Springen naar inhoud

zuren en basen


  • Log in om te kunnen reageren

#1

S. schr

    S. schr


  • >25 berichten
  • 44 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 11 oktober 2005 - 12:28

Hallo,
ik heb binnenkort een scheikunde tentamen over onder andere: zuren, basen, ph, logaritme.
nu heb ik een paar vragen met betrekking tot deze onderwerpen; :P

1, klopt dit? de kenmerken van een zuur: een zure oplossing bevat H+, een molecuul of ion dat een H+ ion kan afstaan noem je een zuur. (hoe weet je of een molecuul of ion dit kan afstaan? 8-[ ) en een zuur heeft een Ph kleiner dan 7.

2, wat ik echt graag wil weten: hoe zie je nou aan een formule of een stof wel of geen zuur is ?

ik heb ook nog een paar vragen over basische oplossingen.
1, klopt dit? basische oplossing bevat hydroxide ionen OH-

bedoelen ze daar het volgende mee.
als je bv. NH3+H2O ----> NH4+ + OH-
nu vormt de stof NH3 in een oplossing van water OH ionen.
hoe weet je nou dat na de pijl nh4 ontstaat en geen NH3 +H20 ?? :)

2, een base is een deeltje dat een H+ ion kan opnemen.
hoe zie je dat een deeltje dit kan?

kunnen jullie neutralisatiereacties uitleggen? door een voorbeeld met uitleg?

alvast bedankt :P

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 11 oktober 2005 - 15:03

Elke waterige oplossing bevat OH- en H+. Een zure oplossing bevat veel meer H+ dan OH- en een basische oplossing andersom.

Als je wilt weten of een stof een zuur of een base is, dan kun je een paar dingen doen:
  • weten.
  • de naam kennen (zwavelzuur is geen base, natronloog geen zuur....)
  • de structuur tekenen, en kijken of er een H+ bijkan of afkan. Wat blijft er dan over?
Je kunt van een zuiver zure of basische verbinding niet zinvol van een pH spreken. Dat is alleen in oplossing mogelijk.

#3

woelen

    woelen


  • >1k berichten
  • 3145 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 11 oktober 2005 - 15:07

1, klopt dit? de kenmerken van een zuur: een zure oplossing bevat H+, een molecuul of ion dat een H+ ion kan afstaan noem je een zuur. (hoe weet je of een molecuul of ion dit kan afstaan? ) en een zuur heeft een Ph kleiner dan 7.

Tot op zekere hoogte moet je dit gewoon weten. In organische stoffen is een -COOH groep zuur, voor de anorganische zuren zou ik maar gewoon leren welke stoffen dat zijn. Zo veel zijn het er nu ook weer niet.
Een zuur op zich heeft geen pH, een oplossing van een zuur in water heeft een pH. Een zuur zelf heeft een zgn. pKa (zuur-constante), welke aangeeft hoe sterk het zuur is en in welke mate het zuur H+ afsplitst in water.

Een basische oplossing bevat inderdaad OH- ionen, maar een zure oplossing heeft dat ook. Er geldt nl. dat [OH-][H+] = 10-14 mol2l-2 (bij pakweg 25 graden C). Dus, als jij een oplossing hebt van zoutzuur (1 mol/l), dan bevat de oplossing nog steeds OH- ionen, hoewel de concentratie heel laag is. Een basische oplossing heeft een concentratie [OH-] > 10-7 mol/l.

hoe weet je nou dat na de pijl nh4 ontstaat en geen NH3 +H20 ??

Ook dit moet je gewoon leren. Bepaalde stoffen zijn basen. In organische stoffen kun je (zwakke) basen herkennen aan de aanwezigheid van -NH2 groepen. Veel metaal hydroxiden, M(OH)n zijn ook basisch.

Neutralisatie reacties zijn reacties waarbij een zuur en een base reageren. Hierbij ontstaat water en een zout.

In ionen: H+ + OH- <---->>>>> H2O

Dit evenwicht ligt behoorlijk rechts.

Veranderd door woelen, 11 oktober 2005 - 15:09






0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures