Springen naar inhoud

[scheikunde] proces technologie


  • Log in om te kunnen reageren

#1

Loesje27

    Loesje27


  • >25 berichten
  • 68 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 25 juni 2006 - 17:26

hallo
ik heb een vraag over warmtewisselaars..

de probleemstelling is als volgt:

benzeen stroomt in een binnenste buis in tegengestelde richting van water.
water heeft een begintemperatuur van 88 en x als eindtemperatuur.
benzen heeft een begintemperatuur van 20 en warmt op tot 60 graden celcius.

De vraag is hoe warm wordt het water.

ik heb de volgende fotmules tot mijn beschikking:
d Φw = - Φv * ρ * Cp * dT ≠ USF * (ΔT) dx

Φv = debiet van de warme vloeistof (m3 /sec)
ρ = soortelijke massa warme vloeistof
Cp = soortelijke warmte warme vloeistof
t = temperatuur (K)
U = warmteoverdrachtscoffiecient (J/sec.m2 .K)
dx is een stukje van de warmtewisselaar.

Verder heb ik ook nog de formule
Φw = (USF * l * (ΔT1 - ΔT2))/ (ln ΔT1/ΔT2)

Φ = U*A*ΔTlm

A = SF*l=totaal warme uitwisselend oppervlakte.
ΔTlm = logaritmische gemiddelde ΔT1 en ΔT2

Ik weet niet of er ok gebruik gemaakt moet worden van de laatse formule, omdat dit eigenlijk een vereenvoudiging is van de tweede.

Ik heb zo de dichtheid en de soortelijke massa en warte niet, omdat de vraagstelling iets anders is dan zoals die in het dictaat bij ons staat geschreven.
Als het goed is moet er 48 graden uitkomen en moet je gebruik maken van 3 vergelijkingen 3 onbekenden.

Op dit laatse kom ik absoluut niet, dus ik heb geen idee hoe ik dit op moet lossen!!
Please help me 8-)

Groetjes Marloes

Dit forum kan gratis blijven vanwege banners als deze. Door te registeren zal de onderstaande banner overigens verdwijnen.

#2

jdeketel

    jdeketel


  • >100 berichten
  • 127 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 juni 2006 - 15:58

Ik zie in je formules een hele hoop symbolen staan die niet gegeven zijn. Bijvoorbeeld het debiet is in dezen erg belangrijk. Je kunt je voorstellen dat het water dicht naar de 20 graden nadert als je het maar langzaam genoeg laat stromen. Andersom blijft het dicht bij 88 graden als het heel snel stroomt.
Dan heb je nog enkele constanten die zult moeten opzoeken (zoals Cp).

Wellicht moet je wat aannames doen Geplaatste afbeelding

Jdeketel

#3

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 26 juni 2006 - 20:24

Tja, dit is natuurlijk niet www.procestechnologieforum.nl.... Wat mij onmiddellijk opviel is dat het temperatuurverschil dus even groot blijft. Dat betekent dus dat de doorstroming is geoptimaliseerd?

Inderdaad kun je er volgens mij ook alle mogelijke temperaturen uitkrijgen tussen 20 en 88, afhankelijk van de verhouding van de stroomsnelheden.

#4

Loesje27

    Loesje27


  • >25 berichten
  • 68 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 juni 2006 - 20:25

Jah het was een toetsvraag, dus die constanten weet ik niet meer...

En die vraag had ik helemaal niet goed en ik dnek dat ik weer zoeits krijg...

Maar kan je er niet gewoon wat waarden voor nemen dan? Het gaat mij om hoe ik de berekening moet uitvoeren! zonder aanames.

Groetjes Marloes

#5

Loesje27

    Loesje27


  • >25 berichten
  • 68 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 26 juni 2006 - 20:35

hallo
ik heb een vraag over warmtewisselaars..

de probleemstelling is als volgt:

benzeen stroomt in een binnenste buis in tegengestelde richting van water.
water heeft een begintemperatuur van 88 en x als eindtemperatuur.
benzen heeft een begintemperatuur van 20 en warmt op tot 60 graden celcius.

De vraag is hoe warm wordt het water.

ik heb de volgende fotmules tot mijn beschikking:
d Φw = - Φv * ρ * Cp  * dT  ≠ USF * (ΔT) dx

Φv = debiet van de warme vloeistof (m3 /sec)
ρ = soortelijke massa warme vloeistof
Cp  = soortelijke warmte warme vloeistof
t = temperatuur (K)
U = warmteoverdrachtscoffiecient (J/sec.m2 .K)
dx is een stukje van de warmtewisselaar.

Verder heb ik ook nog de formule
Φw = (USF * l * (ΔT1 - ΔT2))/ (ln ΔT1/ΔT2)

Φ = U*A*ΔTlm

A = SF*l=totaal warme uitwisselend oppervlakte.
ΔTlm = logaritmische gemiddelde ΔT1 en ΔT2

Ik weet niet of er ok gebruik gemaakt moet worden van de laatse formule, omdat dit eigenlijk een vereenvoudiging is van de tweede.

Ik heb zo de dichtheid en de soortelijke massa en warte niet, omdat de vraagstelling iets anders is dan zoals die in het dictaat bij ons staat geschreven.
Als het goed is moet er 48 graden uitkomen en moet je gebruik maken van 3 vergelijkingen 3 onbekenden.

Op dit laatse kom ik absoluut niet, dus ik heb geen idee hoe ik dit op moet lossen!!
Please help me 8-)

Groetjes Marloes

oke even opgezocht

soortelijke warmte water = 4,18 * 103
soorteljke massa water = 0,998 * 103
warmte benzeen = 1,71 * 10 3
massa = 0,88 * 10 3

Stel dat we voor de warmtecoeffiecient voor water 9,17 m3 /s en voor benzeen 0,266 m3 /s
(Nu zal er wel geen 48 graden meer uitkomen)

Zijn er nog meer gegevens nodig??

Maar kom ik zo wel op 3 vergelijkingen met 3 onbekenden, of heb ik dan nog meer gegevens nodig!!

Liefs Marloes

#6

rwwh

    rwwh


  • >5k berichten
  • 6847 berichten
  • Moderator

Geplaatst op 26 juni 2006 - 21:03

Let op je eenheden! Overal moet een eenheid bij staan! 0,998x103 koeien per sloot?

Als je van beide vloeistoffen de stroomsnelheid kent en de warmtecapaciteit is het probleem triviaal geworden. Wet van behoud van energie, helemaal geen drie onbekenden.

Reken gewoon eerst uit hoeveel energie je per seconde nodig hebt om de benzeen zoveel op te warmen. Dit moet gelijk zijn aan de hoeveelheid energie die wordt onttrokken aan het water.

#7

joepiedepoepie

    joepiedepoepie


  • >250 berichten
  • 311 berichten
  • Ervaren gebruiker

Geplaatst op 28 juni 2006 - 13:31

dσw oplossen voor benzeen (integreren van o tot σw en T van 20 tot 60). Dat invullen in σw-formule?? (Wat is USF in godsnaam??)





0 gebruiker(s) lezen dit onderwerp

0 leden, 0 bezoekers, 0 anonieme gebruikers

Ook adverteren op onze website? Lees hier meer!

Gesponsorde vacatures

Vacatures