curve' (ook wel 'normale verdeling') en voor zo'n curve geldt dus deze formule. Je kunt deze dus altijd gebruiken, tenzij de piekvorm om wat voor reden dan ook abnormaal is.





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures