Springen naar inhoud

[scheikunde] Fotometrie vragen.


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Tealon

    Tealon


  • 0 - 25 berichten
  • 18 berichten
  • Gebruiker

Geplaatst op 19 december 2005 - 22:34

Ik moet de volgende vragen beantwoorden:

4. Waarom wordt bij fotometrische bepalingen de extinctie gemeten en niet de transmissie?
5. Wat is de extinctie van een oplossing waarbij 70 % van het opvallende licht wordt geabsor­beer

Ik dacht hier het volgende over:
4. namelijk omdat er eerst licht op moet schijnen wil er een transmissie plaats vinden. Deze transmissie is afhankelijk hoeveel er geabsobeerd wordt oftwel hoeveel extinctie er plaats vindt.

5. Het dus zo dat als er 70% wordt geabsobeerd dan is er dus een extinctie van 70% t.o.v. je blanco aangezien er zoveel niet meer door het monster heen komt. Ook wel logisch als je denkt aan het feit dat hoe donkerder de oplossing hoe hoger het extinctie getal op de UV-vis en dus ook hoe meer er is geapsobeerd.

Zit ik met deze antwoorden goed of dwaal ik af? Ik dacht dat ik wel goed zat maar op een of andere manier ben ik er niet gerust op... Dus aanvullingen of verbeteringen welkom!

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

Beryllium

    Beryllium


  • >5k berichten
  • 6314 berichten
  • Minicursusauteur

Geplaatst op 19 december 2005 - 22:44

Leuke vragen :P

4. Je meet allebei: het een is namelijk om te rekenen in het andere! Ik quote uit onze FAQ:

Hoe goed licht door een stof geabsorbeerd kan worden hangt helemaal af van de stof. Een absorptiemeter meet de verhouding tussen het licht dat het monster in gaat (I0) en wat er weer doorheen komt (I). Dat monster zit vaak als een oplossing in een cuvet (soort glazen buisje).
Deze verhouding heet transmissie:

T = I/I0

Dit staat dan weer in verhouding met absorptie (A) als:

A = 1 - T

Dan heb je ook nog extinctie (soms absorbantie genoemd); dit is een maat die veel wordt gebruikt omdat je uit deze waarde direct de concentratie van een stof kan bepalen:

E = εcl

ε is de zogeheten molaire extinctiecofficint, dit is een waarde die vast ligt voor het type molecuul en de golflengte (kleur) waarbij de absorptie wordt bepaald. De term "c"is de concentratie, en "l"is de lengte die de lichtbundel door het monster aflegt, gemeten in centimeter. De meest gebruikte cuvetten hebben een weglengte van 1,000 cm, zodat je gemakkelijk de concentratie kan bepalen.

Extinctie en transmissie zijn ook aan elkaar gerelateerd via:

E = -10log T (let op; als je T uitdrukt in een percentage is het: E = 2-10log T).


Daarmee weet je dus dat transmissie en extinctie hetzelfde zijn. De reden dat je normaal de extinctie meet en niet de transmissie is, dat je daarmee veel eenvoudiger kwantitatieve bepalingen kan doen. Zoals je ziet is transmissie logaritmisch evenredig met concentratie, terwijl extinctie en concentratie lineair zijn gerelateerd. M.a.w., een verdubbeling van de extinctie levert een verdubbelde concentratie. Bij transmissie moet je dan wat onhandig omrekenen, en daarom wordt extinctie gebruikt: puur uit luiheid zeg maar :eusa_sick:

Oh, ik zie dat je hiermee ook meteen inziet hoe je 5. moet oplossen :P
You can't possibly be a scientist if you mind people thinking that you're a fool. (Douglas Adams)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures